Hét platform voor de renovatiesector ACTUEEL Renovatie vuurtoren Lange Jaap in Den Helder 7 PROJECT ‘Back to the future’ in Haagse wijk Mosveen 18 THEMA VSK+E Nominaties VSK+E Awards in 4 categorieën 29 NUMMER 1 | JAARGANG 16 | JANUARI 2026 Onderzoek W/E Adviseurs: “Meer en betere vloerisolatie nodig” Pag. 9 Thema: Isolatie & vakbeurs VSK+E
Meer weten over onze perfecte verduurzamingsoplossingen? Kijk op binnenbeginthet.nl Verwarmen en Ventileren onder één dak ATAG Verwarming en Brink Climate Systems bundelen hun krachten. Twee sterke Nederlandse merken die elkaar perfect aanvullen. Samen sterk in klimaatoplossingen
3 nr. 1 Januari 2026 COLOFON RenovatieTotaal is een onafhankelijke informatiebron en verschijnt 6 maal per jaar. RenovatieTotaal gaat over renovatie, restauratie, herbestemming, onderhoud, op- en aanbouwen en alles wat met de bestaande bouw te maken heeft. Jaargang 16, nummer 1, januari 2026 Uitgever Hugo Arends (0570) 861007 E-mail: hugo@handelsuitgaven.nl Hoofdredactie Harmen Weijer redactie@renovatietotaal.nl Redactie Shendell Benilia, Frank de Groot, Joop van Vlerken Medewerkers Haico van Nunen, Willard van Reenen Marketing & Communicatie Maxime Wendt (0570) 768642 E-mail: maxime@handelsuitgaven.nl Advertenties Tom Sotthewes (0570) 654660 E-mail: tom@handelsuitgaven.nl Kim Lieuwen (0570) 768641 E-mail: kim@handelsuitgaven.nl. Abonnementen Mirjam Nijbroek (0570) 861009 E-mail: mirjam@handelsuitgaven.nl Ontwerp en Opmaak Create-by, Zutphen www.create-by.nl Cover Onderzoek W/E Adviseurs: “Meer en betere vloerisolatie nodig” (pag. 9) Druk Rodi Rotatiedruk RenovatieTotaal is een uitgave van Nederlandse HandelsUitgaven BV Postbus 2273, 7420 AG Deventer Keulenstraat 8J, 7418 ET Deventer Tel. 0570 – 861009 E-mail: mirjam@handelsuitgaven.nl Copyright Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder de nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is zorgvuldig en naar het beste weten samengesteld. Uitgever en auteurs kunnen echter niet instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, als gevolg van handelingen of beslissingen die op deze informatie zijn gebaseerd. Redactioneel Nieuwe jaar Met de start van elk nieuw jaar wensen we elkaar ieder jaar weer een fantastisch jaar toe. Uiteraard doe ik dat ook op deze plek aan u als lezer. Ik wil er nog aan toevoegen, dat ik u ook een ‘geïsoleerd’ jaar wens. En dat bedoel ik niet in de zin van apart staan van anderen, maar ik wens diegenen die een slecht geïsoleerd huis wonen, meer isolatie toe. Warm in de winter, koeler in de zomer, en dat is allebei echt nodig voor meer comfort, lagere energierekening en energie- en CO2-besparend. Dat dit voor zo’n 2,5 miljoen huizen nog niet het geval is, is best wel schokkend. Gelukkig zitten we niet stil, want sinds 2024 is het Nationaal Isolatieprogramma van start gegaan. Vorig jaar is door 340 van 342 Nederlandse gemeenten een subsidieaanvraag gedaan en gehonoreerd, zodat € 674 miljoen subsidies voor isolatiemaatregelen op lokaal niveau worden besteed. Dat staat gelijk aan het geisoleerd krijgen van circa 0,5 miljoen huizen, met de nadruk op de minst geïsoleerde woningen (energielabel E, F, G). Daar hebben we er in Nederland nog steeds 1,5 miljoen van! Om het doel van 2,5 miljoen huizen van voldoende isolatie te voorzien in 2030 zullen we dus nog wel tempo moeten maken. Maar als je ziet dat in heel veel steden (waaronder Amsterdam) dit jaar subsidierondes zijn voor particulieren om hun huizen te isoleren, dan heb ik wel goede hoop dat we in ieder geval in de buurt van die 2,5 miljoen woningen komen. Nu is het toch wel een klein addertje onder het gras, spreekwoordelijk dan, want je kunt beter spreken van ‘onder de vloer’. Want vloerisolatie, zo blijkt uit onderzoek van W/E adviseurs in opdracht van Urgenda, is een ondergeschoven kindje in de wereld van isolatiemaatregelen. En dat terwijl met de komst van veel meer warmtepompen er vaker gebruikt wordt gemaakt van lage temperatuurverwarming, en dat is meestal vloerverwarming. Dat vraagt ook om vloerisolatie, want je wil niet dat de warmte naar beneden wegvloeit. Lees op pag 9 meer daarover. Het is misschien niet het meest sexy onderwerp, maar laten we 2026 uitroepen tot Isolatiejaar. Nog meer aandacht betekent nog meer tempo en dan zitten we er niet alleen warmpjes bij, maar ook in de zomer een stukje koeler. Harmen Weijer Hoofdredacteur RenovatieTotaal Reageren? redactie@renovatietotaal.nl In dit nummer Thema Isolatie: Onderzoek W/E Adviseurs: “Meer en betere vloerisolatie nodig” 9 Thema VSK+E 2026 Brede vakbeurs brengt uitgebreid kennisprogramma 21 Installaties Speuren naar verborgen energielekken via energiemonitoring 30 4 Actueel 7 Column 13 Project: Studentenflat in voormalig datacenter 17 OudNieuw 18 Transformatie: ‘Back to the future’ in Mosveen 22 VSK+2026: Innovatie in badkamer 25 VSK+2026: FHI Gebouwautomatisering met paviljoen 29 VSK+2026: Nominaties VSK+E Awards 32 Installatienieuws 34 Cursussen & Opleidingen i.s.m. TVVL 37 Productoverzicht XL 39 Productoverzicht
4 nr. 1 Januari 2026 Koplopers versnellen circulair staalsysteem in de bouwsector Tijdens officiële kick-off van Circulaire Staalketen Nederland, die onlangs plaatsvond bij Van Ee Staalspecialisten, committeerden 14 koplopers uit de Nederlandse staal- en bouwsector zich aan het gezamenlijk opschalen van een economisch rendabele en circulaire staalketen. Er zijn daarbij concrete afspraken gemaakt om hergebruik van staal landelijk te versnellen. Circulaire Staalketen Nederland is een initiatief van Oost NL, uitgevoerd onder de vlag van BOOST Smart Industry. Met het programma wordt invulling gegeven aan de regionale en nationale ambitie om grondstofefficiënt te werken, CO₂-uitstoot te reduceren en nieuwe circulaire businessmodellen te ontwikkelen. Landelijke matchings- en databank DuSpot fungeert hierbij als onafhankelijke kennisplatform en ondersteunt de keten met datagedreven matching, kwaliteitsborging, procesinrichting en samenwerking. Uit de gedeelde projecten en casussen werd duidelijk dat er grote kansen liggen voor gestructureerd vraag en aanbod van donorstaal. Dit is hoogwaardig herbruikbaar staal dat opnieuw kan worden ingezet in utiliteitsbouw, infra en gebiedsontwikkeling. De komende periode brengen wij samen met de ketenpartners de beschikbare volumes, kwaliteiten en toepassingsmogelijkheden van donorstaal in kaart met behulp van DuSpot. Doel is het ontwikkelen van een economisch circulair model waarin diverse staalprofielen – voorzien van NTA-gekeurde kwaliteitsverklaringen – veilig, transparant en op schaal hergebruikt kunnen worden in nieuwe projecten De ketenpartners zijn: ADS Groep, IJzerleeuw, HP Staal, Swanenberg, Vlietjonge, Dura Vermeer, BAM, Heijmans, Buiting Staal, Visser Staal, Van Ee Staalspecialisten, Scheffer Groep, Adex Groep en Kamphuis Sloopwerken. Toepassingen al gedaan Circulair staal wordt al op enige schaal toegepast. Donorstaal werd bijvoorbeeld door Dura Vermeer succesvol ingezet bij projecten zoals de Passerelle Zwolle (2025), in samenwerking met gemeente Zwolle en ProRail en bij de vervanging van de spoorbrug Witte Paarden (2021), waarbij het bouwbedrijf samen met Buiting Staalbouw staal uit de Zeesluis IJmuiden een tweede leven gaven. Ook bij andere projecten wordt hergebruikt staal benut. Voor het REC-P gebouw van de UvA (2023) en bij basisschool De Kameleon in Haarlemmermeer (2024) werd door Dura Vermeer de oude staalconstructie van de lokalen behouden en gedeeltelijk hergebruikt staal toegepast door Blijleven. Daarnaast zette Dura Vermeer Urban Miner donorstaal in bij de vernieuwbouw van twee Eindhovense scholen: het Lorentz Casimir Lyceum (2024) en de Avignonlaan (2021). Bron: Dura Vermeer 46 rijksmonumenten ontvangen subsidie voor restauratie De provincie Noord-Holland heeft bijna € 5 miljoen subsidie verdeeld voor de restauratie van 46 rijksmonumenten. Met de subsidie wil de provincie het behoud van rijksmonumenten in Noord-Holland via restauratie stimuleren. Gedeputeerde Jelle Beemsterboer: “Monumenten zijn een tastbare herinnering aan onze geschiedenis en geven plekken hun eigenheid. Daarom vinden we het belangrijk om dit erfgoed te behouden en door te geven aan volgende generaties. Met deze subsidie ondersteunt de provincie eigenaren en beheerders bij het behoud, de restauratie en het onderhoud van monumenten. Zo zorgen we er samen voor dat ons erfgoed ook in de toekomst zichtbaar en beleefbaar blijft.” Vanwege de vele aanvragen dit jaar is het subsidiebedrag met € 300.000 verhoogd. Van de in totaal 60 aanvragen zijn er 46 gehonoreerd (pdf). Zo is subsidie gegeven voor de restauratie van onder andere de buitenplaats Beeckestijn, kasteel De Nederhorst en de ruïne van Brederode. Verspreid over Noord-Holland worden molens en kerken ondersteund. Andere voorbeelden zijn de restauratie van de rijksmonumentale panden zoals het Westfries Museum en de Beurs van Berlage. Ook het kleine grafmonument van Oscar Carré op Zorgvlied in Amsterdam ontvangt een bijdrage. De provincie geeft aan het belangrijk te vinden dat rijksmonumenten behouden blijven en toegankelijk zijn voor het publiek. De financiële ondersteuning bij restauratie en herbestemming draagt hieraan bij. Daarnaast zorgt het ook voor werkgelegenheid en het behoud van ambacht en vakmanschap. De provincie let hierop bij de verdeling van de subsidiegelden, waarvan een deel van het Rijk afkomstig is. Noord-Holland telt ruim 14.000 rijksmonumenten, waarvan ongeveer 4100 niet oorspronkelijk als woonhuis zijn gebouwd. Daarnaast zijn er zo’n 500 provinciale monumenten en enkele duizenden gemeentelijke monumenten, waarvoor de provincie ook subsidies beschikbaar stelt. Bron: Provincie Noord-Holland Actueel
5 nr. 1 Januari 2026 Slimme aansturing van hybride warmtepompen helpt tegen netcongestie op laagspanningsnet Een groot deel van een woonwijk voorzien van hybride warmtepompen zónder dat het stroomnet hoeft te worden verzwaard: in het Drentse Dalen is dit concept succesvol getest door een consortium van Enablemi, Enexis, Intergas, Inversable, Samen Energie Neutraal, Technische Universiteit Eindhoven en Voorstroom. Binnen het pilotproject DACSHW werden honderd hybride warmtepompen bij huishoudens collectief en centraal aangestuurd, om te onderzoeken of op deze manier de capaciteit en flexibiliteit van het lokale stroomnet beter kan worden benut. De groei van (hybride) warmtepompen, laadpalen en elektrische apparaten zorgt voor toenemende belasting van het lokale stroomnet. Het stroomnet raakt steeds voller en er dreigt op sommige plekken zelfs overbelasting. In Dalen is aangetoond dat het laagspanningsnet aanzienlijk kan worden ontlast door de slimme en centrale aansturing van hybride warmtepompen. Het resulteerde in 10 tot 25% reductie van de avondpiek. Deze resultaten zijn specifiek voor deze wijk en testopzet – met circa 40% deelnemende huishoudens. Bram Gerrist, Directeur Innovatie & Ontwikkeling bij Enexis: “De pilot in Dalen toont aan dat het stroomnet beter wordt benut en dat op piekmomenten het lokale stroomnet wordt ontlast zonder dat bewoners comfort verliezen. Hierdoor kan een eventuele netuitbreiding worden uitgesteld of mogelijk zelfs worden voorkomen. Iets wat zowel de maakbaarheid van de energietransitie als de betaalbaarheid voor de bewoners ten goede komt”. Comfort en duurzaamheid voor bewoners De hybride warmtepompen worden automatisch en centraal aangestuurd, waarbij bewoners altijd inspraak houden in het verwarmingsproces door middel van een comfortknop (‘opt-out’). Slechts een beperkte groep bewoners maakte hier gebruik van, wat het vertrouwen in het systeem benadrukt. Louis Visser, Manager Innovatie bij Intergas; “Door de prestaties van hybride warmtepompen in DACS-HW te optimaliseren, minimaliseren we het risico op netoverbelasting. Bewoners zien tegelijk het voordeel: meer dan zeventig procent minder gasverbruik voor verwarming. Dit resulteert direct in een lagere energierekening en een reductie in CO2-uitstoot.” Innovatie en transparantie Binnen de pilot wordt gewerkt met metingen, aanstuurscenario’s en dataverzameling via een opensource cloudplatform. Zowel data uit slimme meters en warmtepompen, als netdata worden veilig uitgelezen en transparant gedeeld, met volledige borging van privacy. De piekreductie lag tussen de 10 en 25 procent, afhankelijk van de gekozen aansturingsmethoden en wensen van bewoners. Succesvolle energietransitie vraagt naast technologische vooruitgang om actief draagvlak en betrokkenheid van bewoners. In Dalen heeft veertig procent van de huishoudens deelgenomen aan de pilot, mede dankzij de transparante samenwerking en het tastbare duurzame resultaat. De ervaringen en resultaten bieden een waardevolle basis om deze innovatieve aanpak verder door te ontwikkelen en mogelijk uit te rollen naar andere wijken en gemeenten, en zo samen te werken aan een stabieler, zuiniger en toekomstbestendig energiesysteem. Dit project is uitgevoerd met subsidie van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), binnen de MOOI-subsidieronde 2022. Bron: DACS-HW NRP roept op tot “sneller, meer en duurzamer woningen toevoegen” De woningen en werkplekken van de toekomst staan er al. Door onze bestaande voorraad beter te benutten, kunnen we het woningtekort sneller en duurzamer oplossen. Het is de kern van de petitie ‘Sneller, meer en duurzamer woningen toevoegen’, dat het Nationaal Renovatie Platform (NRP), namens een netwerk van meer dan 2.700 organisaties eind vorig jaar heeft aangeboden aan de Commissie VRO van de Tweede Kamer. De petitie is een oproep voor integrale samenwerking, waarin nieuwbouw, transformatie, renovatie én herbestemming elkaar en andere opgaven versterken. De wooncrisis, energietransitie, vergrijzing, de druk op zorg, leefbaarheid en klimaat kunnen we niet oplossen met nieuwbouw alleen, zo stelt het NRP in zijn rapport. “Dat is te traag, te duur en drukt te zwaar op milieu en mens. Door de bestaande gebouwen beter te benutten, besparen we ruimte, materialen, energie én kostbare tijd in het oplossen van deze urgente maatschappelijke opgaven. Dat vraagt om een andere aanpak, waarbij systemen, regels en processen moeten worden ingericht op het beter gebruiken van wat we al hebben. Zo kunnen we het woningtekort sneller oplossen en bouwen wat echt nodig is, op plekken waar het waarde toevoegt voor de samenleving.” Bestaande en nieuwbouw versterken elkaar De petitie is geen oproep tegen nieuwbouw. Het transformeren van de bestaande bouw en nieuwbouw moeten elkaar juist versterken, stelt het NRP. “Haal op korte termijn de doelstelling van 100.000 woningen of meer per jaar uit de bestaande voorraad en werk ondertussen aan de plannen voor nieuwbouw.” Daar zit grote potentie, zo blijkt ook uit onderzoek van Platform Woonopgave. “Niet-slopen levert zo’n 164.000 woningen op, woningen vinden binnen bestaande gebouwen 1 miljoen en ruimte vinden binnen bestaande kernen voor duurzame nieuwbouw bijna 3 miljoen. Kortom: de huidige gebouwvoorraad biedt ruimte voor ca. 4 miljoen woningen.” Oproep aan de politiek Met de petitie roepen de initiatiefnemers en aanbieders beleidsmakers op om de enorme potentie van de bestaande bouw volwaardig te erkennen en te benutten. “Als we de komende tien jaar stevig inzetten op het benutten van de bestaande gebouwde omgeving, kunnen we op korte termijn minimaal 100.000 woningen per jaar realiseren, terwijl nieuwbouwplannen zorgvuldig worden uitgewerkt. Zo kunnen we het woningtekort sneller oplossen en bouwen wat echt nodig is, op plekken waar het waarde toevoegt voor de samenleving. Op die manier kunnen we zeker één tot vijf steden inpassen binnen de huidige stedelijke ruimte.” Bron: NRP
6 nr. 1 Januari 2026 Actueel Zandvoortse Theater De Krocht na renovatie weer geopend Het Zandvoortse Theater De Krocht is na een ingrijpende renovatie weer open voor bezoekers. Het theatergebouw, een voormalige katholieke kerk aan de rand van het centrum van Zandvoort, is het enige culturele centrum van het dorp en was sterk verouderd. De transformatie van de voormalige kerk leek in 2014 nog niet in beeld te zijn. Het verouderde kerkgebouw, daterend uit 1854, stond op de nominatie om te worden gesloopt, maar is nu getransformeerd tot een laagdrempelig en multifunctioneel podium voor kunst en cultuur. Daarmee sluit het theater beter aan bij de behoeften van Zandvoort en biedt het ruimte aan een breder cultureel aanbod. Dankzij de uitbreiding en modernisering kan het theater bovendien meer professionele theater- en dansgezelschappen uit de regio ontvangen. Het renovatieproject begon met een voorontwerp van een architectenbureau, dat tot stand kwam in nauwe samenwerking met de gebruikers, de uitbater en de gemeente Zandvoort. Dit voorontwerp is uitgewerkt tot een vergunningsaanvraag. In overleg met de Commissie voor Welstand en Monumenten is de gevel aangepast; de plattegronden bleven ongewijzigd. Tijdens de vergunningsfase liep het project vertraging op vanwege de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen in het gebouw. Hiernaar is een jaar lang ecologisch onderzoek gedaan. Uiteindelijk werd begin 2024 de omgevingsvergunning verleend. Voor de uitvoering was extra financiering nodig; de gemeenteraad stemde hiermee in juli 2024 in. De renovatiewerkzaamheden zijn begin september 2024 gestart. Daarbij is het bestaande plafond teruggebracht naar de oude hoogte met een betere ventilatievoorziening. Het podium is met 1 meter vergroot en er is achter in de zaal een balkon aangebracht die met een trap en een traplift bereikbaar is. De bar in de foyer is naar achteren verplaatst waardoor het ontmoetingsgedeelte ruim is opgezet, met een mooie gietvloer. Inmiddels nemen de vaste gebruikers, zoals de zangkoren en de muziek- en dansschool, geleidelijk hun intrek in het gebouw op de doordeweekse dagen. Toneelvereniging Wim Hildering trapt het officiële theaterprogramma af met voorstellingen op 9 en 10 januari. Daarnaast staat er een aantrekkelijk landelijk programma gepland met cabaret, muziek, educatie- en familievoorstellingen. Bron: Theater De Krocht TBI Zebra en Bio Bouwgroep bundelen krachten voor biobased bouwrevolutie TBI Zebra en Bio Bouwgroep bundelen de krachten voor een biobased bouwrevolutie. De nieuwe samenwerking markeert een belangrijke stap in het versnellen van biobased bouwen in Nederland. Na een geslaagde investeringsronde via het sharefunding platform Broccoli is de Bio Bouwgroep klaar voor de toekomst. Vanaf 1 januari 2026 treedt ook TBI Zebra toe als lid van de coöperatie. De Bio Bouwgroep, opgericht als coöperatie in 2022, is met Groene Bouwmaterialen en Groene Bouwsystemen als dochterondernemingen actief in de adoptie van biobased materialen. Met de nieuwe investering kan de coöperatie een volgende stap zetten: het online platform verder ontwikkelen, een inspiratieruimte realiseren en de organisatie professionaliseren. Oprichter en directeur Thomas Pijnenborgh bewaakt samen met de leden de missie en de visie, met de ambitie om toe te groeien naar een steward-owned model. TBI Zebra werkt aan het versnellen van duurzame innovaties in de gebouwde omgeving. De kennis en ervaring van de Bio Bouwgroep sluiten daar naadloos op aan. De biobased bouwrevolutie versnelt alleen als je het mét elkaar doet. Bij TBI Zebra zien wij onszelf als onderdeel van een brede coalitie van ontwerpers, bouwers, toeleveranciers, opdrachtgevers én beleidsmakers. Deze samenwerking versterkt dat geheel en helpt de biobased bouwrevolutie verder op gang. Thomas Pijnenborgh (oprichter Bio Bouwgroep): “We werken al sinds 2022 samen met TBI, onder meer met Nico de Bont aan biobased oplossingen voor monumenten en erfgoed. Ook ontwikkelden we met Hazenberg een biobased dakelement en kalkhennepvloeren voor de sociale woningbouw. Vanuit die samenwerking en het onderlinge vertrouwen ben ik enorm blij dat TBI Zebra ons nu ondersteunt in de volgende groeifase.” Boudewijn de Bont (directeur Nico de Bont): “Door de samenwerking met de Bio Bouwgroep hebben we grote stappen gezet om biobased bouwen onze standaard te maken. We begonnen met biobased isoleren, maar inmiddels hebben we, samen met andere partners, ook een biobased dak en een biobased vloer ontwikkeld.” Bianca Seekles (lid Raad van Bestuur TBI Holdings): “We geloven dat het tijd is om biobased bouwen grootschalig te maken. We hebben veel vertrouwen in de rol die de Bio Bouwgroep hierin kan spelen. Hun ambitie om steward-owned te worden sluit sterk aan bij onze waarden: balans tussen financiële én maatschappelijke waarde.” Wouter Hagoort (oprichter Broccoli): "De Bio Bouwgroep was een van onze eerste klanten. Afgelopen jaren hebben we de groei die zij doormaakten van dichtbij mogen meemaken. Deze zomer ontstond er een nieuwe behoefte voor groeikapitaal. Na een geslaagde investeringsronde investeerde TBI Zebra ook nog mee. Daarmee is de coöperatie uitgebreid met honderden certificaathouders en een aantal kapitaalkrachtige leden die zich met volle overtuiging inzetten om de onderneming verder te laten groeien." Bron: TBI
7 nr. 1 Januari 2026 Column In elk nummer van RenovatieTotaal geeft dr.ir. Haico van Nunen zijn mening over een aspect van ‘de renovatiewereld’. Haico van Nunen is adviseur bij BouwhulpGroep en lector Duurzame Renovatie bij het kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam. Sci-fi wordt realiteit – nog maar 25 jaar te gaan Het jaar 2025 zit er weer op. Tegen de tijd dat deze column gepubliceerd wordt zijn de eerste weken van 2026 alweer voorbij. De start van dit jaar betekent ook dat 2050 weer een stukje dichterbij is gekomen. Waar 2050 bij het opstellen van het Parijsakkoord in 2015 nog ver in de toekomst lag, en daarom bijna sciencefiction leek, hebben we nu nog slechts 25 jaar te gaan. Na 10 jaar warming up is het nu tijd voor het startschot! We hebben nog 25 jaar om ruim 8 miljoen bestaande woningen energetisch naar een hoog niveau te brengen. Op dit moment beginnen we de gevolgen te merken van tien jaar letterlijke ‘warming up’. De weerextremen worden steeds heftiger. Hete zomers, heftige regenval, grote temperatuurschommelingen. Onze woningen moeten nogal wat aankunnen. Natuurlijk hebben we ook nog steeds een woningtekort, dus we moeten nieuwe woonruimte blijven realiseren. De prijs van een hoogwaardige renovatie begint problematisch te worden. Op dit moment lopen de kosten bij corporatierenovaties al snel richting (of zelfs boven) de € 100.000. Daarmee wordt natuurlijk een kwalitatief betere woning gecreëerd, maar dit soort bedragen zijn voor de lange termijn niet houdbaar. En de gemiddelde particuliere huiseigenaar slaat hiervan steil achterover, terwijl juist bij deze groep de grootste opgave ligt. De meesten hebben dit bedrag niet op de plank liggen, en zie maar eens een aanvullende hypotheek te krijgen. De renovatiepraktijk moet daarom beter. We renoveren nog steeds op dezelfde manier als jaren geleden. En ja, er wordt geëxperimenteerd met bouwstromen en renovatieconcepten. Maar het gevaar schuilt erin dat deze oplossingen álle problemen willen afdekken. Daarmee worden ze onnodig complex en duur, en gaan ze aan hun eigen inventiviteit ten onder. De wijze waarop we de sector georganiseerd hebben helpt hier niet bij. De renovatiesector vergt relatief veel arbeid. En juist die arbeid is waarvoor de aannemer het meest betaald krijgt. Met een slimme oplossing die arbeid bespaart raak je dus hun verdienmodel. Minder uren betekent minder omzet. Ik denk dat we op basis van de herhaling binnen de woningvoorraad renovatieoplossingen als een bouwpakket klaar kunnen maken, net als de Billy boekenkast. Alleen vraagt het in elkaar zetten van deze pakketjes meer dan een papieren beschrijving. Daar is vakmanschap voor nodig om te zorgen dat de op voorhand bedachte kwaliteit ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Iedereen die weleens de resultaten van een luchtdichtheidsmeting heeft gezien, zal dit erkennen! Als de industrie zich gaat toeleggen op het ontwikkelen van de oplossingen en de aannemers zich meer gaan richten op de uitvoering daarvan, dan is degene die daar het meest van profiteert de consument. Die kan namelijk zelf een passend renovatieproduct kiezen, het pakket laten leveren en vervolgens professioneel laten monteren. Alleen zo kunnen we het benodigde tempo bereiken om in de 25 jaar die ons rest de woningvoorraad naar het juiste niveau te brengen! Vuurtoren Lange Jaap in Den Helder wordt gerenoveerd De monumentale vuurtoren De Lange Jaap die net ten noorden van Fort Kijkduin staat in Huisduinen, nabij Den Helder, wordt gerenoveerd en gestabiliseerd, zo is in december besloten door de minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het besluit is genomen op basis van nauwkeurig onderzoek door Rijkswaterstaat, Movares en Strukton. Daarmee gaat de vuurtoren een nieuwe fase in, waarin wordt toegewerkt naar het herstel. In 2025 is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van het scenario renoveren en stabiliseren. In dit scenario wordt de vuurtoren zoveel mogelijk origineel gehouden door de beschadigde constructie te repareren en waar nodig constructieve elementen toe te voegen. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het bestaande materiaal. Om de haalbaarheid van het scenario te verkennen, is onder meer onderzoek gedaan naar materialen en constructies Proeven op bestaande fragmenten bevestigen dat het materiaal zich gedraagt zoals verwacht bij historisch grijs gietijzer. De hiermee vastgestelde rekenwaarden worden gebruikt in de constructieberekeningen. Het historische ijzercement is succesvol gereproduceerd. Daarmee is herstel van de voegen mogelijk. Een windtunnelonderzoek levert realistischere data op dan normberekeningen en geeft beter inzicht in het gedrag van de toren bij zware wind. Nieuwe temperatuurgegevens leiden tot nauwkeurigere berekeningen van thermische spanningen. De fundering blijkt in betere staat dan verwacht en voldoet momenteel, al wordt nader onderzocht welke maatregelen nodig zijn om toekomstig verval te beperken. Daarmee is onderzoek gedaan naar het belangrijkste vraagstuk uit de studiefase: of de constructie te herstellen zou zijn. Ook zijn de eerste resultaten voor metal stitching, de beoogde methode om scheuren te herstellen, positief. Daarnaast zijn realistische opties beschikbaar voor duurzaam conserveren van het gietijzer. Het gekozen scenario gaat uit van herstel van de bestaande constructie. Beschadigde onderdelen worden gerepareerd en waar nodig worden constructieve elementen toegevoegd. Daarbij blijft de historische bouwmethode zoveel mogelijk behouden en wordt aangesloten bij de monumentale waarde van de toren. Twee andere gietijzeren vuurtorens Naast de vuurtoren Lange Jaap zijn er nog twee gietijzeren vuurtorens in beheer bij Rijkswaterstaat, namelijk de vuurtorens op Scheveningen en Westkapelle Laag. Deze twee vuurtorens zijn op dezelfde wijze gebouwd en kennen, in mindere mate, vergelijkbare problematiek als de vuurtoren Lange Jaap. De ervaring die opgedaan wordt bij het ontwerpen van de vuurtoren Lange Jaap, wordt meegenomen bij de beslissing om de twee andere gietijzeren vuurtorens zo mogelijk parallel of aansluitend te laten renoveren. Het is nog niet bekend wanneer dit gaat gebeuren of in welke volgorde. Bron: Rijkswaterstaat
Nelskamp Planum PV • Energie en esthetica perfect gecombineerd in het dak • Nagenoeg onzichtbaar in het dakvlak • Leverbaar in rood en zwart • Plug and play zonder extra aanpassingen Ontdek Planum PV op nelskamp.nl Energiezuinig. Comfortabel. Betrouwbaar. Oppervlakteverwarming van Schlüter-Systems Dat energie besparen belangrijk is, ligt voor de hand- de oplossing ligt op de vloer en in de wand. Met Schlüter-BEKOTEC-THERM en Schlüter-DITRA-HEAT-E hebben wij twee baanbrekende oppervlakteverwarmingen ontwikkeld, die energie besparen makkelijk maken. In combinatie met hernieuwbare energiebronnen zorgen de duurzame verwarmingssystemen van Schlüter-Systems voor een efficiënte en behaaglijke warmte op de vloer en aan de wand. schlueter-systems.nl schluetersystemsbenelux
9 nr. 1 Januari 2026 “Meer en betere vloerisolatie nodig voor energieneutrale woningbouw in 2050” Om alle woningen in 2050 energieneutraal te krijgen, zullen vooral de miljoenen bestaande woningen en gebouwen moeten worden aangepakt. Uit een recent onderzoek dat Urgenda heeft laten uitvoeren door W/E Adviseurs, blijkt echter dat het gebrek aan isolatie van de begane grondvloer een groot probleem vormt voor energieverlies, binnenklimaat en gezondheid van bewoners. De implicaties zijn verstrekkend: van hogere energiekosten tot meer vocht- en schimmelproblemen. Deze vragen dan ook om een andere aanpak bij renovaties en onderhoudsbeleid. Auteurs: Harmen Weijer. Foto’s: TONZON Volgens het W/E Adviseurs- rapport, dat in december is verschenen, is vloerisolatie in Nederland opvallend achtergebleven in vergelijking met andere isolatiemaatregelen zoals spouwmuur- of dakisolatie. Vooral in oudere woningen ontbreekt vaak adequate isolatie onder de vloer, met concrete gevolgen voor comfort, energiegebruik en woongezondheid. W/E Adviseurs haalt in hun rapport een onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving aan uit 2020. Dat laat zien dat bij zo’n 10% van de woningen die voor 1986 zijn gebouwd, vloerisolatie ontbreekt. Ter vergelijking: dubbel glas en dakisolatie is bij 40% van die oudere woningen aangebracht. Wanneer vloeren niet geïsoleerd zijn, kan koude van onderaf optrekken, wat leidt tot warmteverlies in het gebouw en een toenemende vraag naar verwarming. De gevolgen zijn echter niet alleen financieel. Volgens het rapport veroorzaakt het ontbreken van vloerisolatie ook comfortproblemen en vocht- en schimmelvorming. “Wanneer een woning wordt voorzien van isolatieglas en spouw- of gevelisolatie, maar geen vloerisolatie krijgt, ontstaat er een disbalans in de warmtedistributie en vochtregulatie. Ramen en wanden worden warmer, maar de vloer blijft relatief koud. Omdat de warmte nu sneller bij de thermostaat aankomt, slaat deze al af terwijl de warmte nog nauwelijks is doorgedrongen tot op vloerniveau. Hierdoor is de vloer nog niet voldoende op temperatuur, wat ten koste gaat van het comfort en vocht- en schimmelproblemen kan veroorzaken.” Gezondheidsproblemen Het ontbreken van vloerisolatie heeft daarmee directe gevolgen voor de luchtkwaliteit en gezondheid, zo stelt het onderzoek klip en klaar. “Door een koude vloer ontstaat er lokaal een hogere relatieve vochtigheid (RV) vlak boven en op de vloer. Huisstofmijten gedijen al bij een relatieve luchtvochtigheid vanaf circa 60%, terwijl schimmels pas vanaf 80% goed gedijen. Wanneer andere delen van de woning wel zijn geïsoleerd, neemt de vochtigheid bij de Onderzoek W/E Adviseurs voor Urgenda toont aan: vloer toe en daarmee de kans op meer schimmel en huisstofmijten.” Veel woningeigenaren en huurders herkennen intussen de frustratie van vochtproblemen in huis. In de sociale huursector klinkt die klacht steeds vaker, zoals recent ook door Aedes-voorzitter Liesbeth Spies onderstreept. In een interview met AD.nl over schimmelproblemen in corporatiewoningen gaf Spies al aan dat alleen tegen huurders zeggen dat “ze wat vaker een raampje open moeten zetten” is wat haar betreft onacceptabel. Daarmee plaatst ze de verantwoordelijkheid voor een gezond woonklimaat duidelijk bij de verhuurder-verantwoordelijkheid en structurele oplossingen. Het W/E Adviseurs-onderzoek benadrukt dat het aantal woningen met schimmelproblemen is gestegen van 15% in 2021 naar 20% in 2024. In koopwoningen betreft dit 14%, in corporatiewoningen 29% en in private huurwoningen zelfs 31%. “Parallel hieraan is in 2023 het aantal patiënten in Nederland met de diagnose astma gestegen met 55.200, waardoor het totaal aantal astmapatiënten toenam met 10,6% ten opzichte van het jaar ervoor”, aldus het onderzoek. Discussie in bouwsector Binnen de bouwsector bestaat echter discussie over de effectiviteit van vloerisolatie. De huidige rekenmethode (NTA 8800) onderschat de besparingen, terwijl praktijkmetingen aanzienlijk meer besparingen aantonen dan de berekende waarden. “Binnen de NTA 8800 heeft vloerisolatie maar een effect van 0,5 - 1 m3 gas per m², terwijl volgens praktijkmetingen in dezelfde studie vloerisolatie 5 - 9 m3 gas per m2 vloer kan besparen”, aldus W/E Adviseurs. Als men aan de slag gaat met vloerisolatie, dan het liefst zo circulair mogelijk en met een lage milieu-impact, stelt W/E Adviseur. Daarom hebben de onderzoekers in het rapport een overzicht gegeven van categorie 1 (getoetste data, merkspecifiek) vloerisolatieproducten in de Nationale Milieudatabase (NMD). De producten zijn geschaald naar een Rd-waarde van 3,5 (subsidievoorwaarde RVO) en 5,0 m2K/W (streefwaarde Milieu Centraal). Bij de eerste tabel met producten met een Rd-waarde van 3,5 komen biobased inblaas nog net als eerste uit de bus qua MKI (0,10-1,26 tegenover 0,11 van thermoskussens), maar scoren biobased matten en platen weer veel ongunstiger (2,87-6,37). Qua CO2 prestatie lopen de thermoskussens voorop. Bij die tabel met een Rd-waarde van 5,0 m2K/W blijkt dat thermoskussens op alle fronten het beste uit de bus komen. De uitkomsten van zowel het W/E Adviseurs-rapport voor Urgenda als de uitspraken van Spies zorgen voor een zucht van verlichting bij Ton Willemsen, oprichter van TONZON. “Wij zijn heel blij met deze belangrijke studie van W/E Adviseurs uitgebracht aan Urgenda”, reageert Willemsen desgevraagd. “Eindelijk worden onze opvattingen over vloerisolatie uit onverdachte hoek gedeeld. Bovendien komen hierin de belangrijkste elementen voor de bepleite Nationale Aanpak worden benoemd, zodat de wens van de Tweede Kamer in vervulling kan gaan”, besluit Willemsen. Vloerisolatie is in Nederland opvallend achtergebleven in vergelijking met andere isolatiemaatregelen zoals spouwmuur- of dakisolatie. Dat terwijl vloerisolatie belangrijk is bij het energiebesparend verwarmen van huizen, zo stellen onderzoekers van W/E Adviseurs. Wanneer vloeren niet geïsoleerd zijn, kan koude van onderaf optrekken, wat leidt tot warmteverlies in het gebouw en een toenemende vraag naar verwarming. Bij vloerisolatieproducten met een Rd-waarde van 3,5 komen biobased inblaas nog net als eerste uit de bus qua MKI (0,10-1,26 tegenover 0,11 van thermoskussens), maar scoren biobased matten en platen weer veel ongunstiger (2,87-6,37). Qua CO2-prestatie lopen de thermoskussens voorop. Bij die tabel met een Rd-waarde van 5,0 m2K/W blijkt dat thermoskussens op alle fronten het beste uit de bus komen. Thema Isolatie: Techniek
B - - - biocomfort.weekampdeuren.nl Eerst zien, dan geloven? Vraag een sample aan:
11 nr. 1 Januari 2026 Biobased isoleren zonder dikkere constructie met gelijkwaardige oplossing Biobased isolatiematerialen zoals stro, vlas, hennep en miscanthus zijn goede vervangers voor traditionele isolatie. Ze stoten minder CO2 uit bij de productie en slaan zelfs CO2 op in het gebouw. Maar in de bouwpraktijk zijn er ook uitdagingen. Zo isoleren biobased materialen net iets minder goed. Daardoor moet er dikker en dus duurder gebouwd worden. André Kruithof, senior specialist Energie & Duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs legt uit hoe een ‘gelijkwaardige oplossing’ dit probleem oplost. Kruithof begint bij de basis: “Biobased materialen isoleren net iets minder goed dan traditionele isolatiematerialen. Het verschil is klein, maar heeft wel invloed op het bouwproces. Om aan de energieprestatie-eisen te voldoen is namelijk een dikker isolatiepakket nodig. Dat vraagt een dikkere constructie dan de standaardmaat voor bijvoorbeeld houtskeletbouw. En meer materiaal.” Dat maakt de bouw ingewikkelder en duurder. En juist dat zijn veelgehoorde argumenten om niet biobased te bouwen. Slim rekenen met gelijkwaardigheid Zo ontstond de vraag in de markt: is het mogelijk om met biobased isolatie binnen dezelfde dikte te bouwen? Het antwoord op die vraag is volgens Kruithof verrassend eenvoudig: “Met het principe van gelijkwaardigheid kun je prestaties tussen bouwelementen uitruilen. Als je de dikte van de isolatie gelijk houdt, wordt de thermische kwaliteit van de constructiedelen met biobased materiaal iets lager. Dat zijn vooral de gevel en het dak. Dat mag je compenseren met een ander constructiedeel, bijvoorbeeld beter isolerende ramen. Je bekijkt het warmteverlies dus niet op het niveau van de constructie, maar over de hele woning.” Gelijkwaardigheid wordt berekend met een BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) -berekening. Zo’n berekening is verplicht voor elk nieuw gebouw. “Om gelijkwaardigheid aan te tonen, maak je twee varianten van deze berekening”, legt Kruithof uit. “Eerst bereken je het warmteverlies als de woning precies voldoet aan de bouwregelgeving. Vervolgens bereken je het warmteverlies voor dezelfde woning, maar dan met biobased isolatie in de standaard constructiedikte en beter isolerende ramen. Voor gelijkwaardigheid moet het warmteverlies in de tweede situatie lager zijn dan het verplichte niveau uit de eerste berekening.” RVO-BENG referentiewoning Kruithof heeft de gelijkwaardigheid uitgewerkt voor een fictief project: de RVO-BENG referentiewoning. “De minimale eisen aan de warmteweerstand (Rc -waarden) zijn 4,7 voor de gevel en 6,3 m2K/W voor het dak. De thermische kwaliteit (U-waarde) van de ramen en deuren moet gemiddeld 1,65 W/m2K zijn. Met biobased isolatiemateriaal wordt de RC-waarde van het dak en de gevel wat lager. Dat gaat bijvoorbeeld van 4,7 naar 4,5 en van 6,3 naar 5,5 m2K/W. Om dat te compenseren, verbeteren we de U-waarde van de ramen van 1,65 naar 1,4 W/m2K. De iets lagere thermische kwaliteit in de dichte constructies, wordt dan volledig opgevangen door betere ramen.” Het is opvallend dat een kleine verbetering in de U-waarde van ramen een groot effect heeft op het totale warmteverlies van de woning. Juist daarom is dit volgens Kruithof een goede en betaalbare manier om gelijkwaardigheid te bereiken. “Het is meestal niet nodig om bijvoorbeeld van dubbel naar triple glas te gaan. Een iets hogere kwaliteit kozijnen, glas of afstandhouders verbetert de thermische kwaliteit van de ramen vaak al voldoende. Door slimme keuzes valt de meerprijs voor deze kleine verbeteringen vaak weg in de marge die toch al genomen wordt om aan de bouwregelgeving te voldoen. Het hoeft dus het niet veel extra te kosten.” Luchtdichtheid Beter isolerende ramen compenseren bijna altijd voldoende. In het rekenvoorbeeld is echter ook luchtdichtheid meegenomen. “Daarmee hebben houtskeletbouwers een extra joker achter de hand om het warmteverlies te beperken”, aldus Kruithof. “Het is lastiger om gelijkwaardigheid met luchtdichtheid aan te tonen, omdat het in de bouwregelgeving minder direct gekoppeld is. Maar aan de andere kant zijn prefab bouwelementen vaak al heel luchtdicht. Als je goed aansluitend bouwt, zit je al snel op een hoog niveau.” Deze methode om de gelijkwaardigheid aan te tonen is volgens Kruithof heel betrouwbaar. “Het is een vaak geaccepteerde en bekende methode. En er wordt gebruikgemaakt van de NTA 8800 rekenmethodiek. Die wordt sowieso al veel wordt toegepast en aangestuurd vanuit de bouwregelgeving. Dat maakt deze aanpak betrouwbaar en praktisch. Nauwkeurigheid Kruithof benadrukt dat nauwkeurigheid in de berekeningen en de uitvoering belangrijk is. “Met een goed ingevuld stappenplan toon je aan dat de woning voldoet aan de eisen. In de aanvraag moet je dan wel benoemen dat je gebruikmaakt van het principe van gelijkwaardigheid. En vervolgens moet je natuurlijk ook bouwen wat je berekend hebt. Door slim te kijken naar het totale warmteverlies van een woning, kun je dan bouwen met natuurlijke materialen, zonder de extra kosten en inspanningen voor een dikkere constructie. Een kleine verschuiving in ontwerpkeuzes kan zo een groot verschil maken voor de verduurzaming van de bouwsector.” Met dank aan Building Balance, www.buildingbalance.eu. Biobased isolatiematerialen zoals stro, vlas, hennep en miscanthus zijn goede vervangers voor traditionele isolatie. Ze stoten minder CO₂ uit bij de productie en slaan zelfs CO₂ op in het gebouw. Foto: Orgabouw. Thema Isolatie: Techniek Stappenplan Kruithof beschrijft een duidelijk stappenplan om als bouwer aan te tonen dat er sprake is van gelijkwaardigheid: 1. Maak twee scenario’s in de NTA 8800-software, van: • een referentiewoning die precies aan de minimumeisen voldoet • een voorgestelde woning met biobased isolatie en verbeterde ramen 2. Vergelijk het totale warmteverlies. De voorgestelde woning moet gelijk of beter scoren. 3. Lever het verslag aan bij het bevoegd gezag. Online is een voorbeeld van het verslag dat je moet aanleveren. Zie hier: https://buildingbalance.eu/ app/uploads/2026/01/202511-26-Stappenplangelijkwaardigheidwarmteweerstand-zonderaanhef.pdf Om aan de energieprestatie-eisen te voldoen is voor biobased isolatie een dikker isolatiepakket nodig. Dat vraagt een dikkere constructie dan de standaardmaat voor bijvoorbeeld houtskeletbouw. Foto: Saint-Gobain Construction Products Nederland B.V.
Dé gevelspecialist voor het vinden van de oorzaak en het geven van de juiste oplossing U bent bij ons aan het juiste adres voor: ◆ Gevelinspecties ◆ Hersteladvisering ◆ Constructieberekeningen ◆ Projectbegeleidingen ◆ Producttrainingen ◆ Projectgarantie totalwall.nl T 088 - 111 25 25 ◆ info@totalwall.nl MAX 4 Wapeningsplaten voor nieuwbouw en renovatie Vloeroplossingen OP-DECK® ICF Vloersysteem LEWIS® Zwaluwstaartplaten® HODY® Staalplaatbetonvloeren Pieter Zeemanweg 107 3316 GZ Dordrecht (NL) +31 (0)78 617 44 00 reppel@reppel.nl www.reppel.nl techcomlight.nl Wilnis - Utrecht - Noordwijk - contact@bluemink.nu
13 nr. 1 Januari 2026 Project In het project De Kwekerij in Utrecht-Oost is een ongebruikt datacenter getransformeerd tot studentencomplex Baobab voor ongeveer 200 studenten. Van het oorspronkelijke gebouw is alleen het casco hergebruikt. Vervolgens was het de uitdaging om op een energiezuinige manier studentenwoningen te realiseren in een gebied met netcongestie, waardoor er weinig flexibiliteit was in de elektriciteitsaansluiting. Om te zorgen dat de installaties in het gebouw werken zoals ze ontworpen zijn, is in dit project commissioning toegepast. Studentencomplex in voormalig datacenter in Utrecht een extreem robuust casco en een grote verdiepingshoogte. De vrije hoogte was ongeveer vijf en een halve meter, bedoeld om twee lagen apparatuur per verdieping kwijt te kunnen.” Het gebouw is nooit in gebruik genomen als datacenter, legt hij uit. “Toen ik er voor het eerst kwam, hadden de liften samen maar zo’n 3.800 bewegingen gemaakt. Dat zegt eigenlijk alles.” In het project De Kwekerij in Utrecht-Oost is een ongebruikt datacenter getransformeerd tot studentencomplex Baobab voor ongeveer 200 studenten. Foto: Alex Cohen / Van Mierlo Dinkq. Het resultaat past goed in de directe omgeving. Foto: Alex Cohen / Van Mierlo Dinkq. Auteur: Joop van Vlerken. Het gebouw waarin studentencomplex Baobab nu huist, is oorspronkelijk ontwikkeld als datacenter, vertelt Alfred Leeuwenburgh van ingenieurs- en adviesbureau Movares. “Het was ooit van KPN en is later doorverkocht. Het gebouw was voorbereid voor het gebruik als datacenter. Dat betekent
14 nr. 1 Januari 2026 De constructie van het datacenter was solide, zegt Leeuwenburgh. “Maar het gebouw bood energetisch nauwelijks kwaliteit. Het was een betonnen karkas. Van isolatie was eigenlijk geen sprake.” De stevige constructie maakte hergebruik wel aantrekkelijk, vertelt hij. “Er is bewust gekeken of dit gebouw een tweede leven kon krijgen. De betonconstructie bleef behouden, maar het gebouw werd verder ingrijpend aangepast. Alle dichtgemetselde delen zijn opengebroken en een deel van de bestaande stabiliteitswanden is vervangen door nieuwe, slankere wanden in de kern.” Deze ingrepen hadden effect op de indeling van het gebouw, legt Leeuwenburgh uit. “We konden meer en betere gevelopeningen maken. Dat is in nauwe afstemming met architect MOR gebeurd, door middel van een gebouwsimulatie op basis van bouwfysica, daglichttoetreding en transmissieverliezen.” Indeling uitdaging De verdiepingshoogte in het gebouw is vijf en een halve meter. Daardoor was de indeling van het gebouw een uitdaging, zegt hij. “Een deel van de studio’s heeft inderdaad een plafondhoogte van ruim vijf meter gekregen. En op andere plekken is een tussenvloer aangebracht. Daarnaast zijn in het gebouw 20 co-living units gerealiseerd: vierpersoonswoningen met een gedeelde woonkamer, keuken en sanitair, en kleinere privéruimtes. Dit zijn eigenlijk mini-studentenhuizen binnen het gebouw.” Op de helft van het dak van het datacenter werd een extra bouwlaag toegevoegd in houtskeletbouw, daarin is ook woonruimte gemaakt. De andere helft van het dak is voorzien van zonnepanelen. Om het gebouw van verwarming en koeling te voorzien zijn in de ontwerpfase verschillende energieconcepten onderzocht, zegt Leeuwenburgh. “We hebben gekeken naar wat er mogelijk was. In eerste instantie is een WKO-variant onderzocht in combinatie met het Diakonessenziekenhuis, maar dat traject is uiteindelijk niet doorgegaan.” Uiteindelijk is gekozen voor een all-electric concept met een lucht/water-warmtepomp, zegt hij. “Die levert iets meer dan 100 kW verwarmingsvermogen en ongeveer 140 kW koelvermogen. Via de ventilatielucht verzorgen we de basisverwarming en -koeling van de woningen.” Nul kW terugleveren In de ontwerpfase van het project was er nog geen sprake van netcongestie in het gebied. Bij oplevering en in bedrijfstelling werd er echter door het energiebedrijf een maximum gesteld aan het af te nemen vermogen en terugleveren was geheel niet toegestaan. Een complicerende factor voor de ingebruikname, benadrukt Leeuwenburgh. “Het gevraagde piekvermogen over een kwartier mag maximaal 300 KWt zijn en we mogen nul kW terugleveren. Dat was absoluut geen onderhandelingspunt.” Op basis van de gebouwsimulaties is aangetoond dat een maximale afname van 300 kW mogelijk was. In de praktijk bleek dit ook realiseerbaar. Voor het voorkomen van teruglevering aan het elektriciteitsnet betekent het dat er slim omgegaan moet worden met de opgewekte zonne-energie. Architect MOR Studio kwam met het idee om de gevel van zonnepanelen te voorzien, naast zonnepanelen op het dak. “Maar die opwek moet wel volledig binnen het eigen verbruik blijven. Voor het dak is terugregelen relatief eenvoudig. Voor de gevelpanelen ligt dat lastiger door de toegepaste omvormers.” Intensieve monitoring Daarom is gekozen voor een verdeling in basis- en piekvermogen, zegt hij. “We hebben gekeken wat het minimale, continue energieverbruik van het gebouw is. Dat basisvermogen wordt geleverd door de gevelpanelen. De dakpanelen vullen dat aan, maar die worden teruggeregeld zodra er risico ontstaat op teruglevering van het net. In de praktijk blijkt dat goed te werken. In de zomer, bij lage bezetting, moeten we soms fors terugregelen. Maar in het voor- en najaar kunnen de panelen grotendeels volop energie leveren.” Na de oplevering in september 2024 is het energiegebruik intensief gemonitord. Leeuwenburgh: “We hebben een jaar lang gekeken hoe het gebouw zich in de praktijk gedraagt. We konden inloggen in de regeltechniek en exact volgen wat de warmtepomp deed, hoe de luchtbehandeling functioneerde en welke debieten naar de kamers gingen.” Daarnaast werd het elektriciteitsverbruik structureel geanalyseerd, legt hij uit. “Per maand kregen we inzicht in de kwartierwaarden. In het begin deden we dat heel intensief, later iets minder omdat we zagen dat het verbruik binnen de gestelde grenzen bleef.” Commissioning voor kwaliteitsbeheersing Een belangrijk onderdeel van het proArchitect MOR Studio kwam met het idee om de gevel van zonnepanelen te voorzien, naast zonnepanelen op het dak. Foto’s: Egbert de Boer. De zuidgevel is volledig voorzien van zonnepanelen, de overige gevels hebben alleen op de bovenste verdiepingen zonnepanelen. Deze gevelpanelen zorgen voor de basislast, zodat er geen opgewekte stroom wordt teruggeleverd, zoals door de netbeheerder werd geëist. Foto: Egbert de Boer.
15 nr. 1 Januari 2026 ject was commissioning, mede ingegeven door de BREEAM-eisen. Leeuwenburgh: “Commissioning is uiteindelijk bewijzen dat het gebouw samen met de installaties doet wat je vooraf hebt beloofd. Dit proces begint al in de ontwerpfase van het gebouw. Eerst is geverifieerd of het ontwerp voldeed aan het Programma van Eisen van de opdrachtgever. Daarna is in bouwteamverband de technische uitwerking gedaan door de installateurs, met een toets op de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten.” Volgens Leeuwenburgh draait commissioning om aantoonbaarheid. “Je bedenkt hoe een systeem moet functioneren en vervolgens controleer je dat. Dat geldt niet alleen voor de aanwezigheid van componenten, maar vooral voor de instellingen, de regelingen en de samenhang tussen installaties.” Actief meekijken Dat is niet zomaar een paar vinkjes zetten, zegt hij. “Commissioning gaat verder dan traditionele oplevermetingen. Vroeger werd er gemeten, er kwam een rapport en dat was het. Nu willen we weten hoe er gemeten wordt en of het gebouw ook echt af is op het moment van meten. Een voorbeeld: een luchtmeting heeft weinig waarde als de helft van de installatie nog niet is aangesloten. Dan lijkt het misschien goed, maar functioneert het systeem niet zoals bedoeld.” Daarom wordt tijdens commissioning actief meegekeken, legt Leeuwenburgh uit. “We lopen mee bij metingen, controleren of ze op de juiste wijze worden uitgevoerd en beoordelen of de resultaten acceptabel zijn. En als dat niet zo is, dan moet er worden bijgestuurd.” Een jaar evaluatie Leeuwenburgh legt uit dat commissioning ook systeemvalidatie omvat. “Het systeem moet niet alleen compleet zijn, maar ook in bedrijf zijn gesteld zoals het bedoeld is. Pas dan kun je spreken van een functionerend gebouw.” In dit project loopt commissioning door in de gebruiksfase, zegt hij. “Binnen BREEAM is een jaar evaluatie van de werking verplicht. Dat hebben we hier benut, ook vanwege de strakke vermogensgrens van 300 kW. In de winterperiode hebben we hier extra scherp op gemonitord aangezien de contractvoorwaarden van het energiebedrijf geen overschrijding mogelijk maakten.” Op de helft van het oorspronkelijke dak zijn eveneens zonnepanelen neergelegd, die in de zorgvuldig gekozen verdeling in basis- en piekvermogen voornamelijk de opgewekte energie van de gevelpanelen aanvullen. De dakpanelen kunnen namelijk makkelijker worden teruggeregeld, zodra er risico ontstaat op teruglevering van het net. Foto: Alex Cohen / Van Mierlo Dinkq. Op de andere helft van het dak van het datacenter is een extra bouwlaag toegevoegd in houtskeletbouw, daarin is ook woonruimte gemaakt. Foto: Alex Cohen / Van Mierlo Dinkq. De verdiepingshoogte in het gebouw is vijf en een halve meter. Daardoor was de indeling van het gebouw een uitdaging voor de bouwers. Een deel van de studio’s heeft een plafondhoogte van ruim vijf meter gekregen. En op andere plekken is een tussenvloer aangebracht. Foto: Alex Cohen / Van Mierlo Dinkq. Daarnaast zijn in het gebouw 20 co-living units gerealiseerd: vierpersoonswoningen met een gedeelde woonkamer, keuken en sanitair, en kleinere privéruimtes. Dit zijn mini-studentenhuizen binnen het gebouw. Foto: Egbert de Boer.
www.renovatietotaal.nlRkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=