14 nr. 1 Januari 2026 De constructie van het datacenter was solide, zegt Leeuwenburgh. “Maar het gebouw bood energetisch nauwelijks kwaliteit. Het was een betonnen karkas. Van isolatie was eigenlijk geen sprake.” De stevige constructie maakte hergebruik wel aantrekkelijk, vertelt hij. “Er is bewust gekeken of dit gebouw een tweede leven kon krijgen. De betonconstructie bleef behouden, maar het gebouw werd verder ingrijpend aangepast. Alle dichtgemetselde delen zijn opengebroken en een deel van de bestaande stabiliteitswanden is vervangen door nieuwe, slankere wanden in de kern.” Deze ingrepen hadden effect op de indeling van het gebouw, legt Leeuwenburgh uit. “We konden meer en betere gevelopeningen maken. Dat is in nauwe afstemming met architect MOR gebeurd, door middel van een gebouwsimulatie op basis van bouwfysica, daglichttoetreding en transmissieverliezen.” Indeling uitdaging De verdiepingshoogte in het gebouw is vijf en een halve meter. Daardoor was de indeling van het gebouw een uitdaging, zegt hij. “Een deel van de studio’s heeft inderdaad een plafondhoogte van ruim vijf meter gekregen. En op andere plekken is een tussenvloer aangebracht. Daarnaast zijn in het gebouw 20 co-living units gerealiseerd: vierpersoonswoningen met een gedeelde woonkamer, keuken en sanitair, en kleinere privéruimtes. Dit zijn eigenlijk mini-studentenhuizen binnen het gebouw.” Op de helft van het dak van het datacenter werd een extra bouwlaag toegevoegd in houtskeletbouw, daarin is ook woonruimte gemaakt. De andere helft van het dak is voorzien van zonnepanelen. Om het gebouw van verwarming en koeling te voorzien zijn in de ontwerpfase verschillende energieconcepten onderzocht, zegt Leeuwenburgh. “We hebben gekeken naar wat er mogelijk was. In eerste instantie is een WKO-variant onderzocht in combinatie met het Diakonessenziekenhuis, maar dat traject is uiteindelijk niet doorgegaan.” Uiteindelijk is gekozen voor een all-electric concept met een lucht/water-warmtepomp, zegt hij. “Die levert iets meer dan 100 kW verwarmingsvermogen en ongeveer 140 kW koelvermogen. Via de ventilatielucht verzorgen we de basisverwarming en -koeling van de woningen.” Nul kW terugleveren In de ontwerpfase van het project was er nog geen sprake van netcongestie in het gebied. Bij oplevering en in bedrijfstelling werd er echter door het energiebedrijf een maximum gesteld aan het af te nemen vermogen en terugleveren was geheel niet toegestaan. Een complicerende factor voor de ingebruikname, benadrukt Leeuwenburgh. “Het gevraagde piekvermogen over een kwartier mag maximaal 300 KWt zijn en we mogen nul kW terugleveren. Dat was absoluut geen onderhandelingspunt.” Op basis van de gebouwsimulaties is aangetoond dat een maximale afname van 300 kW mogelijk was. In de praktijk bleek dit ook realiseerbaar. Voor het voorkomen van teruglevering aan het elektriciteitsnet betekent het dat er slim omgegaan moet worden met de opgewekte zonne-energie. Architect MOR Studio kwam met het idee om de gevel van zonnepanelen te voorzien, naast zonnepanelen op het dak. “Maar die opwek moet wel volledig binnen het eigen verbruik blijven. Voor het dak is terugregelen relatief eenvoudig. Voor de gevelpanelen ligt dat lastiger door de toegepaste omvormers.” Intensieve monitoring Daarom is gekozen voor een verdeling in basis- en piekvermogen, zegt hij. “We hebben gekeken wat het minimale, continue energieverbruik van het gebouw is. Dat basisvermogen wordt geleverd door de gevelpanelen. De dakpanelen vullen dat aan, maar die worden teruggeregeld zodra er risico ontstaat op teruglevering van het net. In de praktijk blijkt dat goed te werken. In de zomer, bij lage bezetting, moeten we soms fors terugregelen. Maar in het voor- en najaar kunnen de panelen grotendeels volop energie leveren.” Na de oplevering in september 2024 is het energiegebruik intensief gemonitord. Leeuwenburgh: “We hebben een jaar lang gekeken hoe het gebouw zich in de praktijk gedraagt. We konden inloggen in de regeltechniek en exact volgen wat de warmtepomp deed, hoe de luchtbehandeling functioneerde en welke debieten naar de kamers gingen.” Daarnaast werd het elektriciteitsverbruik structureel geanalyseerd, legt hij uit. “Per maand kregen we inzicht in de kwartierwaarden. In het begin deden we dat heel intensief, later iets minder omdat we zagen dat het verbruik binnen de gestelde grenzen bleef.” Commissioning voor kwaliteitsbeheersing Een belangrijk onderdeel van het proArchitect MOR Studio kwam met het idee om de gevel van zonnepanelen te voorzien, naast zonnepanelen op het dak. Foto’s: Egbert de Boer. De zuidgevel is volledig voorzien van zonnepanelen, de overige gevels hebben alleen op de bovenste verdiepingen zonnepanelen. Deze gevelpanelen zorgen voor de basislast, zodat er geen opgewekte stroom wordt teruggeleverd, zoals door de netbeheerder werd geëist. Foto: Egbert de Boer.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=