12 nr. 3 Mei 2026 Thema Dakrenovatie: Biobased dakrenovatie Biobased dakrenovatie schuift op van niche naar nieuwe norm “Hellende daken kun je gewoon biobased uitvoeren zonder onnodig risico” Biobased bouwen werd jarenlang vooral gezien als iets voor voorlopers, idealisten en pioniers. Interessant, en vooral sympathiek, maar niet direct iets voor de grote renovatiepraktijk waarin planning, budget en uitvoerbaarheid leidend zijn. Toch verschuift dat beeld nu snel, zeker bij dakrenovatie. Daar liggen de kansen letterlijk voor het oprapen, zo leggen Marjet Rutten en Rick Ebbers van Building Balance uit. Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: Building Balance Building Balance is het nationale programma van de overheid om biobased bouwen op te schalen. Het programma richt zich op de hele keten, van land tot pand, stelt Marjet Rutten. “Er wordt inmiddels voldoende materiaal geteeld om te verwerken tot bouwproducten, de grootste prioriteit is nu de structurele vraag goed te borgen. Kortom: opschalen in de bouwsector. En hellende daken zijn het laaghangende fruit als je met biobased aan de slag gaat. Daar is eigenlijk alles al voor uitgezocht: certificering, brandtesten, kosten, detailleringen. Het kan gewoon.” Dat is zeer relevant voor een sector die de komende jaren honderdduizenden woningen gaat verduurzamen. Want wie het dak aanpakt, pakt vaak direct een van de grootste warmtelekken van de woning aan. Om dat biobased te doen, is echter nog lang niet gemeengoed. Anderzijds is het ook niet zo dat biobased dakrenovatie onbekend terrein is voor de sector, stelt Rutten. “Wij verwachten dit jaar 10.000 daken biobased te renoveren in Nederland. Dus ik zou dat niet onbekend willen noemen. En we hebben op dit moment ook al 261 bedrijven, overheden en instellingen die hun commitment hebben uitgesproken om te gaan voldoen aan de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Het gaat om 80 woningcorporaties, 14 onderaannemers zoals isolatiebedrijven, 52 renovatiebedrijven, 27 nieuwbouwbedrijven, 25 gemeenten en waterschappen en 63 architecten en adviseurs. Dat is een flinke kopgroep.” Maar, zo erkent Rutten, de uitdaging ligt inmiddels een stapje verder. Dus niet meer bij de innovators die het al doen, maar bij de veel grotere groep bedrijven en opdrachtgevers die nog niet ervaren zijn. Dat betekent dat woningcorporaties, vastgoedbeheerders, onderhoudsbedrijven en aannemers hun standaard werkwijze moeten verbreden. Niet alleen sturen op tijd en geld, maar ook op materiaalkeuze, CO₂-impact en toekomstbestendigheid. Dat dit voor terughoudendheid zorgt in de bouw- en renovatiesector, begrijpt Rutten wel. “In de bouw sturen we traditioneel op tijd en geld. Iets anders doen dan je gewend bent, vraagt aanpassing in de organisatie. Dat is logisch. Maar juist daarom moet het makkelijk worden gemaakt, en organiseren we de komende maanden op 5 plekken in Nederland praktijkgerichte kennissessies.” (zie kader) Indak en opdak Bij biobased dakrenovatie gaat het volgens Building Balance grofweg om twee oplossingen. De eerste is renovatie van binnenuit, waarbij isolatie aan de binnenzijde of in de dakconstructie wordt aangebracht. De tweede is renovatie aan de buitenzijde: het zogenoemde opdaksysteem, waarbij boven op de bestaande constructie een nieuwe schil wordt opgebouwd. “Het is ongeveer fifty-fifty wat we dit jaar zien tussen indak en opdak”, aldus Rutten. “Welke oplossing het best past, hangt af van de woning, de staat van het dak, de planning uit het MJOP en de gewenste energetische sprong. Als bijvoorbeeld dakpannen toch al vervangen moeten worden, ontstaat vaak een logisch renovatiemoment voor het gehele dak.” Het is ook niet dat biobased isoleren een modieuze vondst van deze tijd is. Eeuwenlang werd immers gebouwd met materialen uit de directe omgeving: stro, riet, houtvezels, vlas en leem. Daarna nam de fossiele industrie het over. Nu keert de sector eigenlijk weer terug naar natuurlijke grondstoffen, maar dan industrieel ontwikkeld en technisch onderbouwd. “We herontdekken het weer”, zegt Rick Ebbers. “Voor de olie was er niets anders. Toen werd ook al geïsoleerd met materialen van het land. Alleen doen we het nu wel professioneler. Stro wordt nu onder hoge druk geperst, luchtdichting is beter en de detaillering is veel verder ontwikkeld.” Beren op de weg Zoals bij elke nieuwe standaard zijn er vragen en de beruchte beren op de weg. Kosten, brandveiligheid, vocht, levensduur, ongedierte en extra gewicht op de constructie worden vaak als eerste genoemd. Ebbers kent de lijst inmiddels uit zijn hoofd. En volgens hem zijn veel bezwaren oplosbaar of inmiddels achterhaald, en dus ‘schiet’ hij die ‘beren graag van de weg’. “Materialen hebben gewicht, dat klopt. Maar we zien ook dat er vaak wordt overgedimensioneerd. Hele dikke pakketten toevoegen is lang niet altijd doelmatig. Bij veel renovaties is een Rc-waarde rond 4 à 4,5 al een logisch optimum. Daarboven neemt de extra energiewinst beperkt toe, terwijl kosten en belasting op de constructie verder oplopen.” Brandveiligheid is een ander terugkerend thema. Veel biobased materialen hebben als los product een andere brandklasse dan minerale alternatieven. Maar dat zegt volgens Ebbers niet alles. “Je past materialen immers nooit los toe, maar altijd in een constructie. Met de juiste afwerkplaten voldoet zo’n opbouw gewoon aan de regelgeving en is het ook echt brandveilig.” Vocht vraagt altijd aandacht bij dakrenovatie, ongeacht het gekozen materiaal. Toch ziet Ebbers juist voordelen. “Biobased materialen kunnen vocht opnemen en ook weer afgeven. Dat maakt dampopen bouwen mogelijk. Mits je de opbouw goed ontwerpt, kan dat juist sterk werken.” Voor platte Wie het dak aanpakt, pakt vaak direct een van de grootste warmtelekken van de woning aan. Om dat biobased te doen, is echter nog lang niet gemeengoed. Het is wel sterk in opkomst, want alleen dit jaar verwacht Building Balance dat er 10.000 daken biobased worgen gerenoveerd. Een belangrijk argument vóór biobased renoveren ligt buiten de bouwplaats: in het landschap. Veel grondstoffen kunnen in Nederland groeien, zoals graanstro.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=