11 nr. 1 Januari 2026 Biobased isoleren zonder dikkere constructie met gelijkwaardige oplossing Biobased isolatiematerialen zoals stro, vlas, hennep en miscanthus zijn goede vervangers voor traditionele isolatie. Ze stoten minder CO2 uit bij de productie en slaan zelfs CO2 op in het gebouw. Maar in de bouwpraktijk zijn er ook uitdagingen. Zo isoleren biobased materialen net iets minder goed. Daardoor moet er dikker en dus duurder gebouwd worden. André Kruithof, senior specialist Energie & Duurzaamheid bij Nieman Raadgevende Ingenieurs legt uit hoe een ‘gelijkwaardige oplossing’ dit probleem oplost. Kruithof begint bij de basis: “Biobased materialen isoleren net iets minder goed dan traditionele isolatiematerialen. Het verschil is klein, maar heeft wel invloed op het bouwproces. Om aan de energieprestatie-eisen te voldoen is namelijk een dikker isolatiepakket nodig. Dat vraagt een dikkere constructie dan de standaardmaat voor bijvoorbeeld houtskeletbouw. En meer materiaal.” Dat maakt de bouw ingewikkelder en duurder. En juist dat zijn veelgehoorde argumenten om niet biobased te bouwen. Slim rekenen met gelijkwaardigheid Zo ontstond de vraag in de markt: is het mogelijk om met biobased isolatie binnen dezelfde dikte te bouwen? Het antwoord op die vraag is volgens Kruithof verrassend eenvoudig: “Met het principe van gelijkwaardigheid kun je prestaties tussen bouwelementen uitruilen. Als je de dikte van de isolatie gelijk houdt, wordt de thermische kwaliteit van de constructiedelen met biobased materiaal iets lager. Dat zijn vooral de gevel en het dak. Dat mag je compenseren met een ander constructiedeel, bijvoorbeeld beter isolerende ramen. Je bekijkt het warmteverlies dus niet op het niveau van de constructie, maar over de hele woning.” Gelijkwaardigheid wordt berekend met een BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) -berekening. Zo’n berekening is verplicht voor elk nieuw gebouw. “Om gelijkwaardigheid aan te tonen, maak je twee varianten van deze berekening”, legt Kruithof uit. “Eerst bereken je het warmteverlies als de woning precies voldoet aan de bouwregelgeving. Vervolgens bereken je het warmteverlies voor dezelfde woning, maar dan met biobased isolatie in de standaard constructiedikte en beter isolerende ramen. Voor gelijkwaardigheid moet het warmteverlies in de tweede situatie lager zijn dan het verplichte niveau uit de eerste berekening.” RVO-BENG referentiewoning Kruithof heeft de gelijkwaardigheid uitgewerkt voor een fictief project: de RVO-BENG referentiewoning. “De minimale eisen aan de warmteweerstand (Rc -waarden) zijn 4,7 voor de gevel en 6,3 m2K/W voor het dak. De thermische kwaliteit (U-waarde) van de ramen en deuren moet gemiddeld 1,65 W/m2K zijn. Met biobased isolatiemateriaal wordt de RC-waarde van het dak en de gevel wat lager. Dat gaat bijvoorbeeld van 4,7 naar 4,5 en van 6,3 naar 5,5 m2K/W. Om dat te compenseren, verbeteren we de U-waarde van de ramen van 1,65 naar 1,4 W/m2K. De iets lagere thermische kwaliteit in de dichte constructies, wordt dan volledig opgevangen door betere ramen.” Het is opvallend dat een kleine verbetering in de U-waarde van ramen een groot effect heeft op het totale warmteverlies van de woning. Juist daarom is dit volgens Kruithof een goede en betaalbare manier om gelijkwaardigheid te bereiken. “Het is meestal niet nodig om bijvoorbeeld van dubbel naar triple glas te gaan. Een iets hogere kwaliteit kozijnen, glas of afstandhouders verbetert de thermische kwaliteit van de ramen vaak al voldoende. Door slimme keuzes valt de meerprijs voor deze kleine verbeteringen vaak weg in de marge die toch al genomen wordt om aan de bouwregelgeving te voldoen. Het hoeft dus het niet veel extra te kosten.” Luchtdichtheid Beter isolerende ramen compenseren bijna altijd voldoende. In het rekenvoorbeeld is echter ook luchtdichtheid meegenomen. “Daarmee hebben houtskeletbouwers een extra joker achter de hand om het warmteverlies te beperken”, aldus Kruithof. “Het is lastiger om gelijkwaardigheid met luchtdichtheid aan te tonen, omdat het in de bouwregelgeving minder direct gekoppeld is. Maar aan de andere kant zijn prefab bouwelementen vaak al heel luchtdicht. Als je goed aansluitend bouwt, zit je al snel op een hoog niveau.” Deze methode om de gelijkwaardigheid aan te tonen is volgens Kruithof heel betrouwbaar. “Het is een vaak geaccepteerde en bekende methode. En er wordt gebruikgemaakt van de NTA 8800 rekenmethodiek. Die wordt sowieso al veel wordt toegepast en aangestuurd vanuit de bouwregelgeving. Dat maakt deze aanpak betrouwbaar en praktisch. Nauwkeurigheid Kruithof benadrukt dat nauwkeurigheid in de berekeningen en de uitvoering belangrijk is. “Met een goed ingevuld stappenplan toon je aan dat de woning voldoet aan de eisen. In de aanvraag moet je dan wel benoemen dat je gebruikmaakt van het principe van gelijkwaardigheid. En vervolgens moet je natuurlijk ook bouwen wat je berekend hebt. Door slim te kijken naar het totale warmteverlies van een woning, kun je dan bouwen met natuurlijke materialen, zonder de extra kosten en inspanningen voor een dikkere constructie. Een kleine verschuiving in ontwerpkeuzes kan zo een groot verschil maken voor de verduurzaming van de bouwsector.” Met dank aan Building Balance, www.buildingbalance.eu. Biobased isolatiematerialen zoals stro, vlas, hennep en miscanthus zijn goede vervangers voor traditionele isolatie. Ze stoten minder CO₂ uit bij de productie en slaan zelfs CO₂ op in het gebouw. Foto: Orgabouw. Thema Isolatie: Techniek Stappenplan Kruithof beschrijft een duidelijk stappenplan om als bouwer aan te tonen dat er sprake is van gelijkwaardigheid: 1. Maak twee scenario’s in de NTA 8800-software, van: • een referentiewoning die precies aan de minimumeisen voldoet • een voorgestelde woning met biobased isolatie en verbeterde ramen 2. Vergelijk het totale warmteverlies. De voorgestelde woning moet gelijk of beter scoren. 3. Lever het verslag aan bij het bevoegd gezag. Online is een voorbeeld van het verslag dat je moet aanleveren. Zie hier: https://buildingbalance.eu/ app/uploads/2026/01/202511-26-Stappenplangelijkwaardigheidwarmteweerstand-zonderaanhef.pdf Om aan de energieprestatie-eisen te voldoen is voor biobased isolatie een dikker isolatiepakket nodig. Dat vraagt een dikkere constructie dan de standaardmaat voor bijvoorbeeld houtskeletbouw. Foto: Saint-Gobain Construction Products Nederland B.V.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=