15 nr. 3 Mei 2026 integreren in bestaande bouwdelen. Hij moet passen onder dakpannen, achter gevelpanelen en in prefab elementen. Schiebroek: “Denk aan de ruimte tussen dakpanlatten of achter gevelbekleding. Daar zit vaak al een geventileerde spouw. Die benutten wij.” Dat maakt het systeem bij uitstek geschikt voor renovatie, maar ook voor prefab toepassingen. “In fabrieken waar complete dakelementen worden gemaakt, kun je de BIT-collector eenvoudig integreren. Dan hijs je hem in één keer mee het dak op”, aldus Schiebroek. Daarnaast biedt het systeem flexibiliteit. Het kan onder zonnepanelen worden geplaatst, zonder directe koppeling. “Dat is een groot voordeel”, zegt Valckenborg. “Je hebt twee onafhankelijke systemen. Gaat er iets mis met de PV, dan heeft dat niets met de BIT te maken, en andersom.” Gelijkwaardigheidsverklaring Een belangrijke mijlpaal in het project was het verkrijgen van een gelijkwaardigheidsverklaring. Dat was geen vanzelfsprekend proces, weten Schiebroek en Valckenborg als geen ander. “Normaal wordt altijd de combinatie van bron en warmtepomp beoordeeld”, legt Valckenborg uit. “Wij wilden juist de collector zelfstandig laten certificeren. Dat is nieuw en daarom kostte dat enige tijd en moeite om dat beoordeeld te krijgen bij certficeringsinstantie BCRG.” De uitgebreide metingen van TNO op SolarBEAT zijn geanalyseerd en verwerkt volgens de ISO 9806. “Dit levert zogenaamde collectorcurve constantes op. Deze werden vervolgens met behulp van modelering door externe expertise geschikt gemaakt om de BIT-collector als zelfstandige bron te kwalificeren”, aldus Valckenborg. “Dat betekent dat we niet gebonden zijn aan één type warmtepomp”, vult Schiebroek hem aan. “We kunnen nu voor elke woning of utiliteitsgebouw de benodigde oppervlakte bepalen op basis van de warmtevraag, wat de deur opent naar brede toepassing. We rekenen gewoon uit: wat is de energievraag, welk vermogen heb je nodig en hoeveel collectoroppervlak hoort daarbij. Dat is heel schaalbaar.” Eerste reacties De eerste reacties uit de markt zijn volgens Schiebroek positief – en soms verrassend. “De eerste klant die ik de BIT liet zien, was een architect. Die zei meteen: zonde om hem te verstoppen, ik wil hem als gevelbekleding.” Dat leidde tot nieuwe toepassingen. Geanodiseerde varianten in verschillende kleuren worden inmiddels getest. “Hoe donkerder de kleur, hoe beter de opbrengst. Dus esthetiek en performance kunnen hier samenkomen”, aldus Schiebroek. Ook woningcorporaties tonen interesse. In Eindhoven wordt bijvoorbeeld door een woningstichting gekeken naar toepassing in bestaande woningen. “Ze hebben afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het isoleren van veel van hun duizenden huurwoningen en ze willen nu de installaties aanpakken. De BIT-collector is voor iedere warmtepomp te plaatsen en is dus een alternatief voor de bodemlussen of buitenunits van warmtepompen. Wij komen precies op het juiste moment, zo gaven ze al aan, want ze staan op het moment keuzes te maken voor wat voor soort oplossing ze kiezen”, zegt Schiebroek. De vraag is hoe uniek de innovatie is. Schiebroek is daar nuchter over. “Het principe is lastig te patenteren. Het is in de basis een warmtewisselaar. Maar de kracht zit in de details zoals koppelingen, en in de toepassing.” Valckenborg ziet vooral de opgebouwde kennis als voordeel. “We hebben een volledig seizoen gemeten en veel praktijkervaring opgedaan. Dat geeft een voorsprong van zeker twee jaar op eventuele concurrenten.” Netbewust bouwen mogelijk En Schiebroek geeft als uitsmijter dat een van de prefab woningen waar de BIT-collector gebruikt gaat worden – van RxDOMI (zie kader) - netbewust gebouwd wordt. “Dat betekent dat de woning maximaal 4 kW aan vermogen krijgt. De BIT-collector met juiste warmtepomp helpt daarbij, zodat het net niet wordt belast en woningbouw gewoon kan doorgaan.” De Build-In Thermal (BIT) collector is een thermische collector die verborgen zit onder bijvoorbeeld dakpannen. Praktijkproject in Eindhoven De eerste concrete toepassing in de markt van de BIT-collector vindt plaats in woonwijk LivingLab 040 in Eindhoven, waar een prefab houten woning wordt gerealiseerd door RxDOMI. In dit project wordt de collector niet verborgen, maar juist zichtbaar toegepast als design gevelbekleding. Het systeem wordt over de volledige hoogte van de gevel geplaatst en dient als bron van de warmtepompinstallatie. De woning fungeert als demonstratieproject waarin prestaties in de praktijk worden gemonitord. Volgens Alexander Schiebroek van Energiedak is dit project belangrijk: “Hier kunnen we laten zien wat het systeem doet in een echte woning, met echte bewoners. Dat is de volgende stap na de testfaciliteit.” De verwachting is dat de resultaten uit dit project richtinggevend zullen zijn voor verdere opschaling, zowel in de prefabsector als in renovatieprojecten. SolarBEAT: meten in de praktijk De SolarBEAT-faciliteit in Eindhoven speelt een centrale rol in de ontwikkeling van de BIT-collector. SolarBEAT staat voor Solar Building Elements Application Testing en is een samenwerking van TNO en Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) om het hele jaar rond 24/7 gebouwgeïntegreerde zonne-energieproducten en -systemen te testen, zowel voor het opwekken van stroom als warmte. Voor de BIT-collector betekent dit dat prestaties zijn vastgelegd onder uiteenlopende weerscondities: van regen en wind tot vorst en sneeuw. Die data vormen de basis voor certificering en toepassing in de praktijk, stelt Roland Valckenborg van TNO. “Je kunt niet alles modelleren. Pas buiten, in echte omstandigheden, zie je hoe een systeem zich gedraagt. Dat is precies wat SolarBEAT mogelijk maakt.” Meer info: www.tno.nl/solarbeat. Het is een warmtewisselaar die ook bij lage buitentemperaturen energie blijft leveren. Bij eigenaar Alexander Schiebroek van Energiedak is afgelopen februari de eerste echte demo geplaatst onder het pannendak. Omdat de winter net voorbij was, zijn de gegevens nog niet helemaal up to date. De paar zeer koude dagen in februari lieten zien dat het systeem heel goed werkt in de winter, zelfs met sneeuw op het dak. Ook onder zonnepanelen – indak of opdak – is de dunne warmtewisselaar goed te plaatsen.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=