RenovatieTotaal 3 - 2026

13 nr. 3 Mei 2026 daken ligt het ingewikkelder. Daar blijft de vochtbelasting groter en vraagt de opbouw meer zorgvuldigheid. Daarom richt de huidige marktontwikkeling zich nadrukkelijk eerst op hellende daken. “Dit najaar komen we met kennissessies voor platte daken.” Ook naar levensduur is onderzoek gedaan. “We hebben woningen geopend die 50 tot 100 jaar geleden met natuurlijke materialen waren geïsoleerd. Dat materiaal bleek nog verrassend goed.” Lokale grondstoffen Een belangrijk argument vóór biobased renoveren ligt buiten de bouwplaats: in het landschap. Veel grondstoffen kunnen in Nederland groeien. Denk aan graanstro, hennep en vlas. “Je kunt CO₂ vastleggen in het gewas en vervolgens langdurig opslaan in gebouwen”, zegt Ebbers. Rutten noemt vooral stro en hennep kansrijk. “Graanstro telen we al enorm veel in Nederland, en vindt vaak zijn weg naar veevoer. Wij gebruiken de stengel, niet het graan; dat gaat als voer naar beesten. En hennep groeit supersnel, het heeft een groeicyclus van 100 dagen. Bovendien is het een rustgewas voor landbouwers, want het verbetert de bodem.” Daarmee ontstaat tegelijkertijd een nieuw verdienmodel voor boeren. Minder afhankelijk van traditionele bulkproductie, meer richting hoogwaardige grondstoffen voor de bouw. Nog niet alle verwerkingscapaciteit staat in Nederland. Voor sommige producten wordt nu nog gekeken naar Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië en Frankrijk. Maar dat verandert zodra de vraag structureel wordt. “Een fabriek bouwen kost al snel tientallen miljoenen euro’s”, zegt Rutten. “Die investering doe je pas als je zeker weet dat de afzet er structureel is.” Daarom richt Building Balance zich momenteel vooral op opdrachtgevers en uitvoerders. Als corporaties en renovatiebedrijven standaard gaan uitvragen, volgt de industrie vanzelf. Subsidie Voor corporaties en grotere renovatieprojecten speelt ook financiering zeker mee. Daarom wijst Rutten op bestaande subsidiemogelijkheden. “We hebben vanuit de MEER-regeling € 10 miljoen subsidie beschikbaar, wat neerkomt op € 4.000,- per dak. En dat is bij een project van 100 woningen toch 4 ton. Het is wellicht niet allesbepalend binnen een totale renovatiesom, maar wel degelijk relevant voor businesscases.” En ten slotte belangrijk voor de markt: bedrijven hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden. “We hebben de grote generieke bottlenecks al laten onderzoeken”, zegt Rutten. “Brand, kosten, Rc-waardes, plaagdieren, bouwdetails: we hebben werkelijk voor alles documentatie beschikbaar, en bovendien met alle keurmerken van de DGMR’s en de Niemans in Nederland. Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico.” Kennissessies biobased dakrenovatie Tijdens 5 kennissessies geven bouw- en renovatie-experts van Building Balance, zoals Rick Ebbers, praktijkgericht informatie om een hellend dak biobased te verduurzamen. Het gaat onder andere over: kansen en keuzes bij renovatie (IN- en OP-dak); bouwdetails, constructie, planning en kosten; certificering en beschikbare testen; samenwerking in de keten. Ook over aansluiting op de biobased keten in de regio en het landelijk kennisprogramma DÂK komt aan de orde. De sessies vinden plaats in Echt (19 mei), Utrecht (28 mei), Oosterwolde (Frl.) (4 juni), Deventer (11 juni) en Colijnsplaat (1 juli). Meer info: https://buildingbalance.eu/agenda/. De tweede oplossing is renovatie aan de buitenzijde: het zogenoemde opdaksysteem, waarbij boven op de bestaande constructie een nieuwe schil wordt opgebouwd. Dat gebeurt meestal prefab in de fabriek. Bij biobased dakrenovatie gaat het volgens Building Balance grofweg om twee oplossingen. De eerste is renovatie van binnenuit, waarbij isolatie aan de binnenzijde of in de dakconstructie wordt aangebracht. De prefab-dakonderdelen gaan in grote onderdelen naar de bouwplaats, waar ze op de bestande woningen geplaatst worden.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=