30 nr. 1 Januari 2026 Installaties Onderzoek Saxion Speuren naar verborgen energielekken via energiemonitoring De overheid streeft ernaar om in 2050 elk bouwwerk emissievrij te verwarmen. Nieuwbouwwoningen moeten bijna-energieneutraal worden opgeleverd. Voor de bestaande woningvoorraad liggen er nog veel uitdagingen om energielabels te verbeteren. Die berekeningen zijn geen garantie dat de beoogde energiebesparing ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gerealiseerd. Uit monitoringsdata uit NoM-woningen was al eerder gebleken dat zich de meeste fouten manifesteren in het eerste jaar na oplevering. Zonder herstelmaatregelen zou het energiegebruik dan gemiddeld zeker 15-20% hoger zijn. Met eenvoudige metingen is een deel van die fouten te traceren, zo blijkt uit het project Track & Trace energieprestaties van woningen, dat de Saxion Hogeschool heeft uitgevoerd bij 10 woningen. Auteurs: Annemarie Weersink, Jeroen van ‘t Ende en Christian Struck (Lectoraat Sustainable Building Technology, Saxion Hogeschool Enschede). Foto’s en illustraties: Saxion Hogeschool Een onderdeel van het project Track & Trace energieprestaties van woningen is het ontwikkelen van analysemethoden om zonder kennis over de woning op basis van alleen energie/binnenklimaatdata van woningen een uitspraak te kunnen doen over energiegebruik, energieprestaties en bewonersgedrag. Het uitgangspunt is dat gebruik gemaakt wordt van een minimaal NoM-meetsetje (Nul op de Meter). Data van het elektriciteitsverbruik komen uit de P1-poort van de slimme meter in woningen, wat inzicht geeft in het stroomverbruik, de elektriciteitsopwekking via zonnepanelen, de teruggeleverde stroom en eventueel het gasverbruik. Aanvullend worden temperatuur- en CO2-metingen verricht via monitoring en wordt het elektriciteitsverbruik van de warmtepomp gemeten. Van de tien naast elkaar gelegen rijwoningen uit één blok zijn alleen meetgegevens beschikbaar, maar niets is bekend over bijvoorbeeld de ligging. De meetdata worden geanalyseerd per woning. Benchmarken, door alle data naast elkaar te leggen van de (buur) woningen, is effectief om snel inzichtelijk te krijgen welke woningen uit de serie afwijkingen vertonen. De opbrengst van zonnepanelen Gestart is met een analyse van de opbrengst van zonnepanelen. Het aantal en type zonnepanelen, oriëntatie en hellingshoek zijn niet bekend. Aan de hand van uurlijkse temperatuurverschillen in de hoogzomer is een indicatie verkregen van de oriëntatie van de woningen. Het woonblok is waarschijnlijk (zuid)oost-(noord)west georiënteerd, vanwege de sterkste temperatuurtoename rond 11:00 en 15:00 uur. Deze conclusie sluit aan bij de elektriciteitsproductie uit de PV- panelen. Uit de data uit de P1-poort van de Smartmeter is de opbrengst van de zonnepanelen van januari t/m oktober 2023 in beeld gebracht (figuur 1). De totaal gemiddelde opbrengst per woning is circa 6000 kWh + 10% in 10 maanden. De benchmark brengt helder aan het licht dat de PV-panelen in woning 124 niet optimaal functioneren, omdat die 33% lager presteren dan in de buurwoningen. Niet bekend is of dit een technische fout is, of dat dit wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld beschaduwing. De lagere PV-prestatie in woning 123 komt overigens door ontbrekende meetdata in de analyseset. Een elektriciteitsbalans is opgemaakt op basis van de smart meterdata inkoop van stroom via energieleverancier plus eigen PV-opwek minus aan het net teruggeleverde stroom (zie figuur 2). Daaruit volgt bij benadering het eigen elektriciteitsverbruik voor apparaten in de woning. Uit grafiek 2 is direct af te leiden dat woning 128 nog relatief veel elektriciteit inkoopt. Woning 124 moet ten opzichte van de buren meer elektriciteit inkopen door de slechter presterende PV-panelen. Woning 130 hoort bij de 30% laagverbruikers in het blok en levert ongeveer 5.500 kWh terug (witte vlak, januari t/m oktober). Een rendementsbeoordeling van de zonnepanelen is zonder aanvullende informatie niet mogelijk. Het (dis)functioneren van de warmtepomp In figuur 3 is het cumulatieve elektriciteitsverbruik van alle warmtepompen in beeld gebracht van januari t/m oktober 2023. Uit de benchmark blijkt het elektriciteitsverbruik van de warmtepomp in woning 121 1,5 tot 4 keer hoger te zijn dan in andere woningen. Opmerkelijk is de stijging van het elektriciteitsverbruik van een aantal warmtepompen in de zomer (woning 125, 127, 129). Mogelijke potentiële verklaringen kunnen zijn: onjuiste instellingen van de warmtepomp na het stookseizoen als er geen verwarmings- maar wel warmtapwaterbehoefte is en actieve koeling. Instelling thermostaatstand Uit de temperatuurmetingen in de woonkamer is het dag/avond/nacht temperatuurverloop inzichtelijk te maken in een koude periode, bijvoorbeeld de maanden januari en februari. Figuren 4a en 4b laten de spreiding van het temperatuurverloop in de woonkamer zien in de twee wintermaanden in de vorm van een doorlopende boxplot van 0-24 uur. Woning 121 heeft gemiddeld een lage temperatuur (gemiddelde minimumtemperatuur in de nacht 17,5°C en gemiddelde maximum temperatuur overdag 19,5°C). Dat is opmerkelijk, omdat in deze woning het elektriciteitsverbruik van de warmtepomp aan de hoge kant was (figuur 3); het advies is dat een installateur de warmtepomp controleert. Woning 122 heeft een hoog elekHistorische data als basis voor analyse en foutdetectie Een consortium van 13 partijen heeft in het SIA-RAAKMKB project Track & Trace energieprestaties van woningen onderzoek verricht naar bruikbaarheid van historische energiemonitoringsdata om verdergaande energiebesparing in de praktijk te bewerkstelligen voor woningen. Onderzocht is hoe bijvoorbeeld na een energierenovatie, met eenvoudige (historische) energiemonitoringsdata uit woningen relevante prestaties van gebouw en installaties kunnen worden getoetst en wat kan worden herleid ten aanzien van energiegerelateerd bewonersgedrag (verwarming, koeling en ventilatie). Een schaduwberekeningsmodel (twin) is opgezet ter modellering van het thermische gedrag van de woning. Vervolgens zijn op basis van een uitgebreide meetset data geanalyseerd, om ook de betrouwbaarheid van het twinmodel te testen. Geconcludeerd is dat van meerdere jaren data nodig is om betrouwbaarder conclusies over de U-waarde van de thermische schil te kunnen trekken. Daarentegen kan met meetdata van een warmtepomp beter inzicht worden gekregen in de prestaties van de warmtepomp (actuele en seizoens COP). Kengetallen voor het energiegebruik van warmtapwater en tapwaterpatronen zijn te genereren. Samenstelling Consortium Track & Trace energieprestaties van woningen: Hogeschool Saxion, Hogeschool HAN, BeNext, BINX, CM-Data, Woningcorporatie Domijn, Van Dorp Installaties Hengelo, Dura Vermeer, Orange Climate, Techniek Nederland, Ventilatieservice, WeThePeople, Winkels Installatietechniek.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=