RenovatieTotaal 1 - 2026

18 nr. 1 Januari 2026 Transformatie ‘Back to the future’ in Haagse wijk Mosveen In de Haagse wijk Mosveen staan ze al decennialang: lange stroken portiekflats uit de jaren 50 van de vorige eeuw, gebouwd in een tijd waarin woningnood en snelheid belangrijker waren dan differentiatie, comfort of energieprestatie. Maar omdat de 224 portiekwoningen gebouwd zijn met het zogeheten Tramonta-bouwysteem, zijn ze anno 2025 heel goed te renoveren naar huidige maatstaven. Daarin verschilt deze wijk met vele andere buurten met portiekwoningen uit de jaren 50 en 60 in Nederlandse steden, omdat dit systeem geen dragende binnenmuren heeft. Dat biedt kansen voor een veelzijdiger en moderner woningaanbod, zo stelde architectenbureau KAW voor in opdracht van wijkontwikkelingsmaatschappij WOM - een samenwerkingsverband tussen de gemeente Den Haag en woningcorporatie Hof Wonen. Reimar von Meding, algemeen directeur van KAW, vertelt over de achtergronden van deze bijzondere renovatie. Auteur: Harmen Weijer. Foto’s/renders/afbeeldingen: KAW. Jaren 50 Tramonta-bouwsysteem heruitgevonden in 224 portiekwoningen KAW gaat in haar ontwerp ‘back to the future’, vertelt Reimar von Meding. “De kern van dit project is dat we heel precies hebben gekeken naar hoe deze gebouwen in de jaren 50 van de vorige eeuw zijn gemaakt. Pas als je dat echt begrijpt, zie je hoeveel ruimte er eigenlijk nog in zo’n systeem zit.” Het resultaat is een plan dat op het eerste gezicht bescheiden oogt, maar bij nadere beschouwing juist sterk leunt op diepgravende bouwkundige analyse. Niet slopen en opnieuw beginnen, niet optoppen of uitbouwen, maar terug naar de logica van het oorspronkelijke bouwsysteem. Eén systeem, nul differentiatie De 224 woningen in Mosveen zijn gebouwd volgens het Tramonta-­ systeem, wat stond voor traditioneel montagebouwsysteem. Dat prefab systeem, dat vooral in Zuid-Holland in de periode 1951-1960 in 4.845 woningen is gebruikt, was in zijn tijd vooruitstrevend: een betonnen skelet met portalen en vloerelementen, waarin de woningscheidende wanden vooral als invulling fungeerden en niet primair dragend waren. Toch leidde die systematiek in Mosveen tot een uiterst eenvormig woningaanbod. “Er waren feitelijk maar twee woningtypen”, vertelt Von Meding. “Appartementen van ongeveer 50 tot 60 m2, allemaal met twee slaapkamers en nul differentiatie. Dat paste bij het denken van toen, want in die tijd overheerste de gedachte: ‘Wij weten wat goed voor je is.’ Het sluit echter totaal niet meer aan bij de huidige woningmarkt.” Die eenvormigheid vormde de centrale opgave in de tender: hoe kan een bestaande portiekflat, zonder het aantal woningen te veranderen, toch ruimte bieden aan een bredere doelgroep? Van starters tot kleine gezinnen en van jonge stellen tot ouderen die nog zelfstandig willen wonen. Begrijpen vóór ingrijpen Waar veel renovatieprojecten beginnen met het toevoegen van nieuwe volumes, zoals optoppingen of uitbouwen, koos KAW bewust een andere route. “Architecten hebben soms de neiging om iets nieuws toe te voegen om hun handtekening te zetten”, zegt Von Meding. “Wij hebben juist enorm veel tijd en energie gestoken in het doorgronden van het bestaande systeem.” Dat betekende in dit geval: stevig archiefonderzoek, originele tekeningen opzoeken, prefabdetails bestuderen en zelfs de bewapening van de betonelementen analyseren. “Dit soort bouw uit de jaren 50 is krankzinnig goed gedocumenteerd”, weet hij. “Tot op staven en knopen aan toe.” Verschuiven van woningscheidende wanden De ontdekking die het ontwerp mogelijk maakte, zat in de rol van de woningscheidende wanden. In het Tramonta-systeem bleken die wanden geen dragende functie te hebben, maar slechts invulling te zijn van het betonnen raamwerk. “Dat betekende dat we eenvoudig een woningscheidende wand konden verplaatsen”, legt Von Meding uit. “Door één wand te verschuiven, maak je aan de ene kant een kleinere woning en aan de andere kant een grotere.” Het effect van deze behoorlijk eenvoudige stap is groot. Zonder het aantal woningen te veranderen, ontstond ruimte voor maar liefst negen verschillende woningtypen. Kleinere appartementen van circa 40 à 50 m², middelgrote woningen rond de 60 à 65 m² en grotere woningen tot ongeveer 80 à 85 m². “Voor elke kleinere woning ontstaat er één grotere”, zegt Von Meding. “Die variatie maakt het mogelijk om meerdere doelgroepen te bedienen, zonder dat de buurt eenzijdig wordt samengesteld. Dat laatste was ook een strenge eis vanuit de Haagse gemeenteraad, want deze voormalige huurwoningen worden nu te koop aangeboden. Maar dan wel voor een beperkte doelgroep, zoals voor mensen die precies tussen wal en schip vallen wat betreft kopen en huren, én in essentiële beroepen zitten. Bovendien gaat het om goedkope en betaalbare koop”, weet Meding. Beukmaat Cruciaal in die flexibiliteit is de beukmaat van het oorspronkelijke systeem. In veel portiekflats zijn de beuken ongelijk, met bredere woonkamers en smallere slaapgedeelten. In Mosveen is destijds al gekozen voor een regelmatige beukverdeling van 4,5 meter. De 224 woningen in Mosveen zijn gebouwd volgens het Tramonta-systeem. Dat bestond een prefab betonnen skelet met portalen en vloerelementen, waarin de woningscheidende wanden vooral als invulling fungeerden en niet primair dragend waren.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=