RenovatieTotaal 3 - 2026

17 nr. 3 Mei 2026 De voorkant van het recent verschenen boek over ‘Leien en leibedekking’. Het boek is volledig in te zien en te bestellen op https://www.restauratiecentrum.nl/ boeken. Bouwhistorie Materiaalkennis (4) – Leien In de volle breedte van de Monumentenzorg is kennis van (historische) materialen onontbeerlijk. De bouwhistoricus zal materiaalkennis vooral inzetten voor het herkennen en dateren van materialen. De bouwkundig inspecteur voor het herkennen van materialen en de daarbij behorende schademechanismen. En de (gespecialiseerde) restauratieaannemer om op een technisch juiste en historisch verantwoorde wijze te kunnen restaureren. In dit vierde artikel over materiaalkennis gaan we in op de inhoud van het recent verschenen boek ‘Leien en leibedekking’ en hoe technische en historische kennis over leien een belangrijke bijdrage kan leveren aan bouwhistorisch onderzoek. Auteur: Willard van Reenen, bouwhistoricus en docent. Met het recent verschenen boek ‘Leien en leibedekking’ hebben de auteurs de volle breedte van de monumentenzorg willen bedienen. Het boek is niet alleen bedoeld voor leidekkers, maar ook voor andere doelgroepen, om meer inzicht te geven aan degenen die onderhouds- en restauratieplannen maken en laten uitvoeren. Denk aan architecten, adviseurs, projectleiders, werkvoorbereiders en calculators. Een tweede doelgroep zijn gemeentes die vergunningen verlenen en toezicht houden. Een derde doelgroep zijn inspecteurs bouwkundig erfgoed en monumentenwachters. En de vierde doelgroep zijn de bouwhistorici. In dit artikel gaat het over bouwhistorische aspecten van leien daken als handvatten voor bouwhistorici en daarnaast natuurlijk iedereen die met leien daken in aanraking komt. Meerwaarde Kennis van techniek en veroudering van leibedekking geeft een meerwaarde aan bouwhistorisch onderzoek. Zo kan bijvoorbeeld aan een te flauwe of te sterke stijglijn bij een Rijndekking nooit een bouwhistorische waarde toegekend worden, omdat er een 1-op-1 relatie is tussen de dakhelling en hoe sterk de stijglijn stijgt. Dit is al eerder besproken in deze rubriek en wel in het nummer van mei vorig jaar en terug te lezen op https://vanreenen-bouwhistorie.nl/expertview/. Dit geldt ook voor een verkeerde dekrichting en andere technische zaken om een leien dak volgens de huidige norm en goed vakmanschap aan te brengen. Technisch juist, visueel fraai en historisch verantwoord Dat een leibedekking technisch juist moet worden aangebracht, zal iedereen begrijpen. Toch zijn in het verleden hierin fouten gemaakt. Zo heeft bijvoorbeeld de kerk van Tricht met de restauratie van 1922-’27 een nieuw leien dak gekregen. Het betrof een Rijndekking die volgens een foto uit 1950 op het zuidelijk dakvlak met een verkeerde dekrichting en een veel te steile stijglijn is uitgevoerd, met het gevolg dat er al snel problemen kwamen door lekkages. Mede hierdoor is in de jaren ’70 een volgende restauratie uitgevoerd waarbij de complete leibedekking is vervangen. Dus z’n vijftig jaar na de vorige restauratie, terwijl een lei als goed gekwalificeerd wordt als deze minstens 80 jaar meegaat. Dezelfde foto uit 1950 laat bij inzoomen zien dat er een Rijndekking-­ sjabloon is toegepast. Een leibedekking waarbij elke lei even groot is, dit in tegenstelling tot Rijndekking-Oudduits waarvan de leien een verschillende breedte en hoogte hebben. Rijndekking-sjabloon, dus met allemaal even grote leien, is een 19de-eeuwse uitvinding. Zo rond het midden van de 19e eeuw komt de Rijndekking-sjabloon op de markt. Dan is de vraag of op een kerk als die van Tricht, daterend uit de eerste helft van de 16e eeuw, historisch gezien een Rijndekking-sjabloon hoort. Met de restauratie in de jaren ’70 is met het vervangen van de leibedekking de juiste dekrichting en stijglijn aangehouden en is er een Rijndekking-Oudduits aangebracht. Onder visueel fraai wordt bij een leibedekking verstaan goed en strak aanbrengen, bij Maasdekking op torenspitsen werken vanuit een hartlijn en een Rijndekking uitvoeren met begin- en eindorten. Dit laatste is niet alleen fraai, maar ook historisch juist en kan ook bijdragen aan een technisch goed dak. Ontwikkelingen Het boek geeft ruim aandacht aan de historische ontwikkeling van leien daken. Met name in de 19e eeuw gebeurt er veel. Er komen nieuwe leivormen op de markt, niet alleen Rijndekking-sjabloon, maar ook allerlei leivormen bij Maasdekking. Bij de neostijlen, met name neogotiek en neorenaissance, wordt er door architecten gespeeld met leivormen en leikleuren op daken, waardoor allerlei patronen ontstaan. Dit zijn belangrijke noties waar rekening mee gehouden kan/moet worden bij bouwhistorisch onderzoek. Omdat leien een beperktere levensduur hebben dan gevels van baksteen of natuursteen, hebben we meestal niet meer te maken met de oorspronkelijke leibedekking uit de eerste bouwfase. Mijn ervaring is dat daken in de loop van de tijd steeds ‘kaler’ worden. Ornamentiek en historische details verdwijnen, maar ook kenmerkende leivormen en leipatronen. Wanneer bij een neogotische kerk de paarse leien van weleer met een restauratie worden vervangen door blauwgrijze leien, dan is dat te betreuren. Paarse leien in Maasdekking, al dan niet met een specifieke leivorm en leipatronen, werden bewust toegepast als onderdeel van de architectuur. Gereedgekomen reconstructie van de leibedekking in een patroon met blauwe en paarse leien op de Rk. St.-Vituskerk in Hilversum. Foto: K. Boeder. De kerk van Tricht. De foto is genomen in 1950. Foto: RCE, doc.nr. 41.202. Bij een bouwhistorisch onderzoek van een met leien gedekt gebouw komt er nog wel wat bij kijken om de leien daken met primaire (lood)aansluitingen bouwhistorisch te onderzoeken. Op de foto is een deel van de Rk. St.-Bavo in Haarlem te zien. Foto: W.G. van Reenen

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=