14 nr. 3 Mei 2026 Thema Dakrenovatie: BIT-project BIT-collector wint warmte waar én wanneer je het niet verwacht “We wilden een warmtecollector die het juist in de winter doet” Wie naar het dak van een woning kijkt, ziet steeds vaker zonnepanelen. Logisch, want elektriciteit opwekken is zichtbaar en direct rendabel. Maar volgens Alexander Schiebroek van Energiedak zit daar ook een beperking. “Zonnepanelen doen het fantastisch in de zomer, maar precies op de momenten dat je de energie nodig hebt – in de winter en ’s nachts – leveren ze niets. Dat vond ik altijd een gemis.” Dat geldt niet voor thermische collectoren, en dus ging Schiebroek aan de slag met zijn vaste kennis- en ontwikkelpartners TNO en TU/e. Het resulteerde in een innovatie die inmiddels de naam Build-In Thermal collector (BIT-collector) draagt. Geen zichtbaar paneel op het dak, maar een thermische collector die juist verborgen zit: onder dakpannen, onder terrastegels, achter gevels en zelfs achter zonnepanelen. En belangrijker: het is een warmtewisselaar die ook bij lage buitentemperaturen energie blijft leveren. Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: Energiedak/TNO De oorsprong van de BIT-collector ligt bij het al bestaande Energiedak-concept. “Wij zitten al jaren in het vak met een warmtecollector die onder platte dakbedekking ligt”, vertelt Alexander Schiebroek. “Maar de realiteit is dat platte daken steeds meer worden vol gelegd met PV. Daardoor kwam ons systeem een beetje in de verdrukking en gingen we op zoek naar een oplossing die daar geen last van heeft. ” Die zoektocht bracht hem opnieuw in contact met bekende partners uit eerdere onderzoeksprojecten, de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en TNO. “We werken al jaren samen in wisselende consortia. Je weet wat je aan elkaar hebt en kunt snel schakelen. Met de TU/e zijn we gaan schetsen: wat moet er anders aan onze collector om tot een nieuw type te komen met een sterk verbeterd rendement?” Meten Het resultaat was een onderzoeksproject dat begin 2023 van start ging. Vanaf het begin was duidelijk dat meten cruciaal zou worden. Voor het meetwerk werd gebruikgemaakt van de SolarBEAT-faciliteit in Eindhoven (zie kader), waar TNO uitgebreide testopstellingen heeft. Roland Valckenborg van TNO legt uit waarom dat zo belangrijk is: “Je kunt heel veel modelleren, maar uiteindelijk moet je het systeem één-op-één in de praktijk meten. Dan kom je altijd dingen tegen die je niet had verwacht.” De systematische aanpak begon met een nulmeting, uitgevoerd onder winterse omstandigheden met het bestaande Energiedak. Een jaar later werd de inmiddels ontwikkelde BIT-collector onder identieke omstandigheden getest. “We meten met vaste debieten, verschillende invoertemperaturen en onder allerlei weerscondities: regen, wind, vorst. Dat moet ook, want de performance van zo’n systeem verandert continu”, aldus Valckenborg. Die praktijkmetingen leverden cruciale inzichten op. Zoals over ijsvorming, een van de grote onzekerheden bij dit type systemen. “Er is eigenlijk verrassend weinig bekend over ijsvorming bij dit soort collectoren”, zegt Valckenborg. “In berekeningen wordt vaak uitgegaan van een veiligheidsfactor, bijvoorbeeld dat de prestatie terugvalt naar 85%. Maar uit onze metingen bleek dat het effect van ijsvorming veel kleiner is dan gedacht.” Schiebroek vult aan: “We zagen dat ijsvorming vaak beperkt bleef tot het begin van de collector, waar de vloeistof het koudst is. Verderop trad het nauwelijks op. Dat was voor ons een belangrijke bevestiging dat het systeem ook onder winterse omstandigheden blijft functioneren.” Warmte uit koude lucht De kern van de BIT-collector is eenvoudig, en tegelijk vernieuwend. Het systeem is een warmtewisselaar die fungeert als bron voor een water/ water-warmtepomp, vergelijkbaar met een bodemlus, maar dan zonder dat hij in de bodem zit. “Wij zitten eigenlijk tussen een lucht/water warmtepomp en water/water warmtepomp in”, legt Schiebroek uit. “Er gaat waterglycol door de collector, maar de energie halen we uit de omgevingslucht. Alleen doen we dat passief, zonder buitenunit met ventilatoren. De collector ligt gewoon in de constructie en wisselt daar warmte uit. Volkomen geluidloos.” Een ander groot verschil met traditionele systemen zit in het moment van energieopwekking. “Wij richten ons juist op de winter en de nacht”, zegt Schiebroek. “Als het buiten vriest, gaan wij met een nog koudere vloeistof door de collector. Maar zelfs dan hebben we een goede delta T, dus temperatuurverschil waar we energie uit halen.” Volgens Valckenborg zit daar ook de technische uitdaging. “Je moet dimensioneren op de slechtste omstandigheden: koude nachten in de winter. Als je dat goed doet, presteert het systeem de rest van het jaar vanzelf beter.” Integratie in bestaande bouwdelen Ook van belang bij de ontwikkeling was de mogelijkheid om de BIT-collector te De BIT-collector kan onder terrastegels en achter gevels worden geïnstalleerd.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=