Hét platform voor de renovatiesector ACTUEEL Transformatie Ferro Offices in Rotterdam voltooid 7 THEMA DAKRENOVATIE Warmtecollector die het juist in de winter doet 14 VAKBEURS RENOVATIE & TRANSFORMATIE Biobased oplossingen centraal bij Beter Verbouwen Bokaal 29 NUMMER 3 | JAARGANG 16 | MEI 2026 “Hellende daken kun je biobased renoveren zonder onnodig risico” Pag. 12 Thema: Dakrenovatie en Vakbeurs Renovatie & Transformatie
Hebben jullie een Ford Transit op voorraad? Die hebben we! Bekijk onze 80+ Ford bussen, direct uit voorraad leverbaar. Bekijk onze voorraad
3 nr. 3 Mei 2026 COLOFON RenovatieTotaal is een onafhankelijke informatiebron en verschijnt 6 maal per jaar. RenovatieTotaal gaat over renovatie, restauratie, herbestemming, onderhoud, op- en aanbouwen en alles wat met de bestaande bouw te maken heeft. Jaargang 16, nummer 3, mei 2026 Uitgever Hugo Arends (0570) 861007 E-mail: hugo@handelsuitgaven.nl Hoofdredactie Harmen Weijer redactie@renovatietotaal.nl Redactie Shendell Benilia, Frank de Groot, Joop van Vlerken Medewerkers Haico van Nunen, Willard van Reenen Marketing & Communicatie Shendell Benilia (0570) 768644 E-mail: shendell@handelsuitgaven.nl Advertenties Tom Sotthewes (0570) 654660 E-mail: tom@handelsuitgaven.nl Kim Lieuwen (0570) 768641 E-mail: kim@handelsuitgaven.nl. Abonnementen Mirjam Nijbroek (0570) 861009 E-mail: mirjam@handelsuitgaven.nl Ontwerp en Opmaak Create-by, Zutphen www.create-by.nl Cover "Hellende daken kun je biobased renoveren zonder veel risico" (pag. 12) Druk Rodi Rotatiedruk RenovatieTotaal is een uitgave van Nederlandse HandelsUitgaven BV Postbus 2273, 7420 AG Deventer Keulenstraat 8J, 7418 ET Deventer Tel. 0570 – 861009 E-mail: mirjam@handelsuitgaven.nl Copyright Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder de nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is zorgvuldig en naar het beste weten samengesteld. Uitgever en auteurs kunnen echter niet instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, als gevolg van handelingen of beslissingen die op deze informatie zijn gebaseerd. Redactioneel MEGA goed idee In deze wereld waarin veel gebeurt waar we in Europa en Nederland last van hebben, wordt het tijd voor MEGA goed idee, namelijk Make Europe Great Again. En dat bedoel ik uiteraard niet door middel van neokolonialisme - ik zou geen ‘Balkenendetje’ doen (“VOC-mentaliteit, dat hebben we nodig”). Nee, ik heb het over hoe we in Europa - en beter nog in Nederland - onze eigen producten maken. Dat doen we in de bouw best aardig, met veel basisproducten van ‘eigen bodem’, zoals beton en zeker ook hout. Interessant op dit vlak is de beweging naar meer biobased producten, zoals biobased isolatie. In deze RenovatieTotaal wordt door het biobased bouwen-progamma Building Balance dan ook een lans gebroken voor biobased dakrenovatie. Dat kan al heel goed, en kan op nog veel meer plekken, want snelgroeiende gewassen zijn grondstoffen voor biobased isolatie en bouwmaterialen. Dus er zijn genoeg grondstoffen om bijvoorbeeld isolatieproducten van eigen bodem te maken. Want dat is het grote voordeel: het kan gewoon op Nederlandse landbouwgrond. Bovendien biedt dit de landbouwer een mooie aanvulling of alternatief op hun huidige werkzaamheden. De praktijksessies die Building Balance organiseert op dit vlak, zijn dan ook heel interessant om te volgen. (p. 12-13) Ook op de vakbeurs Renovatie & Transformatie (van 19-21 mei in de Brabanthallen in Den Bosch) is biobased nog meer dan andere jaren in de picture. Zoals bij de Beter Verbouwen Bokaal. Of in het nieuwe project Het Levenshuis. (p. 25, 27 en 29). Zo vergeten we heel snel MAGA, en gaan we voor MEGA (of dus beter nog: MNGA, maar dat bekt niet zo lekker). Harmen Weijer Hoofdredacteur RenovatieTotaal Reageren? redactie@renovatietotaal.nl In dit nummer Thema Dakrenovatie: “Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico” 12 25 Installatienieuws “Alleen combinatie isoleren en warmtepompen zorgen gasvrije huurwoningen in 2050” 33 4 Actueel 9 Column 11 Thema Dakrenovatie: Dakpotentiescan 0.5 14 Thema Dakrenovatie: Innovatieve warmtecollector 17 Bouwhistorie 18 Thema Dakrenovatie: Optoppen in Wijk bij Duurstede 21 Thema Dakrenovatie: Meerlaagse isolatiefolie 23 Project en beeld: Galerijvloer vervangen in Huizen 26 Thema Vakbeurs Renovatie & Transformatie: Plattegrond & deelnemerslijst 27 Thema Vakbeurs Renovatie & Transformatie: Kennisprogramma 29 T hema Vakbeurs Renovatie & Transformatie: Beter Verbouwen Bokaal 31 Lezerstest 33 Installaties: Installatienieuws 35 Cursussen & Opleidingen i.s.m. TVVL 39 Productoverzicht Vakbeurs Renovatie & Transformatie Biobased rode draad op vakbeurs Renovatie & Transformatie 2026
Meer informatie? www.dreumex.com Zon op de bouw: het grootste onderschatte risico Werken in de zon is risicovol: buitenwerkers lopen tot 77% meer kans op huidkanker door langdurige en continue blootstelling aan UV-straling. In de CAO Bouw & Infra is het beschikbaar stellen van zonnebrandcrème inmiddels zelfs verplicht. Door zonnebrand standaard aan te bieden, naast maatregelen zoals UV‑werende kleding, schaduwplekken en duidelijke smeerprotocollen, verkleinen werkgevers het risico op huidkanker bij medewerkers aanzienlijk. Met Dreumex Sun Protect SPF 50 wordt zonbescherming op de bouwplaats eenvoudig en praktisch. Voor professionals die veel buiten werken, biedt deze waterbestendige, parfumvrije zonnebrand hoge bescherming tegen zowel UVA- als UVB-straling. UVA- en UVB-stralen zijn schadelijke ultraviolette stralingen van de zon: UVA dringt dieper in de huid door en draagt bij aan huidveroudering, terwijl UVB juist de bovenste huidlagen aantast en verantwoordelijk is voor verbranding. Door deze dubbele bescherming helpt de zonnebrand de huid effectief te beschermen tijdens langdurige en intensieve blootstelling aan zonlicht. De formule is bovendien gemakkelijk aan te brengen, niet plakkerig en trekt snel in, waardoor deze comfortabel blijft tijdens het werk. Geschikt voor alle huidtypes en ideaal bij intensieve blootstelling aan zonlicht. Veilig werken in de zon Goede zonbescherming draagt niet alleen bij aan de gezondheid van medewerkers, maar kan ook eenvoudig worden geïntegreerd in de dagelijkse routine op de bouwplaats. Dreumex Sun Protect SPF 50 biedt een betrouwbare oplossing die het risico op huidbeschadiging en langdurige gezondheidsproblemen aanzienlijk verkleint, terwijl het gebruik praktisch en eenvoudig blijft voor iedereen die buiten werkt. Dankzij de manuele of automatische dispenser is de zonnebrand bovendien altijd snel en hygiënisch beschikbaar, waardoor het aanbrengen moeiteloos tijdens de werkzaamheden kan plaatsvinden. Maximale bescherming, minimale inspanning Dankzij de lichte, snel intrekkende formule kunnen medewerkers hun werkzaamheden blijven uitvoeren zonder last van plakkerige of zware crème. De waterbestendigheid en hoge SPF zorgen ervoor dat de huid langdurig beschermd blijft, zelfs bij intensieve buitenactiviteiten of contact met water en zweet. Sun Protect SPF50 is beschikbaar in een handige 250 ml tottle voor individueel gebruik, maar ook in een 1-liter cartridge die geschikt is voor handmatige of automatische dispensers. Zo kunnen meerdere medewerkers gedurende de werkdag eenvoudig en betrouwbaar zonnebrand gebruiken, zonder gedoe. Met deze combinatie van praktisch gebruik en betrouwbare bescherming is Dreumex Sun Protect SPF50 perfect afgestemd op de eisen van professionals die veel buiten werken. www.asf-fischer.nl verkoop@asf-fischer.nl +31 (0)320 28 56 10 www.webshop.asf-fischer.nl DYNAMIC LEVELLING SYSTEEM SCAN ME 4 nr. 3 Mei 2026 In de spotlight Product uitgelicht Producten
Meer weten? www.polyglass.nl Zelfklevende daksystemen zonder open vuur steeds populairder Binnen de dakensector is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar: steeds meer professionals kiezen voor volledig zelfklevende dakbedekkingen. Zowel bij nieuwbouw als renovatieprojecten groeit de interesse, mede doordat werken zonder open vuur steeds belangrijker wordt. Dakdekkers in Nederland staan er steeds meer voor open. Lagere verzekeringspremies en veranderende klimaatomstandigheden maken zelfklevende dakbedekkingssystemen aantrekkelijker dan ooit. opbouwen voor multifunctionele daken (MF-daken) opgebouwd met door Polyglass geproduceerde gemodificeerd bitumenbanen die aansluiten op de Vakrichtlijn 2025 en ondersteund worden met praktijkervaring en extern onderzoek. Overlappen direct controleerbaar Polyglass werkt met SEALLap®- en FASTLap®-overlappen. Lijmstrepen in de overlapzones sluiten de naad na aandrukken meteen af, waardoor de overlap direct waterdicht is en beter te controleren op de bouwplaats. Systeemopbouw voor elke laag De gepatenteerde ADESO®-technologie (MVACC) combineert verschillende bitumencompounds in één baan, inzetbaar als damprem, onderlaag of toplaag. Het programma omvat Polyvap SA/ Adesoshield, Spider SA/Elastoflex SA en minerale toplagen voor locaties waar open vuur niet is toegestaan. Afhankelijk van de ondergrond zijn Polyprimer of de watergedragen Idroprimer mogelijk; nieuw is Mapepur Rooftop Adhesive voor het verlijmen van isolatieplaten. In het kort • Verwerking zonder open vuur, met directe hechting. • Reproduceerbaar waterdichte overlappen met SEALLap®/FASTLap®. • Compleet assortiment voor damprem, onderlaag, toplaag en primers. Polyglass Netherlands ondersteunt met richtlijnen, windlasttabellen en projectbegeleiding. Polyglass biedt met ADESO® een gepatenteerde technologie met volledig zelfklevende bitumineuze daksystemen. Complete systeem5 nr. 3 Mei 2026 BOEi gaat aan de slag met Badpaviljoen Hindeloopen Herstel van het bouwvallige badpaviljoen uit 1913/1914 in het Friese Hindeloopen is in zicht, dankzij een gezamenlijke financiële inspanning van de Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeente Sûdwest Fryslân. Non-profitorganisatie BOEi kan waarschijnlijk nog dit jaar starten met de broodnodige restauratie. Het rijksmonument uit 1913 staat bij zowel inwoners als overheden en andere betrokkenen al jaren op de wensenlijst om aangepakt te worden, maar werd tot nu toe met geschillen en procedures omgeven. De huidige eigenaar Europarcs heeft aangegeven afstand van het pand te willen doen en het over te willen dragen aan een partij die verstand heeft van en ervaring heeft met het restaureren, onderhouden en exploiteren van dergelijke unieke incourante monumentale panden. Daarmee geeft ook Europarcs invulling aan haar verantwoordelijkheid en draagt bij in de redding van het paviljoen. Petra van den Akker, erfgoed-wethouder van Súdwest-Fryslân is opgetogen: “Het heeft de nodige energie gekost om alle partijen op één lijn te krijgen”, memoreert ze. “Maar het is fantastisch dat het ons toch gelukt is om de financiering rond te krijgen, waardoor dit bijzondere monument, dat ooit de Parel van de Zuiderzee werd genoemd, in oude luister kan worden hersteld.” De partijen provincie, gemeente en Wetterskip dragen elk 4 ton bij, wat dat totaal op 1,2 miljoen euro brengt. De overige financiering wordt bijgedragen door Europarcs, monumentensubsidie, fondsen en een eigen bijdrage van BOEi. De totale kosten van het herstel van het badpaviljoen zijn 2,9 miljoen euro. De aanpak van het herstel start waarschijnlijk nog eind dit jaar. De voortgang is afhankelijk van beperkingen vanuit het stormseizoen, aanbesteding en de bouwplanning. Bron: BOEi 90 huurwoningen in Roermond verduurzaamd door NLV en BAM Vastgoedvermogensbeheerder NLV heeft in samenwerking met BAM Wonen twee wooncomplexen in Roermond succesvol verduurzaamd. Het project, dat liep van september 2025 tot april 2026, zorgt voor comfortabelere en energiezuinigere woningen. De 90 huurwoningen verbeterden van gemiddeld energielabel B naar A++. De grootschalige verduurzaming sluit aan bij de bredere ambitie van NLV om bij te dragen aan toekomstbestendige woningen en leefomgevingen. Met de uitgevoerde werkzaamheden is het complex technisch voorbereid op een volgende stap richting Paris Proof. De uiteindelijke transitie naar een volledig gasloos gebouw zal plaatsvinden op het moment dat de huidige verwarmingsinstallaties aan vervanging toe zijn, naar verwachting binnen tien tot vijftien jaar. De verduurzaming bestond uit een samenhangend pakket aan maatregelen, gericht op het verbeteren van de energieprestatie en het binnenklimaat van de woningen. Zo zijn de woningen voorzien van HR++ beglazing, is de dakisolatie opgewaardeerd naar nieuwbouwniveau en zijn gevelpanelen vervangen door geïsoleerde, biobased varianten. Ook is de spouwmuur geïsoleerd en is het bestaande ventilatiesysteem vervangen door balansventilatie met CO₂-sturing. Daarnaast zijn per woning twee zonnepanelen geplaatst, die bijdragen aan een lagere energievraag. Bouwkundig grondig aangepakt Parallel aan de verduurzamingsmaatregelen is het complex bouwkundig grondig aangepakt. Zo zijn het schilderwerk, het metselvoegwerk en het hang- en sluitwerk volledig vernieuwd. Een in het oog springende verbetering is de vervanging van de oorspronkelijke asbesthoudende dakbedekking. Hiervoor is gekozen voor een duurzaam stalen dak, dat niet alleen een langere levensduur heeft, maar het gebouw ook een eigentijdse uitstraling geeft. Het project is gerealiseerd in de meerjarige samenwerking tussen NLV en BAM Wonen, waarbij ontwerp, uitvoering en bewonerscommunicatie nauw op elkaar zijn afgestemd. Deze integrale aanpak maakte het mogelijk om de verduurzamingsmaatregelen en het groot onderhoud gelijktijdig uit te voeren. Bron: BAM Wonen In de spotlight Product uitgelicht Producten
fujitsuclimate.nl Atlantic-Fujitsuis een merk van HET JUISTE COMFORT VOOR ELK SEIZOEN AIRCOHEATERS De nieuwe generatie AircoHeaters van Atlantic-Fujitsu Ervaar onze nieuwe generatie hoog aan de wand AircoHeaters met slimmere technologie, verbeterde efficiëntie en een eenvoudigere montage. Met Atlantic-Fujitsu zet je moeiteloos de stap naar een stiller en duurzamer klimaatcomfort, perfect afgestemd op elke ruimte. Wil jij weten welke AircoHeater het best past in jouw volgende project? Download de selectietabel en maak eenvoudig een slimme keuze! 6 nr. 3 Mei 2026 Actueel TNO ontwikkelt eerste flexibele zonnepanelen dakpan Onderzoekers van TNO hebben met succes een zogeheten perovskiet-zonnemodule op folie op een dakpan aangebracht. De flexibele dakpan-zonnemodule heeft ondanks de gebogen vorm, een energie- efficiëntie van 12,4%. Volgens het instituut is dit “een belangrijke stap om zonne-energie beter te integreren in de gebouwde omgeving. Zo ontstaat meer ruimte voor duurzame elektriciteitsopwekking, zonder extra beslag op landschap of infrastructuur.” De perovskiet-zonnemodule op buigzame folie is in samenwerking met ASAT B.V. aangebracht op een gebogen kunststof dakpan. Metingen laten zien dat het buigen van de module op de dakpan slechts een beperkt effect heeft op het rendement. De afzonderlijke modules haalden een energie-efficiëntie tot 13,8 procent. Na montage op een gebogen dakpan bleef 12,4 procent behouden. “Voor zover mij bekend is dit wereldwijd het eerste elektrisch werkende zonne-dakpanconcept op basis van flexibele perovskiet-zonnecellen”, stelt Ilker Dogan, senior scientist bij TNO Solar. Opschaalbaar Deze doorbraak is belangrijk omdat de gebruikte materialen en processen direct toepasbaar zijn in de industrie: ze werken onder normale omstandigheden en zijn geschikt voor maatwerk en grootschalige rollto‑roll productie van flexibele zonnefolies. TNO zegt hiermee de volledige ontwikkelroute te hebben doorlopen: van kleine testcellen in het lab tot flexibele modules van 10 bij 10 centimeter, tot uiteindelijk een perovskiet zonne-dakpan die direct toepasbaar is in de praktijk. “Zo kunnen daken en infrastructuur duurzame elektriciteit opwekken zonder concessies te doen aan ontwerp of esthetiek”, legt Roland Valckenborg uit, senior projectmanager bij TNO Solar. “Dat maakt het een belangrijke stap voor de verdere ontwikkeling van zonne-energie in de gebouwde omgeving.” Volgende stappen TNO werkt de komende periode verder aan het verbeteren van de levensduur, betrouwbaarheid en opschaalbaarheid van de technologie. Daarmee wordt de basis gelegd voor een volgende fase, waarin flexibele perovskiet-zonnemodules hun weg kunnen vinden naar commerciële toepassingen. TNO heeft 11 maart jl. de spin-out Perovion Technologies opgericht om deze commercialisatie mede te realiseren. De dakpan is het resultaat van samenwerking binnen het TNO Solar Programma, waarin expertise samenkomt op het gebied van materiaalontwikkeling, productietechnieken en testen. Het project is uitgevoerd met Nederlandse en Europese partners en ondersteunt de ambitie om de zonne-maakindustrie in Nederland en Europa te versterken. Bron: TNO advertentie
7 nr. 3 Mei 2026 Transformatie Ferro Offices in Merwe-Vierhavensgebied (M4H) Rotterdam voltooid Het voormalige hoofdkantoor van Ferro uit 1969 is door architectenbureau GROUP A, in opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam, opnieuw tot leven gebracht als werkplek voor havenpioniers die werken aan een duurzame haven. Met zijn duurzame ontwerp en verfijnde architectuur is Ferro Offices een visitekaartje voor de gebiedstransformatie van M4H en het bredere Rotterdam Makers District. Ferro Offices is de nieuwe thuisbasis voor ondernemers die durven vernieuwen en samen willen bouwen aan de toekomst van de haven op de thema’s energietransitie, nieuwe mobiliteit en circulariteit. Karakter behouden Het oorspronkelijke kantoorgebouw is volledig gestript tot aan het casco, dat als basis dient voor de herontwikkeling. Door deze bestaande structuur te behouden, is circa 75% minder CO₂ uitgestoten in vergelijking met volledige nieuwbouw. Daarmee laat Ferro Offices zien hoe hergebruik van gebouwen een sleutelrol speelt in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Karakteristieke elementen uit het oorspronkelijke gebouw zijn behouden en zorgvuldig gerestaureerd, waaronder glazen bouwstenen in de gevel en de monumentale natuurstenen trap met houten leuningen. De transformatie gaat verder dan hergebruik alleen. Dankzij de draagkracht van de bestaande constructie kon een extra verdieping worden toegevoegd boven op het bestaande volume, zonder ingrijpende, materiaalintensieve aanpassingen. De zuidgevel is teruggelegd waardoor terrassen op de kantoorvloeren ontstaan die buitenruimte – een bijzondere kwaliteit voor kantoren – en natuurlijke zonwering bieden. Het centrale atrium, met daarin een sculpturale trap, opent het gebouw van binnenuit en brengt daglicht diep het gebouw in. Tegelijkertijd markeert het de entree richting het Ferroplein. Deze ingreep geeft het gebouw een nieuwe oriëntatie en een eigentijdse uitstraling binnen het robuuste industriële landschap van M4H. Biobased en energiezuinig Duurzaamheid vormt de kern van het ontwerp. De gevel bestaat uit biobased materialen met houten lamellen die zoninstraling beperken en de behoefte aan mechanische koeling verminderen. Het gebouw is volledig gasloos, voorzien van zonnepanelen, voldoet aan de BENG-normen, heeft energielabel A++++ en BREEAM-NL Outstanding. Bron: Group A. Foto’s: Ferro/Sebastian van Damme. Actueel Bijna 100 woningen in Meppel en Hoogeveen flink verbeterd In Meppel en Hoogeveen worden tientallen woningen flink verbeterd, in samenwerking met de bewoners. De projecten maken deel uit van het vernieuwingsprogramma waarmee Woonconcept de komende jaren veel woningen verbetert en duurzamer maakt. Dat doet de woningcorporatie met SW vastgoedverbetering. In beide projecten worden woningen onderhouden en verduurzaamd. Zo worden onder andere daken, vloeren en gevels geïsoleerd, glas vervangen, ventilatie verbeterd en kozijnen, deuren en metselwerk aangepakt. Daarbij werkt Woonconcept nauw samen met de bewoners. Hun ervaringen en wensen worden meegenomen in de plannen via woonwensenonderzoeken. Tijdens de uitvoering zijn er informatiebijeenkomsten en bewonersbegeleiding, zodat bewoners weten wat zij kunnen verwachten en waar zij terechtkunnen met vragen. “Deze overeenkomsten markeren een belangrijk moment,” zegt Ard Hengeveld, teammanager vastgoedontwikkeling. “We zetten weer een concrete stap in onze ambitie om samen te werken aan goede woningen en fijne buurten. Dit is onderdeel van een groter programma om de komende drie jaar veel woningen te verbeteren.” Biobased dakisolatie Één van de projecten betreft 60 woningen in de Piersonstraat, Donker Curtiusstraat en Treubstraat in Meppel. De woningen, gebouwd in de jaren ’50, worden flink verbeterd door isolatie, vernieuwde ventilatie en onderhoud aan onder andere daken, glas en gevels. Het andere project zijn 32 woningen aan de Wethouder Robaardstraat, Holtienstraat en Wolfsbosstraat in Hoogeveen. Hier ligt de nadruk op het verbeteren van het binnenklimaat en het oplossen van vocht- en tochtproblemen. SW Vastgoedverbetering is verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderhoud van deze projecten. Hans Wortelboer, algemeen directeur: “We zijn trots op het vertrouwen dat Woonconcept ons geeft. Extra trots zijn we op de biobased dakisolatie in één van de projecten. Het is mooi dat Woonconcept deze ruimte geeft.” De voorbereidende werkzaamheden en woonwensonderzoeken zijn inmiddels gestart. De uitvoering begint in het voorjaar van 2026 en loopt door tot eind 2026. Bewoners worden gedurende het hele traject stap voor stap geïnformeerd over de planning en de werkzaamheden aan hun woning. Bron: Woonconcept
VENTISTONE BV • T 0344 - 68 00 00 • E INFO@VENTISTONE.NL • VENTISTONE.NL INVESTEER IN DUURZAME ZEKERHEID EN MAAK ONDERHOUD BEHEERSBAAR Met onze steenvezelprofielen beschermt u kozijnen tegen houtrot en verfgebreken. Permanente ventilatie houdt het hout droog, voorkomt houtrot en verlaagt onderhoudskosten tot 50%. Zo blijft de gevel jarenlang als nieuw. Maakt u de rekensom? Kies voor Ventistone! Wilnis - Utrecht - Noordwijk - contact@bluemink.nu Dé gevelspecialist voor het vinden van de oorzaak en het geven van de juiste oplossing U bent bij ons aan het juiste adres voor: ◆ Gevelinspecties ◆ Hersteladvisering ◆ Constructieberekeningen ◆ Projectbegeleidingen ◆ Producttrainingen ◆ Projectgarantie totalwall.nl T 088 - 111 25 25 ◆ info@totalwall.nl WORN WITH CONFIDENCE Sievi is de specialist als het aankomt op goede, comfortabele en duurzame veiligheiddsschoenen. De schoenen worden nog steeds geproduceerd in onze eigen fabrieken in Finland, hierdoor kunnen we kwaliteit, comfort en veiligheid daranderen. Neem nu de Cobra GT Roller High, dit model is voorzien van allerlei hoogwaardige oplossingen om uw werkdag zo comfortabel mogelijk te maken. Memory foam rondom de enkel voor extra stevigheid, Traction Pro® voor extra grip bij de gladde omstandigheden, BOA® sluiting om ze snel aan te trekken en GoreTex® om te zorgen dat je voeten droog blijven in de meest natte omstandigheden. Vraag erna bij jou schoenen leverancier of kijk op www.sievi.com/nl voor een dealer bij je in de buurt. 085 047 79 09 Info@pstgroep.nl Vriezenveen Onze website
9 nr. 3 Mei 2026 Column In elk nummer van RenovatieTotaal geeft dr.ir. Haico van Nunen zijn mening over een aspect van ‘de renovatiewereld’. Haico van Nunen is adviseur bij BouwhulpGroep en lector Duurzame Renovatie bij het kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam. Gezond vakmanschap De kwaliteit van woningen staat opnieuw volop in de belangstelling. Dit keer gaat het vooral over sociale huurwoningen, waar vocht- en schimmelproblemen zo hardnekkig blijken dat er inmiddels zelfs Tweede Kamervragen over worden gesteld. Dat is op zichzelf veelzeggend. Niet omdat het onderwerp geen aandacht verdient, maar juist omdat het pijnlijk blootlegt dat een gezonde woning kennelijk nog steeds niet vanzelfsprekend is. En dat zou het wel moeten zijn. Tegelijkertijd is er weinig nieuws onder de zon. De relatie tussen isolatie, luchtdichtheid en ventilatie is al decennialang bekend. Toen woningen vroeger (vóór 1950) nog écht slecht waren, volgde het binnenklimaat min of meer het buitenklimaat. Koud en vochtig buiten betekende koud en vochtig binnen. Comfort was beperkt, maar luchtverversing vond voortdurend plaats via naden en kieren. Sinds de energiecrisis (die van de jaren zeventig) zijn we woningen steeds beter gaan isoleren. Een logische en noodzakelijke stap. Alleen bracht die deze nieuwe oplossing ook nieuwe problemen met zich mee: ventilatie was geen toevallig bijeffect meer, maar een bewust ontworpen onderdeel van de woning met een duidelijke handleiding over hoe te gebruiken. Warmer wonen zonder gezonde luchtverversing is immers geen vooruitgang voor de gezondheid van de bewoner én zijn of haar energierekening. Dat inzicht is niet nieuw. We weten het al jaren. Juist daarom is het wrang dat het nog steeds misgaat. De oorzaak is niet mysterieus. De beoogde ventilatieprestaties worden in de praktijk lang niet altijd gehaald. Soms doordat systemen niet goed zijn ontworpen of aangebracht. Soms doordat bewoners ze niet goed gebruiken. Vaak door een combinatie van beide. Een rooster op de verkeerde plek zorgt voor koude, waarop de bewoner het dichtzet. En juist daar ligt de kern van de opgave voor de komende renovatierondes. Want veel van deze woningen moeten de komende jaren opnieuw worden aangepakt. Met de huidige aandacht voor energiekosten (energiecrisis ’26) en verduurzaming (Klimaatakkoord) neemt de druk toe om verder te isoleren, kieren te dichten en de warmtevraag verder terug te brengen. We sturen op woningen die geschikt zijn voor midden- of zelfs lage temperatuur verwarming. Dat vraagt om nog betere isolatie en nog hogere luchtdichtheid. Maar dan moet ventilatie niet als sluitpost worden behandeld. Vele overheidsprogramma’s sinds de jaren tachtig en negentig roepen steeds hetzelfde: een woningverbetering is geen optelsom van losse maatregelen. Nieuwe isolatie vraagt om keuzes over glas, kozijnen, kierdichting en ventilatievoorzieningen. Vervang je alleen het glas, of het hele kozijn? Pas je roosters toe of kies je mechanische ondersteuning? Is natuurlijke ventilatie nog voldoende, of is gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning noodzakelijk? En past dat systeem überhaupt in een bestaand gebouw? Dat zijn geen detailvragen, maar wezenlijke ontwerpbeslissingen waarbij uiteindelijk het volledige systeem de kwaliteit van de woning en voor de bewoner bepaalt. Natuurlijk is dat ingewikkeld. Bestaande bouw is altijd een puzzel. Maar juist daarom mogen we ons niet verschuilen achter complexiteit. Wie woningen verduurzaamt zonder integraal naar gezondheid, gebruik en prestaties te kijken, organiseert de volgende ronde problemen gewoon alvast mee. Een gezonde woning is geen luxe, geen toeval en geen politiek dossier. Het is simpelweg de ondergrens van goed vakmanschap. Renovatie naar toekomstbestendige woningen in Vlaardingen Woningcorporatie Waterweg Wonen en ERA Contour zijn in april gestart met de renovatie van 66 woningen aan de Kethelweg in Vlaardingen. Met deze renovatie worden de woningen niet alleen mooier, maar ook comfortabeler en klaar voor de toekomst, zodat bewoners er nog jarenlang prettig kunnen wonen. De werkzaamheden verbeteren zowel de duurzaamheid als het wooncomfort. De portieken krijgen een moderne uitstraling en de woningen worden beter geïsoleerd. Kunststof kozijnen worden vervangen door houten kozijnen met HR++ glas. Cv-ketels maken plaats voor warmtepompen en het ventilatiesysteem wordt individueel. Elke woning wordt aangesloten op 4 zonnepanelen. Nieuwe indeling Ook het wooncomfort neemt toe. De balkons aan de achterzijde worden vergroot en bewoners krijgen de mogelijkheid om te kiezen voor een nieuwe indeling. Met een grotere badkamer, een slaapkamer aan de achterzijde en de keuken en woonkamer worden samengevoegd tot één open leefruimte. De renovatie van de Kethelweg maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling MUWI1 in Babberspolder-Oost. Binnen dit programma vernieuwt of verbetert Waterweg Wonen circa 700 portiekflats en eengezinswoningen in het gebied tussen de Van Hogendorplaan, Kethelweg, Lobeliastraat en Meidoornstraat. Een deel van de woningen wordt vervangen door nieuwbouw, een ander deel wordt verbeterd. Samen met bewoners wordt gewerkt aan een fijne, betrokken gemeenschap en een buurt waar zij zich thuis voelen. KAW Architecten is verantwoordelijk voor het ontwerp van het gebouw en Boonstoppel Engineering verzorgt de installaties. Het is de bedoeling dat deze renovatie volgend jaar april is afgerond. Bron: Waterweg Wonen
ONVERSLAANBAAR ZELFKLEVEND POLYGLASS NETHERLANDS BV ADESO®: AL 25 JAAR HET BRANDVEILIGE CONCEPT VOOR ZELFKLEVENDE DAKSYSTEMEN ✓ Geen open vuur, snelle en zekere plaatsing, met zelfklevende overlappen ✓ Als dampscherm, onderlaag en toplaag inzetbaar in KOMO gecertificeerde daksystemen ✓ Inzetbaar in projecten met Verzekerde Projectgarantie ✓ Leverbaar als traditionele ELASTOFLEX SBS en POLYBOND / SPIDER APP dakbanen met gepatenteerde zelfklevende reactieve bitumencoating ✓ Volledig verkleefde onder- en toplagen voor extreem hoge prestaties en waterdichte plaatsing ✓ Nu ook leverbaar als ADESOSHIELD in dubbelzijdig zelfklevende uitvoering als onderlaag, dampremmende laag of waterdichte aansluiting van detaillering Meer info? www.polyglass.nl info@polyglass.nl 0343 - 59 50 10 Ontdek het assortiment zelfklevende bitumineuze waterdichte daksystemen. PolyglassAdeso239x175mmMEI2026.indd 1 16-04-2026 09:23 NELSKAMP.NL Met LIVINGROOF® kan een groendak voor het eerst ook eenvoudig worden toegepast op hellende daken met een hellingshoek van meer dan 25°. Waar traditionele oplossingen bij dergelijke dakhellingen vaak complexe ontwerp- en constructiemaatregelen vereisen, maakt Livingroof een eenvoudige en praktische uitvoering mogelijk. Dit is efficiënt, veilig en rendabel. Zo biedt Livingroof nieuwe mogelijkheden voor duurzame groendaken, ook op sterk hellende daken. VOORDELEN IN ÉÉN OOGOPSLAG Effectieve waterretentie – ontlast de riolering en afvoersystemen bij hevige regenval Natuurlijk microklimaat – verdampingskoeling vermindert warmteopbouw en hittestress in stedelijke gebieden Meer biodiversiteit – biedt een waardevolle leefomgeving voor insecten en planten, vooral in stedelijke gebieden Aantrekkelijke subsidiemogelijkheden – in veel steden en gemeenten financieel ondersteund Snelle en eenvoudige plaatsing – wordt gebruiksklaar geleverd voor een efficiënte installatie NELSKAMP LIVINGROOF®: MEER GROEN VOOR HET HELLENDE DAK.
11 nr. 3 Mei 2026 Dakpotentiescan 0.5 helpt gebouweigenaren om meer uit bestaande daken te halen De druk op de gebouwde omgeving neemt toe. Steden moeten vergroenen, regenwater beter opvangen, duurzame energie opwekken én prettige leefomgevingen creëren. Tegelijkertijd ligt er op miljoenen vierkante meters bestaande daken nog onbenut potentieel. Om dat inzichtelijk te maken ontwikkelden Wageningen University en Research en adviesbureau Merosch samen met kennisplatform voor de gebouwde omgeving TVVL en het Rijksvastgoedbedrijf gezamenlijk de Dakpotentiescan 0.5: een praktische tool die vastgoedeigenaren helpt om kansen op het dak sneller te herkennen. Auteur: Harmen Weijer. Volgens Arnold van ’t Veld van Merosch is het initiatief ontstaan vanuit een duidelijke behoefte in de markt. “We merkten dat er veel ambities zijn rondom multifunctionele daken, maar dat er in de stap van wens naar realisatie ook veel plannen sneuvelen. Dan is er enthousiasme, maar ontbreekt het aan overzicht of aan een eerste handelingsperspectief.” De oorsprong van de scan ligt bij de TVVL-werkgroep Blauw Groen Bewust Bouwen Community, waarin verschillende marktpartijen samenwerken aan kennisontwikkeling rond toekomstbestendige daken. Vanuit die expertgroep ontstond de wens om iets tastbaars te maken voor gebouweigenaren. Van ’t Veld: “In eerste instantie heette het nog de beslisboom Blauwgroene daken. Het idee was simpel: iemand vult een aantal gegevens in en krijgt vervolgens een advies. In de verdere ontwikkeling is dat uitgegroeid tot de Dakpotentiescan.” Praktisch hulpmiddel Daarmee is de tool nadrukkelijk geen theoretisch model, maar een praktisch hulpmiddel voor de dagelijkse vastgoedpraktijk. De scan richt zich op bestaande gebouwen. Dat kunnen woningen zijn, maar net zo goed kantoren, scholen, zorginstellingen of logistieke panden. “We maken daarin geen onderscheid. Een dak is een dak”, zegt Van ’t Veld. De tool brengt in beeld welke functies een bestaand dak kan vervullen. Daarbij kijkt de scan naar vier hoofdthema’s: waterberging, biodiversiteit en groen, energieopwekking, en sociale functies, zoals verblijfsruimte of daktuinen. Eerste fase In de eerste fase vult de gebruiker enkele eenvoudige gegevens in die vaak direct bekend zijn, zoals daktype, constructie en hellingshoek. Op basis daarvan laat de scan in fase 2 zien welke toepassingen kansrijk zijn. “Als je een stalen of hellend dak hebt, zijn de mogelijkheden anders dan bij een betonnen plat dak. Dat soort verschillen maakt de tool meteen inzichtelijk”, aldus Van ’t Veld. Juist het combineren van functies maakt de scan interessant voor renovatieprojecten. Een dak hoeft niet meer slechts één doel te dienen. Van ’t Veld: “Je kunt op één dak energie opwekken, water bergen, vergroenen en een sociale functie toevoegen. Soms doe je dat letterlijk boven elkaar, soms naast elkaar.” Denk aan zonnepanelen boven een groen dak, een daktuin met verblijfsplekken of waterretentie onder andere dakfuncties. Volgens Van ’t Veld gaat het minder om kosten stapelen en meer om waarde stapelen. “Als je functies combineert, gebruik je hetzelfde oppervlak meerdere keren. Je baten nemen dan toe.” Logisch moment De tool is bedoeld voor gebouweigenaren die bij renovatie- en verduurzamingstrajecten nadenken over slim en multifunctioneel gebruik van het dak. Wanneer een dak toch wordt aangepakt, ontstaat zo een logisch moment om breder te kijken. “Bij grotere organisaties worden gebouwen vaak al gescand op energie, materialen of klimaatrisico’s. Dan past deze scan daar goed bij”, zegt Van ’t Veld. Van ’t Veld noemt woningcorporaties expliciet als doelgroep. Hij sprak al met een aantal corporaties die de tool willen testen. “Zij hebben vaak duurzaamheidsdoelen en willen tegelijk buurten vergroenen. Dan is het dak een logische plek om kansen te benutten.” Ook het Rijksvastgoedbedrijf ziet perspectief. Volgens Van ’t Veld bestaat daar de wens om de scan op termijn mee te nemen bij renovatieprojecten. Versie 0.5 De huidige versie heet bewust 0.5. Het gaat om een testversie die nu in de markt wordt gevalideerd. “Wij hebben als ontwikkelteam een tool gemaakt, waarvan we denken dat het werkt. Dan is het verstandig om eerst met gebruikers te testen: lopen ze tegen gekke dingen aan, missen er onderdelen, of zitten er nog gaten in?” De eerste reacties tijdens de eerste presentatie begin april waren volgens Van ’t Veld al positief kritisch. “Mensen gaven bruikbare feedback, maar vooral ook: fijn dat er eindelijk iets concreets komt wat we kunnen gebruiken.” Voor de definitieve versie staan nog meerdere wensen op de agenda. Zo willen gebruikers graag weten wat maatregelen kosten en opleveren. Dat zit nu nog beperkt in de tool. “We onderzoeken nog hoe we dat goed kunnen vormgeven. Op dat vlak zijn er al bestaande platformen en kennisbronnen, zoals het Nationale Dakenplan en andere dakdatatools. We kijken of daarop kunnen aansluiten.” De huidige versie draait in Excel. “Voor de toekomst wordt ook gedacht aan een webapplicatie. In dat geval kan de huidige Excelversie als prototype worden gebruikt om scherp te krijgen wat gebruikers nodig hebben.” 2.0-versie Van ’t Veld sluit zelfs een latere 2.0-versie niet uit. “Als het aanslaat en gebruikers behoefte hebben aan extra functionaliteit, bouwen we graag door.” De testfase loopt volgens Van ’t Veld tot eind mei 2026. Daarna worden reacties verwerkt. De verwachting is dat versie 1.0 voor of rond het einde van de zomer van 2026 publiek beschikbaar komt. “Dan kan iedereen hem gebruiken via de website van TVVL zonder dat ze mij eerst hoeven te mailen.” Maar voor geïnteresseerde gebouweigenaren, die de 0.5-tool willen testen, is dat nu nog wel de bedoeling: a.vantveld@merosch.nl. Meer info: https://tvvl.nl/project/dakpotentiescan De tool brengt in beeld welke functies een bestaand dak kan vervullen. Daarbij kijkt de scan naar vier hoofdthema’s: waterberging, biodiversiteit en groen, energieopwekking, en sociale functies, zoals verblijfsruimte of daktuinen. Bron: Merosch. Thema Dakrenovatie Tijdens de Klimaattop Gebouwde Omgeving 2025 bekrachtigden TVVL, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), Wageningen University & Research (WUR) en Merosch hun samenwerking met de ondertekening van de Dakpotentiescan Deal. Dat leidde uiteindelijk tot de huidige eerste tool. Foto: KTGO.
12 nr. 3 Mei 2026 Thema Dakrenovatie: Biobased dakrenovatie Biobased dakrenovatie schuift op van niche naar nieuwe norm “Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico” Biobased bouwen werd jarenlang vooral gezien als iets voor voorlopers, idealisten en pioniers. Interessant, en vooral sympathiek, maar niet direct iets voor de grote renovatiepraktijk waarin planning, budget en uitvoerbaarheid leidend zijn. Toch verschuift dat beeld nu snel, zeker bij dakrenovatie. Daar liggen de kansen letterlijk voor het oprapen, zo leggen Marjet Rutten en Rick Ebbers van Building Balance uit. Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: Building Balance Building Balance is het nationale programma van de overheid om biobased bouwen op te schalen. Het programma richt zich op de hele keten, van land tot pand, stelt Marjet Rutten. “Er wordt inmiddels voldoende materiaal geteeld om te verwerken tot bouwproducten, de grootste prioriteit is nu de structurele vraag goed te borgen. Kortom: opschalen in de bouwsector. En hellende daken zijn het laaghangende fruit als je met biobased aan de slag gaat. Daar is eigenlijk alles al voor uitgezocht: certificering, brandtesten, kosten, detailleringen. Het kan gewoon.” Dat is zeer relevant voor een sector die de komende jaren honderdduizenden woningen gaat verduurzamen. Want wie het dak aanpakt, pakt vaak direct een van de grootste warmtelekken van de woning aan. Om dat biobased te doen, is echter nog lang niet gemeengoed. Anderzijds is het ook niet zo dat biobased dakrenovatie onbekend terrein is voor de sector, stelt Rutten. “Wij verwachten dit jaar 10.000 daken biobased te renoveren in Nederland. Dus ik zou dat niet onbekend willen noemen. En we hebben op dit moment ook al 261 bedrijven, overheden en instellingen die hun commitment hebben uitgesproken om te gaan voldoen aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Het gaat om 80 woningcorporaties, 14 onderaannemers zoals isolatiebedrijven, 52 renovatiebedrijven, 27 nieuwbouwbedrijven, 25 gemeenten en waterschappen en 63 architecten en adviseurs. Dat is een flinke kopgroep.” Maar, zo erkent Rutten, de uitdaging ligt inmiddels een stapje verder. Dus niet meer bij de innovators die het al doen, maar bij de veel grotere groep bedrijven en opdrachtgevers die nog niet ervaren zijn. Dat betekent dat woningcorporaties, vastgoedbeheerders, onderhoudsbedrijven en aannemers hun standaard werkwijze moeten verbreden. Niet alleen sturen op tijd en geld, maar ook op materiaalkeuze, CO₂-impact en toekomstbestendigheid. Dat dit voor terughoudendheid zorgt in de bouw- en renovatiesector, begrijpt Rutten wel. “In de bouw sturen we traditioneel op tijd en geld. Iets anders doen dan je gewend bent, vraagt aanpassing in de organisatie. Dat is logisch. Maar juist daarom moet het makkelijk worden gemaakt, en organiseren we de komende maanden op 5 plekken in Nederland praktijkgerichte kennissessies.” (zie kader) Indak en opdak Bij biobased dakrenovatie gaat het volgens Building Balance grofweg om twee oplossingen. De eerste is renovatie van binnenuit, waarbij isolatie aan de binnenzijde of in de dakconstructie wordt aangebracht. De tweede is renovatie aan de buitenzijde: het zogenoemde opdaksysteem, waarbij boven op de bestaande constructie een nieuwe schil wordt opgebouwd. “Het is ongeveer fifty-fifty wat we dit jaar zien tussen indak en opdak”, aldus Rutten. “Welke oplossing het best past, hangt af van de woning, de staat van het dak, de planning uit het MJOP en de gewenste energetische sprong. Als bijvoorbeeld dakpannen toch al vervangen moeten worden, ontstaat vaak een logisch renovatiemoment voor het gehele dak.” Het is ook niet dat biobased isoleren een modieuze vondst van deze tijd is. Eeuwenlang werd immers gebouwd met materialen uit de directe omgeving: stro, riet, houtvezels, vlas en leem. Daarna nam de fossiele industrie het over. Nu keert de sector eigenlijk weer terug naar natuurlijke grondstoffen, maar dan industrieel ontwikkeld en technisch onderbouwd. “We herontdekken het weer”, zegt Rick Ebbers. “Voor de olie was er niets anders. Toen werd ook al geïsoleerd met materialen van het land. Alleen doen we het nu wel professioneler. Stro wordt nu onder hoge druk geperst, luchtdichting is beter en de detaillering is veel verder ontwikkeld.” Beren op de weg Zoals bij elke nieuwe standaard zijn er vragen en de beruchte beren op de weg. Kosten, brandveiligheid, vocht, levensduur, ongedierte en extra gewicht op de constructie worden vaak als eerste genoemd. Ebbers kent de lijst inmiddels uit zijn hoofd. En volgens hem zijn veel bezwaren oplosbaar of inmiddels achterhaald, en dus ‘schiet’ hij die ‘beren graag van de weg’. “Materialen hebben gewicht, dat klopt. Maar we zien ook dat er vaak wordt overgedimensioneerd. Hele dikke pakketten toevoegen is lang niet altijd doelmatig. Bij veel renovaties is een Rc-waarde rond 4 à 4,5 al een logisch optimum. Daarboven neemt de extra energiewinst beperkt toe, terwijl kosten en belasting op de constructie verder oplopen.” Brandveiligheid is een ander terugkerend thema. Veel biobased materialen hebben als los product een andere brandklasse dan minerale alternatieven. Maar dat zegt volgens Ebbers niet alles. “Je past materialen immers nooit los toe, maar altijd in een constructie. Met de juiste afwerkplaten voldoet zo’n opbouw gewoon aan de regelgeving en is het ook echt brandveilig.” Vocht vraagt altijd aandacht bij dakrenovatie, ongeacht het gekozen materiaal. Toch ziet Ebbers juist voordelen. “Biobased materialen kunnen vocht opnemen en ook weer afgeven. Dat maakt dampopen bouwen mogelijk. Mits je de opbouw goed ontwerpt, kan dat juist sterk werken.” Voor platte Wie het dak aanpakt, pakt vaak direct een van de grootste warmtelekken van de woning aan. Om dat biobased te doen, is echter nog lang niet gemeengoed. Het is wel sterk in opkomst, want alleen dit jaar verwacht Building Balance dat er 10.000 daken biobased worgen gerenoveerd. Een belangrijk argument vóór biobased renoveren ligt buiten de bouwplaats: in het landschap. Veel grondstoffen kunnen in Nederland groeien, zoals graanstro.
13 nr. 3 Mei 2026 daken ligt het ingewikkelder. Daar blijft de vochtbelasting groter en vraagt de opbouw meer zorgvuldigheid. Daarom richt de huidige marktontwikkeling zich nadrukkelijk eerst op hellende daken. “Dit najaar komen we met kennissessies voor platte daken.” Ook naar levensduur is onderzoek gedaan. “We hebben woningen geopend die 50 tot 100 jaar geleden met natuurlijke materialen waren geïsoleerd. Dat materiaal bleek nog verrassend goed.” Lokale grondstoffen Een belangrijk argument vóór biobased renoveren ligt buiten de bouwplaats: in het landschap. Veel grondstoffen kunnen in Nederland groeien. Denk aan graanstro, hennep en vlas. “Je kunt CO₂ vastleggen in het gewas en vervolgens langdurig opslaan in gebouwen”, zegt Ebbers. Rutten noemt vooral stro en hennep kansrijk. “Graanstro telen we al enorm veel in Nederland, en vindt vaak zijn weg naar veevoer. Wij gebruiken de stengel, niet het graan; dat gaat als voer naar beesten. En hennep groeit supersnel, het heeft een groeicyclus van 100 dagen. Bovendien is het een rustgewas voor landbouwers, want het verbetert de bodem.” Daarmee ontstaat tegelijkertijd een nieuw verdienmodel voor boeren. Minder afhankelijk van traditionele bulkproductie, meer richting hoogwaardige grondstoffen voor de bouw. Nog niet alle verwerkingscapaciteit staat in Nederland. Voor sommige producten wordt nu nog gekeken naar Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Frankrijk. Maar dat verandert zodra de vraag structureel wordt. “Een fabriek bouwen kost al snel tientallen miljoenen euro’s”, zegt Rutten. “Die investering doe je pas als je zeker weet dat de afzet er structureel is.” Daarom richt Building Balance zich momenteel vooral op opdrachtgevers en uitvoerders. Als corporaties en renovatiebedrijven standaard gaan uitvragen, volgt de industrie vanzelf. Subsidie Voor corporaties en grotere renovatieprojecten speelt ook financiering zeker mee. Daarom wijst Rutten op bestaande subsidiemogelijkheden. “We hebben vanuit de MEER-regeling € 10 miljoen subsidie beschikbaar, wat neerkomt op € 4.000,- per dak. En dat is bij een project van 100 woningen toch 4 ton. Het is wellicht niet allesbepalend binnen een totale renovatiesom, maar wel degelijk relevant voor businesscases.” En ten slotte belangrijk voor de markt: bedrijven hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden. “We hebben de grote generieke bottlenecks al laten onderzoeken”, zegt Rutten. “Brand, kosten, Rc-waardes, plaagdieren, bouwdetails: we hebben werkelijk voor alles documentatie beschikbaar, en bovendien met alle keurmerken van de DGMR’s en de Niemans in Nederland. Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico.” Kennissessies biobased dakrenovatie Tijdens 5 kennissessies geven bouw- en renovatie-experts van Building Balance, zoals Rick Ebbers, praktijkgericht informatie om een hellend dak biobased te verduurzamen. Het gaat onder andere over: kansen en keuzes bij renovatie (IN- en OP-dak); bouwdetails, constructie, planning en kosten; certificering en beschikbare testen; samenwerking in de keten. Ook over aansluiting op de biobased keten in de regio en het landelijk kennisprogramma DÂK komt aan de orde. De sessies vinden plaats in Echt (19 mei), Utrecht (28 mei), Oosterwolde (Frl.) (4 juni), Deventer (11 juni) en Colijnsplaat (1 juli). Meer info: https://buildingbalance.eu/agenda/. De tweede oplossing is renovatie aan de buitenzijde: het zogenoemde opdaksysteem, waarbij boven op de bestaande constructie een nieuwe schil wordt opgebouwd. Dat gebeurt meestal prefab in de fabriek. Bij biobased dakrenovatie gaat het volgens Building Balance grofweg om twee oplossingen. De eerste is renovatie van binnenuit, waarbij isolatie aan de binnenzijde of in de dakconstructie wordt aangebracht. De prefab-dakonderdelen gaan in grote onderdelen naar de bouwplaats, waar ze op de bestande woningen geplaatst worden.
14 nr. 3 Mei 2026 Thema Dakrenovatie: BIT-project BIT-collector wint warmte waar én wanneer je het niet verwacht “We wilden een warmtecollector die het juist in de winter doet” Wie naar het dak van een woning kijkt, ziet steeds vaker zonnepanelen. Logisch, want elektriciteit opwekken is zichtbaar en direct rendabel. Maar volgens Alexander Schiebroek van Energiedak zit daar ook een beperking. “Zonnepanelen doen het fantastisch in de zomer, maar precies op de momenten dat je de energie nodig hebt – in de winter en ’s nachts – leveren ze niets. Dat vond ik altijd een gemis.” Dat geldt niet voor thermische collectoren, en dus ging Schiebroek aan de slag met zijn vaste kennis- en ontwikkelpartners TNO en TU/e. Het resulteerde in een innovatie die inmiddels de naam Build-In Thermal collector (BIT-collector) draagt. Geen zichtbaar paneel op het dak, maar een thermische collector die juist verborgen zit: onder dakpannen, onder terrastegels, achter gevels en zelfs achter zonnepanelen. En belangrijker: het is een warmtewisselaar die ook bij lage buitentemperaturen energie blijft leveren. Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: Energiedak/TNO De oorsprong van de BIT-collector ligt bij het al bestaande Energiedak-concept. “Wij zitten al jaren in het vak met een warmtecollector die onder platte dakbedekking ligt”, vertelt Alexander Schiebroek. “Maar de realiteit is dat platte daken steeds meer worden vol gelegd met PV. Daardoor kwam ons systeem een beetje in de verdrukking en gingen we op zoek naar een oplossing die daar geen last van heeft. ” Die zoektocht bracht hem opnieuw in contact met bekende partners uit eerdere onderzoeksprojecten, de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en TNO. “We werken al jaren samen in wisselende consortia. Je weet wat je aan elkaar hebt en kunt snel schakelen. Met de TU/e zijn we gaan schetsen: wat moet er anders aan onze collector om tot een nieuw type te komen met een sterk verbeterd rendement?” Meten Het resultaat was een onderzoeksproject dat begin 2023 van start ging. Vanaf het begin was duidelijk dat meten cruciaal zou worden. Voor het meetwerk werd gebruikgemaakt van de SolarBEAT-faciliteit in Eindhoven (zie kader), waar TNO uitgebreide testopstellingen heeft. Roland Valckenborg van TNO legt uit waarom dat zo belangrijk is: “Je kunt heel veel modelleren, maar uiteindelijk moet je het systeem één-op-één in de praktijk meten. Dan kom je altijd dingen tegen die je niet had verwacht.” De systematische aanpak begon met een nulmeting, uitgevoerd onder winterse omstandigheden met het bestaande Energiedak. Een jaar later werd de inmiddels ontwikkelde BIT-collector onder identieke omstandigheden getest. “We meten met vaste debieten, verschillende invoertemperaturen en onder allerlei weerscondities: regen, wind, vorst. Dat moet ook, want de performance van zo’n systeem verandert continu”, aldus Valckenborg. Die praktijkmetingen leverden cruciale inzichten op. Zoals over ijsvorming, een van de grote onzekerheden bij dit type systemen. “Er is eigenlijk verrassend weinig bekend over ijsvorming bij dit soort collectoren”, zegt Valckenborg. “In berekeningen wordt vaak uitgegaan van een veiligheidsfactor, bijvoorbeeld dat de prestatie terugvalt naar 85%. Maar uit onze metingen bleek dat het effect van ijsvorming veel kleiner is dan gedacht.” Schiebroek vult aan: “We zagen dat ijsvorming vaak beperkt bleef tot het begin van de collector, waar de vloeistof het koudst is. Verderop trad het nauwelijks op. Dat was voor ons een belangrijke bevestiging dat het systeem ook onder winterse omstandigheden blijft functioneren.” Warmte uit koude lucht De kern van de BIT-collector is eenvoudig, en tegelijk vernieuwend. Het systeem is een warmtewisselaar die fungeert als bron voor een water/ water-warmtepomp, vergelijkbaar met een bodemlus, maar dan zonder dat hij in de bodem zit. “Wij zitten eigenlijk tussen een lucht/water warmtepomp en water/water warmtepomp in”, legt Schiebroek uit. “Er gaat waterglycol door de collector, maar de energie halen we uit de omgevingslucht. Alleen doen we dat passief, zonder buitenunit met ventilatoren. De collector ligt gewoon in de constructie en wisselt daar warmte uit. Volkomen geluidloos.” Een ander groot verschil met traditionele systemen zit in het moment van energieopwekking. “Wij richten ons juist op de winter en de nacht”, zegt Schiebroek. “Als het buiten vriest, gaan wij met een nog koudere vloeistof door de collector. Maar zelfs dan hebben we een goede delta T, dus temperatuurverschil waar we energie uit halen.” Volgens Valckenborg zit daar ook de technische uitdaging. “Je moet dimensioneren op de slechtste omstandigheden: koude nachten in de winter. Als je dat goed doet, presteert het systeem de rest van het jaar vanzelf beter.” Integratie in bestaande bouwdelen Ook van belang bij de ontwikkeling was de mogelijkheid om de BIT-collector te De BIT-collector kan onder terrastegels en achter gevels worden geïnstalleerd.
www.renovatietotaal.nlRkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=