RenovatieTotaal 7 - 2025

Hét platform voor de renovatiesector ACTUEEL Renovatie en optopping Grijpmaflats in Eindhoven 7 THEMA: ISOLATIE Een power up voor elke gevel 11 INSTALLATIES Proef in Zeeland met verplaatsing stroomverbruik naar zonnige uren 27 NUMMER 7 | JAARGANG 15 | DECEMBER 2025 Koekoekproject in Rotterdam voor meer daglicht, veiligheid én droge kelder Pag. 9 Thema: Isolatie

3 nr. 7 December 2025 Redactioneel In dit nummer COLOFON RenovatieTotaal is een onafhankelijke informatiebron en verschijnt 7 maal per jaar. RenovatieTotaal gaat over renovatie, restauratie, herbestemming, onderhoud, op- en aanbouwen en alles wat met de bestaande bouw te maken heeft. Jaargang 15, nummer 7, december 2025 Uitgever Hugo Arends (0570) 861007 E-mail: hugo@handelsuitgaven.nl Hoofdredactie Harmen Weijer redactie@renovatietotaal.nl Redactie Shendell Benilia Frank de Groot Joop van Vlerken Medewerkers Haico van Nunen Willard van Reenen Marketing & Communicatie Maxime Wendt (0570) 768642 E-mail: maxime@handelsuitgaven.nl Advertenties Tom Sotthewes (0570) 654660 E-mal: tom@handelsuitgaven.nl Kim Lieuwen (0570) 768641 E-mal: kim@handelsuitgaven.nl. Abonnementen Mirjam Nijbroek (0570) 861009 E-mail: mirjam@handelsuitgaven.nl Ontwerp en Opmaak Bureau OMA, Doetinchem www.bureauoma.nl Cover Koekproject in Rotterdam levert daglicht, veiligheid en droge kelder op (pag. 9) Druk Rodi Rotatiedruk RenovatieTotaal is een uitgave van Nederlandse HandelsUitgaven BV Postbus 2273, 7420 AG Deventer Keulenstraat 8J 7418 ET Deventer Tel. 0570 – 861009 E-mail: mirjam@handelsuitgaven.nl Copyright Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder de nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave is zorgvuldig en naar het beste weten samengesteld. Uitgever en auteurs kunnen echter niet instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Zij aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, als gevolg van handelingen of beslissingen die op deze informatie zijn gebaseerd. Thema Isolatie ‘Isoleren loont, maar overdrijf het niet’ 15 OudNieuw: Zuider Gymnasiumbasisschool, Rotterdam 19 Installatienieuws: AI in badkamer geeft gezondheidsgegevens door 31 4 Actueel 7 Column 9 Project in Beeld: Koekoek geeft meer licht 11 Isolatie: Gevel krijgt power up 13 Isolatie: Maatwerk-isolatiefolie verduurzaamt 17 Isolatie: Productoverzicht 23 Project: Aluminium gevel voor pompstation 25 Installaties: Innovatief energiebeheerplatform 27 Installaties: Proef in Zeeland met energieverbruik 33 Installaties: Cursussen & Opleidingen i.s.m. TVVL Sociale volkshuisvesting 2.0 Na de vorige editie van RenovatieTotaal is het duidelijk geworden: D66 en CDA gaan als winnaars van de Tweede Kamerverkiezingen samen proberen een regering te vormen. De eerste stap is een gezamenlijke politieke agenda. En om – in de lijn van de winnaars te blijven – positief te beginnen: het is verfrissend om een politieke agenda te zien waarin wonen, verduurzaming en het versnellen van de gebouwde omgeving eindelijk weer centraal staan. De wooncrisis vraagt al jaren om duidelijke en langjarige keuzes. Dáár zit nu precies de winst: als D66 en CDA vol inzetten op minder regels, sneller optoppen, woningdelen en herhaalbare bouwconcepten, ontstaat er eindelijk lucht in de vergunningsketen. Niet alles hoeft nieuw te worden gebouwd; bestaande bouw kan zóveel slimmer worden benut. Juist dat sluit naadloos aan op de renovatiesector, die jaar in jaar uit de grootste bijdrage levert aan betaalbare verduurzaming en nieuwe woonruimte in bestaande wijken. In mijn vorige redactioneel schreef ik al dat er nu echt moet worden doorgepakt, liefst met een langjarig plan dat niet na elke kabinetsperiode kantelt. Dat politieke midden is nu in beeld en dat momentum is te waardevol om te laten liggen. Stabiel en voorspelbaar beleid – tien jaar lang – is precies wat bouwers, woningcorporaties en installatiebedrijven nodig hebben om capaciteit op te schalen en duurzaam te investeren. Wat deze agenda interessant maakt, is dat ze renovatie, verduurzaming en woningrealisatie aan elkaar knoopt. Met minder bezwaarprocedures, landelijke standaardisatie en vergunningsvrije optopmogelijkheden wordt bestaande bouw opeens de snelste route naar extra woonruimte. Daar hoort een Nationaal Isolatie Offensief en het uitfaseren van onzuinige labels bij, want de betaalbaarheid van wonen heeft alles te maken met de energierekening. Dat is geen hobbyklimaatbeleid, maar sociale volkshuisvesting 2.0. De uitdaging wordt nu: vasthouden. Als verduurzaming, optoppen en woningdelen daadwerkelijk sneller kunnen, dan hoort de uitvoering structureel versterkt te worden. Met voorspelbare regels, digitale planprocessen en maatwerk voor herhaalbare concepten kan bestaande bouw binnen twee jaar al veel vaker de oplossing zijn. Harmen Weijer Hoofdredacteur RenovatieTotaal Reageren? redactie@renovatietotaal.nl

4 nr. 7 December 2025 Actueel VSB presenteert Richtlijn Tijdelijke Hangbruginstallaties In de bouw, industrie en onderhoudssector is veilig werken op hoogte van cruciaal belang. Tijdelijke hangbruginstallaties bieden een flexibele en efficiënte oplossing voor het werken op hoogte. Of het nu gaat om nieuwbouw, gevelonderhoud, gevelbeplating, glaszetten, glazenwassen, schilderwerk of werkzaamheden aan speciale constructies, zoals ketels, silo’s, bruggen: de hangbruginstallaties lenen zich ervoor. Met de nieuwe Richtlijn Tijdelijke Hangbruginstallaties kunnen bouwers en gebruikers hangbruginstallaties veilig en verantwoord toepassen De richtlijn is opgesteld door de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB) en afgestemd met verschillende gebruikersgroepen en stakeholders. De Richtlijn Tijdelijke Hangbruginstallaties benadrukt dat veilig werken een gedeelde verantwoordelijkheid is. Opdrachtgevers, leveranciers, monteurs en gebruikers spelen allemaal een rol. Werkgevers moeten zorgen voor scholing en toezicht, terwijl gebruikers verantwoordelijk zijn voor het juiste gebruik en meldingen van afwijkingen. Ontwerp De richtlijn is breed opgezet en behandelt alle facetten van het gebruik van tijdelijke hangbruginstallaties. Een veilige hangbruginstallatie begint met een goed ontwerp. De richtlijn geeft aanwijzingen ten aanzien van technische tekeningen en berekeningen om de draagkracht en stabiliteit te garanderen, behandelt de CE-markering en EG-conformiteitsverklaringen van hangbruginstallaties volgens de Europese norm EN1808 en gaat in op de vastlegging van project- en werksituatie-specifieke eisen. Ook de werkvoorbereiding, inclusief werkplan, planning en veiligheid komen uitgebreid aan de orde. Correcte montage en demontage Zijn het ontwerp en de voorbereidingen klaar, dan is het correct monteren, verplaatsen en demonteren van de installatie cruciaal voor de veiligheid. In de richtlijn wordt ingegaan op de uitvoering van de hangbruginstallatie, het monteren van de verschillende onderdelen tot één veilig hangbruginstallatie, de maatregelen die getroffen moeten worden tegen valgevaar, zoals dakrandbeveiliging of persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Ook wordt uitgebreid stilgestaan bij duidelijke instructies en overdracht van de installatie, door de gecertificeerde monteur, aan de gebruiker van de hangbrug. Een goed opgestelde hangbruginstallatie garandeert nog geen veiligheid: correcte bediening en toezicht zijn essentieel. In de richtlijn wordt ingegaan op de dagelijkse inspecties door gebruikers en de periodieke keuringen door de leverancier. Verder wordt stilgestaan bij de verschillende gebruiksrisico’s, zoals overbelasting, verandering en verplaatsing van de installatie. Ook de weersomstandigheden en de gevolgen daarvan voor het werken met de hangbruginstallatie worden in de richtlijn duidelijk benoemd. Om ervoor te zorgen dat vakmensen over de juiste kennis beschikken, beschrijft de Richtlijn Tijdelijke Hangbruginstallaties een opleidingsstructuur voor hangbrugmonteurs en -gebruikers. Monteurs volgen een gecertificeerde training en leggen een examen af via de Stichting Veilig Werken Op Hoogte (SVWOH). Voor gebruikers is op de website van VSB de e-learning ‘Basiskennis Tijdelijke Hangbuginstallaties’ beschikbaar. Elke gebruiker van een hangbruginstallatie dient deze digitale toolbox te doorlopen alvorens met een hangbruginstallaties te mogen werken. De opgedane kennis wordt getoetst om te controleren of de gebruiker over de benodigde kennis beschikt om veilig aan de slag te gaan. Na de toolbox succesvol te hebben doorlopen, wordt een certificaat verstrekt dat 2 jaar geldig is. Om vervolgens veilig met de hangbruginstallatie te kunnen werken wordt ter plaatste door de monteur van de hangbrug nog de specifieke praktische uitleg van de betreffende installatie gegeven. Daarmee is de gebruiker goed geïnstrueerd en klaar om veilig met de hanginstallatie aan de slag te gaan. Bron: VSB Euromast ondergaat renovatie Na de kerstvakantie gaat het Rotterdamse icoon de Euromast voor drie maanden dicht. De reden is een grootschalige renovatie, die vanaf 5 januari tot begin april 2026 wordt uitgevoerd. Het gaat hierbij om de laatste fase van de meerjarige vernieuwing, waarbij er onderhoud plaatsvindt aan de buitenzijde van het kraaiennest. Daarnaast ondergaat het restaurant een renovatie. De Euromast werd gebouwd tussen 1958 en 1960 en werd op 25 maart 1960 officieel geopend door prinses Beatrix. Het bouwwerk werd opgericht voor de Floriade van 1960 en ontworpen door de Rotterdamse architect H.A. Maaskant. Het is niet de eerste renovatie waaraan in de Euromast de afgelopen jaren is gewerkt. Sinds de overname door Magnicity zijn er al veel vernieuwingen doorgevoerd met een blik op de toekomst: van de Euroscoop en The Rise of Rotterdam tot de vernieuwde suites en boardroom. Nu wordt de onderzijde van het kraaiennest afgestraald, geïnspecteerd, waar nodig gerepareerd en opnieuw geschilderd. Ook de mast van de Euroscoop krijgt nieuw schilderwerk. Om dit veilig te kunnen uitvoeren, wordt een speciaal hangplatform gebouwd onder het kraaiennest en wordt de Euroscoop als tijdelijke liftinstallatie gebruikt voor een werkplatform bovenop de constructie. Naast de werkzaamheden aan de buitenkant krijgt ook het restaurant een vernieuwde inrichting. Het restaurant krijgt een frisse, hedendaagse uitstraling. Er wordt gekozen bewust voor een concept dat recht doet aan de monumentale stijl van architect Maaskant en het kleurrijke karakter van Rotterdam. Omdat deze werkzaamheden extra belasting geven op de constructie en veiligheid vooropstaat, blijft de Euromast gedurende de renovatie volledig gesloten voor bezoekers. Bron: Euromast Duurzame toekomst voor 144 woningen in Bergen op Zoom Aan de Guido Gezellelaan en Van Heelulaan in Bergen op Zoom worden 144 sociale huurwoningen van woningcorporatie Stadlander duurzaam gerenoveerd. Het project bevat zes portiekflats aan de Guido Gezellelaan en de Van Heelulaan, met 24 sociale huurwoningen per flat. Het afgelopen jaar is door Stadlander en bouwpartner elk uitgebreid onderzoek gedaan naar de toekomstmogelijkheden van de flats. De gebouwen zijn technisch nog in goede staat. Dat maakt renovatie mogelijk. Vanuit de huurders kreeg Stadlander terug dat zij behoefte hebben aan betere isolatie. Ook ervaren veel huurders geluidsoverlast en kan de indeling van de woningen verbeterd worden. “Die problemen kunnen we alleen aanpakken, als huurders tijdelijk naar een andere woning verhuizen. Daarom kiezen we voor een renovatie in onbewoonde staat”, aldus Stadlander. De werkzaamheden aan de portiekflats worden in fasen uitgevoerd. De verwachting is in 2027 te starten met de eerste flat aan de Van Heelulaan. De laatste flat wordt in 2029 gerenoveerd. Per gebouw duren de werkzaamheden ongeveer 14 weken. Deze aanpak betekent ook dat huurders in fasen tijdelijk verhuizen naar een logeerwoning. Het sociaal plan voor de eerste flat gaat in vanaf januari 2026 en duurt tot januari 2027. Bron: Stadlander

5 nr. 7 December 2025 Introductie van nieuwe generatie brandwerende dakoplossingen Polyglass Netherlands speelt sterk in op de groeiende vraag naar brandveilige dakoplossingen, een thema dat steeds urgenter wordt nu pv-installaties massaal hun weg vinden naar het Nederlandse daklandschap. De brandveiligheidseisen nemen toe, terwijl tegelijkertijd behoefte bestaat aan drukvaste, vochtbestendige én lichtgewicht oplossingen. In samenwerking met de Italiaanse fabrikant BIFIRE® introduceert Polyglass een nieuwe productrange brandwerende isolatieplaten die vanaf eind 2025 beschikbaar komt. Hiermee wordt een belangrijk gat in de markt opgevuld dat ontstond na het wegvallen van producent SITEK. De zoektocht naar kwalitatief volwaardige alternatieven voor FESCO- en Batiboard-platen leidde Polyglass naar Italië, waar BIFIRE® zich onderscheidde met geavanceerde technologie op basis van perliet en keramische vezels. De visie van beide organisaties blijkt sterk overeen te komen: innovatieve, ecologisch verantwoorde en toekomstbestendige dakoplossingen ontwikkelen die voldoen aan de steeds strengere normen. De samenwerking resulteerde in een exclusieve distributieovereenkomst voor AQUAFIRE®-platen voor daktoepassingen in Nederland. AQUAFIRE®: twee elementen in één oplossing Onder het motto “twee elementen in één oplossing” introduceert Polyglass de AQUAFIRE®-plaat: een cementgebonden, vezelversterkte en lichtgewicht brandwerende isolatieplaat die zowel vuur- als vochtbestendig is. Kenmerkende eigenschappen: • Brandklasse A1 en brandwerend tot 240 minuten • Water- en vochtbestendig • Drukvast, buigsterk en lichtgewicht • Verwerkbaar als gipsplaat • Bestand tegen schroefbelasting • Geschikt voor binnen- én buitentoepassingen, ook onder extreme omstandigheden Daarnaast biedt AQUAFIRE® een meerwaarde voor pv-installaties: het systeem beschikt over EI30-gecertificeerde dakopbouwen waarbij de platen direct onder het pv-systeem worden toegepast. Hiermee ontstaat een brandveilige, flexibele en ontwerpneutrale oplossing voor moderne daken. Toepassingsvoordelen De nieuwe samenwerking biedt aanzienlijke voordelen voor ontwerpers, dakdekkers en gebouweigenaren. • Brede toepasbaarheid: AQUAFIRE® is compatibel met bitumen en kunststof dakbanen, mechanisch te bevestigen, losliggend te verwerken of te verlijmen. Ook inzetbaar bij gekromde daken en speciale detailleringen. • Toekomstgerichte oplossingen: De samenwerking tussen Polyglass en BIFIRE opent de deur voor innovatieve systemen zoals VACUNEX met vacuümisolatie en lichtgewicht perlietgebonden BILIFE® SANUS-platen, waarmee brandwerendheid, isolatie en duurzaamheid naar een hoger niveau worden getild. • Met de introductie van deze nieuwe generatie brandwerende isolatieplaten zet Polyglass een belangrijke stap in de transitie naar veiligere, duurzamere en robuustere daksystemen. POLYGLAS WWW.POLYGLASS.NL Producten In de spotlight Product uitgelicht Facelift en verduurzamen ‘Lange Diamant’ van start Bouwbedrijf Plegt-Vos is eind november aan de slag gegaan met het verbeteren en verduurzamen van 168 flatwoningen van woningcorporatie Woonforte in Alphen aan de Rijn. Het gaat om de huurwoningen én het woongebouw zelf, in de volksmond de Lange Diamant, die een facelift krijgen. In de zomer van 2026 zal het werk klaar zijn. In de woningen komt overal HR++beglazing, nieuwe draaiende ramen, nieuwe voordeuren en balkondeuren voor een betere isolatie van de woningen. Er komen nieuwe radiatoren als voorbereiding op de energietransitie naar energieneutraal verwarmen. In de woningen zorgt een nieuw WTW-systeem voor frisse, gezonde ventilatie. Deze warmteterugwin-­ ventilatie gebruikt de warmte in de woning om de frisse, verse buitenlucht op temperatuur te brengen. De flat gaat overigens nog niet van het gas af. Architectenbureau A3 uit Rotterdam heeft het ontwerp gemaakt met frisse, lichte kleuren. Door een nieuwe indeling van de bergingsgangen komt ook een verbinding tussen Diamantstraat en Topaasplantsoen. Door ook aan de Diamantstraat toegang te geven naar de bergingen ontstaat daar meer levendigheid. Ook van bewoners is dit een wens geweest om vanaf die kant de bergingen in te kunnen. Op de begane grond komt nieuwe verlichting boven langs de gevel voor een beter veiligheid rondom de flat. De nieuwe entrees met een hoge toegang, de nieuwe hekwerken voor galerijen en balkons én de gevelisolatie met een lichte kleur steenstrips maken de restyling compleet. Dit bijzondere woongebouw, waar nu ruim 55 verschillende nationaliteiten wonen, is al vanaf 1965 een markant punt in de Edelstenenbuurt. Het was toen een van de eerste grote flats in Alphen aan den Rijn. Jarenlang stond het wooncomplex aan de Diamantstraat op de slooplijst. Uiteindelijk kiest Woonforte toch voor behoud en renovatie. Met de uitvoering van het Verbeterplan Lange Diamant krijgen de bewoners een comfortabele en energiezuinige woning. Ook het woongebouw zelf krijgt een facelift met aandacht voor meer veiligheid, een moderne uitstraling en goede isolatie. Bron: Woonforte

6 nr. 7 December 2025 Actueel Brabantse woningcorporaties gaan per 2026 over op circulaire en biobased keukens De Brabantse woningcorporaties Zayaz, Alwel, Area, Tiwos en Stadlander plaatsen vanaf 1 januari 2026 bij nieuwbouw en renovatie & onderhoud alleen nog maar de biobased en circulaire keukens van het nieuwe keukenconcept van Bruynzeel Keukens. De gezamenlijke keuze voor de Circo Atlas keuken betekent 30% minder CO₂-uitstoot, wat voor de woningcorporaties een belangrijke stap is in het behalen van hun duurzaamheidsdoelstellingen. Deze 5 corporaties behoren tot de zogeheten Lente-corporaties, de samenwerkende woningcorporaties in NoordBrabant. “Deze biobased circulaire keuken is één van de eerste producten die op grote schaal écht bijdraagt aan onze duurzaamheidsdoelen”, zegt Robert Fase, beheerder vastgoed van Tiwos. “Als Lente-corporaties beheren we samen meer dan 100.000 woningen. De impact die we kunnen realiseren is dus enorm.” De komende vijf jaar nemen de genoemde vijf corporaties om te beginnen jaarlijks zo’n 3.500 Circo Atlas keukens af bij Bruynzeel. De keuken heeft een 100% biobased spaanplaat kern. Deze bestaat voor 86% uit gerecycled materiaal. De rest komt van takken en boomtoppen uit duurzaam beheerde Europese naaldbossen. Het bindmiddel wordt gemaakt van tannines uit boomschors. De toplaag bestaat uit een biogene melaminehars. Voor de productie wordt biomassa gebruikt in plaats van uitsluitend aardgas. Dit alles betekent 30% minder CO2-uitstoot per keuken dan de traditionele Atlas keuken van Bruynzeel. De Circo Atlas van Bruynzeel Keukens kent dezelfde kwaliteit en garanties als de traditionele Atlas keuken die al in de corporatiewoningen staat. Voor een beperkte investering van 8 euro per jaar – met een afschrijftermijn van 20 jaar - kunnen de corporaties de biobased variant plaatsen. Per euro levert dit meer CO₂-reductie op dan isolatie. De keuken is hierdoor een betaalbaar en duurzaam alternatief dat naadloos in de bestaande werkprocessen past. Dat maakt de overstap eenvoudig en schaalbaar, zo geven de corporaties aan. Ze hebben met Bruynzeel Keukens een contract voor vijf jaar gesloten met intentie om daarna met nog eens vijf jaar te verlengen. Bruynzeel neemt ook oude keukens uit de corporatiewoningen terug. En verwerkt het plaatmateriaal tot grondstof voor nieuwe spaanplaat. Bron: Zayaz Renovatie van 9000 woningen via Bouwstroom gestart in Voorburg Bij 110 woningen van woningcorporatie Vidomes aan de Von Geusaustraat in Voorburg worden de komende maanden maatregelen uitgevoerd die de woningen een stuk energiezuiniger maken en een eigentijdse uitstraling geven. Daarmee is de ‘Bouwstroom renovatie & verduurzaming’, partnerschap tussen vijf woningcorporaties in de regio Haaglanden en vijf aannemers, officieel gestart. De Bouwstroom moet in acht jaar tijd zo’n 9.000 sociale huurwoningen weten te renoveren en te verduurzamen. Door samen te werken verwachten de deelnemende woningcorporaties Vidomes, Rijswijk Wonen, De Goede Woning, Rondom Wonen en Stedelink de verduurzaming en renovatie betaalbaar te houden. Bovendien verwachten de 5 corporaties dat de renovaties en verduurzaming versneld kunnen worden uitgevoerd. Want omdat de 9.000 woningen gezamenlijk zijn aanbesteed, in plaats van elk project apart, kunnen processen gestandaardiseerd worden en worden de projecten zo slim mogelijk ingepland. De bouwpartners in de Bouwstroom zijn: BAM Wonen, Buurtbouwers (combinatie Smits Vastgoedzorg & VORM), Renovatiekracht (combinatie Dura Vermeer & ERA Contour), Van Wijnen en Willems. Dit project aan de Von Geusaustraat wordt uitgevoerd in samenwerking met aannemer Van Wijnen. De werkzaamheden bestaan onder meer uit isolatiemaatregelen, verbeteringen aan installaties en portiekentrees. Hierdoor gaan de 110 woningen van gemiddeld energielabel E naar label A. Dat betekent voor bewoners een lager energieverbruik, een beter binnenklimaat en meer wooncomfort. Aniel Ramawadh is bestuurder van Vidomes. “Kennis en ervaring die we onderweg opdoen, delen we met elkaar. Zo blijven we van elkaars projecten leren.” Herman Steenbergen, vestigingsdirecteur Van Wijnen: “Met de bouwstroom creëren wij meer wooncomfort voor duizenden bewoners, zo ook voor de bewoners van de Von Geusaustraat. Samenwerken loont.” Bron: Vidomes Energielabelplicht voor monumenten vanaf eind mei 2026 Door een wijziging van de Europese richtlijn EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive), geldt de energielabelplicht vanaf 29 mei 2026 ook voor beschermde monumenten. Voor de meeste woningen en utiliteitsgebouwen was een energielabel al verplicht. Eerder werd er een uitzondering gemaakt voor beschermde monumenten. Hier komt dus in 2026 verandering in. Dit betekent dat eigenaren van beschermde monumenten, net als de eigenaren van andere gebouwen, vanaf 29 mei 2026 verplicht zijn om hun monument bij verkoop, verhuur of verlenging van huurovereenkomsten van een energielabel te voorzien. De methodiek van de NTA 8800, die wordt gebruikt bij woningen en kantoren, blijkt ook geschikt te zijn voor het berekenen van de energieprestatie en het bepalen van een energielabel van een monument. Onderzoek van W/E Adviseurs eerder dit jaar heeft dat uitgewezen. Er zijn wel monumenten die er toch niet aan hoeven te voldoen, zoals kerken/gebedshuizen, monumenten met een industriefunctie en gebouwen die weinig tot geen energie verbruiken. Op deze site heeft Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed een vraag/antwoordlijst samengesteld: www.cultureelerfgoed.nl/ onderwerpen/d/duurzaamheid/energielabel-voor-monumenten/energielabelplicht---vraag--antwoord Bron: RCE

7 nr. 7 December 2025 Column In elk nummer van RenovatieTotaal geeft dr.ir. Haico van Nunen zijn mening over een aspect van ‘de renovatiewereld’. Haico van Nunen is adviseur bij BouwhulpGroep en lector Duurzame Renovatie bij het kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam. Isoleren is als een jas Zodra de dagen korter worden, doen we vanzelf een dikkere jas aan. Niemand die daarover een discussie voert: kou buiten, isolatie ertegenaan, klaar. Maar zodra het over onze woningen gaat, wordt het ineens een stuk ingewikkelder. Hoe dik moet die ‘jas’ dan zijn? In de nieuwbouw weten we het precies: een Rc-waarde van 6,3 m²K/W, grofweg zo’n 18 centimeter isolatie of meer. Dat past prima in een nieuwe constructie. Maar probeer datzelfde pakket eens in de spouw van een bestaande woning te proppen. Dat lukt niet. En toch is dat vaak het referentiekader waarmee we naar renovatie kijken. Misschien moeten we ophouden te doen alsof er maar één soort winterjas bestaat. Als je zelf geen superdikke jas hebt, trek je ook gewoon laagjes over elkaar aan: een vest onder je jas, een regenjas eroverheen, en je bent net zo goed beschermd. Met woningen werkt het precies zo. Is de spouw al goed nageïsoleerd, dan kun je met binnen- of buitenisolatie nog steeds hoge waardes halen. Technisch is er veel mogelijk, maar de vraag is: is het altijd nodig? De ingreep is groot, en de rekening ook. Daar komt bij: bewoners zijn geen normen. De een is een koukleum, de ander zet midden in de winter nog een raampje open. In de regelgeving gaan we uit van de meest ongunstige situatie. Maar hoe vaak is het nu echt -10 °C? Steeds vaker werken we in de bestaande bouw met de Standaard en de Streefwaarden. Daarbij geldt de Standaard voor een gebouw en de Streefwaarde voor een bouwdeel. Voor een gevel ligt die Streefwaarde op 6,0 m²K/W, net onder nieuwbouwniveau. Dat is best wel hoog. Je zou het ook kunnen omdraaien. Wat als we vooral zorgen dat een woning in voor- en najaar comfortabel warm te krijgen is? Daarvoor hoeft de isolatie misschien niet tot het uiterste te worden opgevoerd. In de paar echte piekdagen kun je als bewoner letterlijk een extra trui aantrekken, of je installatie tijdelijk wat harder laten werken. Vloeken in de kerk, misschien, maar lokale bijverwarming op de koudste momenten is óók een optie – zeker als die gevoed wordt met duurzame energie. Waar het mij om gaat: stop met kijken naar afzonderlijke onderdelen, kijk naar het totaalplaatje. Kun je de gevel niet verder isoleren, dan kun je misschien bij het dak een stap extra zetten. Lukt dat ook niet, zorg dan dat de installatie het comfort kan opvangen wanneer dat nodig is. Zolang die extra stap duurzaam wordt ingevuld, kun je nog steeds spreken van een goede, toekomstbestendige woning. Dat neemt niet weg dat je moet isoleren waar het eenvoudig kan – dat blijft de basis. We vinden het tenslotte ook volstrekt logisch dat we in de winter niet zonder jas naar buiten gaan. Maar welke jas je aantrekt, hoeveel laagjes je kiest en waar je het dikkere deel van de jas plaatst… dáár mogen we in de bestaande bouw best wat slimmer en genuanceerder over nadenken. Renovatie en optopping Grijpmaflats in Eindhoven Woonbedrijf is onlangs gestart met de grootschalige renovatie en optopping van de Grijpmaflats aan de Willem Klooslaan en Busken Huetstraat in Eindhoven. In totaal worden 81 bestaande woningen grondig verduurzaamd en 52 extra studio's toegevoegd op de bovenste verdieping. De werkzaamheden worden uitgevoerd door Huybregts Relou en duren tot eind 2026. Bijzonder aan het project is de optopping van de bestaande gebouwen. Op de bovenste verdieping komen 52 studio's voor jongeren tot 28 jaar. Zo ontstaat er extra woonruimte in een bestaande woonomgeving, zonder dat er gesloopt hoeft te worden. “Het optoppen van de Grijpmaflats is een slimme en duurzame manier om de woningnood aan te pakken," zegt Roy Beijnsberger, bestuurder van Woonbedrijf. "En dat is in deze tijd hard nodig. We voegen nieuwe woningen toe waar de ruimte schaars is, zonder te slopen.” In Eindhoven is optoppen een veelbelovende strategie om de woningnood creatief aan te pakken. De stad telt veel naoorlogse wijken die stevig genoeg zijn om op te toppen, en de woningnood vraagt om creatieve oplossingen binnen de bestaande stad. Daarom heeft het Rijk Eindhoven aangewezen als voorloper op dit gebied. De Grijpmaflats vormen daarmee een van de eerste grootschalige voorbeelden van deze vernieuwende manier van bouwen. “Omdat de ruimte om te bouwen in de stad beperkt is, moeten we creatief zijn om meer woningen te kunnen realiseren in de beschikbare ruimte", aldus wethouder Mieke Verhees. “Optoppen is een relatief gemakkelijke manier om dat te doen. De optopping van de Grijpmaflats laat zien dat dat op een verantwoorde en mooie manier kan. Ik hoop dat er nog meer van dit soort voorbeelden volgen.” Renovatieplan Naast het optoppen van 52 extra studio's worden de 81 bestaande woningen volledig gerenoveerd. Het oorspronkelijke renovatieplan is mede dankzij waardevolle inbreng van bewoners, de bewonerscommissie en de Woonbond aangescherpt en verbeterd. Zo worden de gevels, daken en plafonds van bergingen geïsoleerd, en komen er nieuwe houten kozijnen, balkondeuren met HR++ glas en voordeuren in de appartementen. Verder is gekozen voor nieuwe HRketels en radiatoren, en een wtw-­ systeem voor ventilatie. De 52 nieuwe studio's worden voorzien van eigen zonnepanelen op het dak. Ook worden asbesthoudende leidingen vervangen en krijgen bewoners een nieuwe badkamer en toilet - en waar nodig - een nieuwe keuken. Daarnaast krijgen de woningen een individuele voorziening voor verwarming en warm water, zodat bewoners meer invloed hebben op hun verbruik en kosten. De werkzaamheden, die in oktober dit jaar zijn gestart, moeten december 2026 zijn opgeleverd. Bron: Woonbedrijf

9 nr. 7 December 2025 Project in Beeld Koekoekproject in Rotterdam levert daglicht, veiligheid en droge kelder op In een karakteristieke woning aan het water in Rotterdam is recent een opvallend renovatieproject afgerond, dat laat zien hoeveel impact een goed ontworpen afwerking van kelderkoekoeken kan hebben op wooncomfort, veiligheid en duurzaamheid. Vier bestaande lichtschachten in het souterrain zijn hier volledig vernieuwd met Lucernario-afdekkingen van Techcomlight. Het resultaat: meer daglicht, betere ventilatie, geen water- en vuilproblemen meer én een veilige vluchtroute. Auteur: Harmen Weijer. Foto’s: Techcomlight De bewoners, een echtpaar van 60+, gebruikten de kelderverdieping als slaapverdieping. Daglicht en ventilatie waren aanwezig, maar verre van optimaal. “De man zat vooral met het praktische probleem: water, vuil en bladeren die steeds in de koekoek terecht kwamen. Zijn vrouw had juist behoefte aan veiligheid en de mogelijkheid om bij nood te kunnen vluchten”, vertelt Mark Veldjesgraaf van Techcomlight. De grootste bestaande betonnen koekoek was maar liefst 3,30 meter breed en 1,30 meter diep. Hier was een vluchtroute vereist. De oplossing werd gevonden in drie gekoppelde Lucernario-modules, waarvan één volledig te openen is. “Van binnenuit kan het systeem worden geopend. Je creëert zo een opening van 1,10 bij 1,10 meter, waardoor je daadwerkelijk naar buiten kunt. Dat gaf de bewoners enorm veel rust.” Bestaande koekoeken geschikt Naast de grote betonnen schacht waren er drie standaard kunststof koekoeken aanwezig. Veel woningeigenaren denken dat dergelijke schachten niet geschikt zijn voor hoogwaardige afdeksystemen. Ten onrechte, zegt Veldjesgraaf. “Dankzij een goede fundering met opsluitbanden konden we die Lucernario’s hier in anderhalf uur per stuk monteren. Ook op kunststof koekoeken werkt het perfect.” De oude situatie zorgde regelmatig voor een natte kelder. “Het water liep simpelweg tegen de kelderwand aan. Dat is niet alleen vervelend, maar ook funest voor je bouwkundige constructie op de lange termijn. Met onze afdekking blijft de koekoek nu volledig droog.” Een belangrijk technisch aspect is de verhouding tussen glas en rooster. Hoe meer roosters, hoe beter de ventilatie, maar ook hoe minder daglicht. “Dat is altijd een afweging die de bewoner zelf maakt. Wil je maximaal daglicht, dan kies je voor een zo groot mogelijke glasplaat en zo min mogelijk roosters. Ga je voor extra ventilatie, dan kun je rondom roosters toepassen.” Overrijdbaar In dit Rotterdamse project werd gekozen voor een uitgebalanceerde oplossing: rondom ventilatieroosters en in het midden een overloopbare glasplaat. Bewoners kunnen er gewoon overheen lopen. “Het glas is zelfs overrijdbaar te leveren, al was dat hier niet nodig. Maar technisch kan het.” Duurzaam Volgens Veldjesgraaf past het koekoeksysteem perfect in de verduurzaming van bestaande woningen. “Door meer daglicht naar binnen te halen, heb je overdag simpelweg minder kunstlicht nodig. Zelfs met led blijft dat gewoon energie die je niet meer verbruikt en waarop je dus bespaart.” Ook materiaalkeuze speelt een rol. De gebruikte RVS-afwerking is onderhoudsarm en corrosiebestendig. “Die gaat tientallen jaren mee. Dat maakt het ook vanuit circulariteit een interessante keuze. Je hoeft niet om de paar jaar te vervangen.” Daarbij draagt de oplossing bij aan een gezonder binnenklimaat. “Sinds Corona kijken mensen weer veel serieuzer naar ventilatie en daglicht. Dat zijn basisvoorwaarden voor gezond wonen. Zeker in slaapkamer en werkruimte.” Meerwaarde voor bestaande bouw Wat dit project in Rotterdam vooral laat zien, is dat hoogwaardige daglichtoplossingen niet alleen voor nieuwbouw zijn weggelegd. “In nieuwbouw werk je vaak met standaardmaten, dat is het goedkoopst. Maar in renovatie kunnen wij echt maatwerk leveren. En juist in bestaande bouw los je vaak meerdere problemen tegelijk op: vocht, veiligheid, licht én comfort.” Een bijkomend effect is de beleving in de ruimte. “Waar je eerst tegen een natte bouwput met bladeren aankeek, kijk je nu vanuit je kelder als het ware in een etalage. Mensen richten die koekoek soms zelfs in met planten of decoratie. Dat had ik van tevoren ook niet verwacht.” Volwaardig bouwcomponent Met dit project laat Techcomlight zien dat de koekoek allang niet meer slechts een functioneel betonbakje is. Het is een serieus bouwcomponent geworden die bijdraagt aan comfort, veiligheid en duurzaamheid. “Wij halen eigenlijk alle nadelen weg die je vroeger van koekoeken kende, maar behouden de voordelen: ventilatie en daglicht.” Voor de bewoners in Rotterdam betekende dat de upgrade van hun souterrain naar een volwaardige woonlaag. Voor de renovatiemarkt is het een schoolvoorbeeld van hoe relatief compacte ingrepen een grote impact kunnen hebben op leefkwaliteit. Ook kleinere koekoeken, zoals deze van kunststof, zijn voorzien van een Lucernarioafdekking, die in de kelder voor extra licht en ventilatie zorgen. Op de grote koekoek in Rotterdam zijn drie gekoppelde Lucernario-modules geplaatst, waarvan er één volledig te openen is.

11 nr. 7 December 2025 Isolatie: Geveltechniek Een power up voor elke gevel Gevelisolatie speelt een belangrijke rol in de verduurzaming van woningen en gebouwen. Met name op de renovatiemarkt liggen nog grote kansen. Reden voor Caparol om in januari 2026 een Europese campagne te lanceren. “Daarmee gaan we aannemers en onderhoudsbedrijven benaderen en wijzen op drie verschillende slimme manieren van isoleren en de positieve effecten daarvan”, zegt Gerjan Teunis, salesmanager van Caparol. Auteur: Geert Hilferink. Foto’s: Caparol Onder het motto ‘Een power up voor elke gevel’ start Caparol 2026 met de campagne. “Dat doen we in de 26 Europese landen waarin we actief zijn. In al die landen is gevelisolatie een belangrijk thema voor de bouwsector. Niet alleen voor de aannemers, maar ook voor schilders en onderhoudsbedrijven en vastgoedeigenaren.” Caparol presenteert in de campagne drie verschillende isolatiemethoden. “Dat varieert van het plaatsen van een geheel nieuw buitengevelisolatiesysteem tot het opplussen van de bestaande isolatie. Het esthetisch verduurzamen en verfraaien van de bestaande buitengevelisolatie is de derde methode waarvoor we oplossingen bieden.” Efficiënt systeem Capatect Comfort Carbon vormt de basis voor het nieuwe buitengevelisolatiesysteem. Teunis: “Dit ETICSsysteem kan eenvoudig aan de buitengevel gemonteerd worden en verbetert de energie-efficiency van een woning of bedrijfsgebouw aanzienlijk. Dat vertaalt zich direct in meer wooncomfort en een hogere woningwaarde.” Het buitengevelisolatiesysteem bestaat uit een lijmlaag, het carbon isolatiemateriaal, pluggen, een wapeningslaag en een afwerking van sierpleister en muurverf. “Deze buitenmuurverf CoolProtect biedt een optimale reflectie van de zon op thermische gevelisolatie die wordt afgewerkt in een donkere kleur. Het zorgt voor een geringe opwarming van het oppervlak bij zonneschijn. Bovendien hecht de muurverf erg goed op verschillende ondergronden en is het nagenoeg ongevoelig voor aangroei van micro-organismen.” De tweede methode waarvoor Caparol aandacht vraagt in de campagne is duurzame gedeeltelijke of gehele renovatie van de bestaande buitengevelisolatie. “Daarmee doelen we op het herstellen van beschadigde delen van de isolatie om zo de thermische prestaties weer op niveau te krijgen. Bijvoorbeeld een bestaande gevel met lichte schade, zoals oppervlakkige afbrokkeling van pleisterwerk, maar ook slechte hechting van het pleisterwerk en de wapeningslaag als gevolg van vochtinfiltratie.” Ook bestaande gevels met diepe schade door alle lagen van het buitengevelisolatiesysteem, kunnen met het systeem van Caparol duurzaam hersteld worden. Voor die gedeeltelijke of gehele renovatie biedt Caparol speciale producten voor de wapeningslaag, sierpleisterlaag en buitenmuurverf. “Daarmee kan de bestaande gevelisolatie weer op peil gebracht worden. Bovendien zorgt de muurverf ervoor dat de gevel er weer als nieuw uitziet en dankzij de Nano-Quarz-Technologie langdurig vuilafstotend is.” Visuele renovatie De derde en meest eenvoudige vorm van gevelrenovatie is een grondige reiniging gevolgd door het aanbrengen van nieuwe tussen- en eindlagen. Daarmee wordt de levensduur van het systeem verlengt en blijft de thermische isolatie volledig intact. “Deze vorm van gevelrenovatie is bijvoorbeeld geschikt voor de behandeling van microbiële aantasting door bijvoorbeeld algen en schimmels of het overbruggen van de fijnste haarscheurtjes in de gevel. Al kan ook de wens voor een andere kleur op de buitengevel een aanleiding zijn”, zegt Teunis. Naast een primer en tussen- en afwerklaag is er ook een speciale tussen- en afwerklaag voor het afdichten van haarscheurtjes. Een andere manier om de gevel esthetisch te renoveren is het aanbrengen van designelementen. Teunis: “Ook dat is onderdeel van onze campagne. Daarin bieden we gevelprofielen aan, die goed te combineren zijn met andere gevelafwerkingen. Ook met onze minerale en keramische steenstrips kunnen de geïsoleerde gevels naar wens bekleed worden. Een breed scala aan creatieve technieken en effecten is ook beschikbaar voor de thermisch geïsoleerde gevels, waaronder gestructureerde pleisteroppervlakken en zichtbeton met een trendy uitstraling.” De gevelrenovatie staat volgens Teunis de komende jaren hoog op de agenda. “Naast de bouw van duurzame nieuwe woningen vraagt ook de energetische verduurzaming van de bestaande voorraad veel aandacht. Daarin moet de komende jaren nog veel werk verzet worden. Met onze oplossingen voor gehele of gedeeltelijke buitengevelrenovatie dragen we daar graag aan bij.” Meer info: www.caparol.nl Project Eindhoven Aan de Jeroen Boschlaan in Eindhoven heeft stucadoorsbedrijf W. Derhaag het karakteristieke gele – en meest opvallende – pand aan de aan de ring van Eindhoven stevig onderhanden genomen en verduurzaamd. De complete buitengevel werd aangepast. De oude gevelbekleding werd verwijderd en voorzien van een gevelisolatiepakket en sierpleister van Caparol. Niet alleen heel duurzaam, maar ook een frisse look als eindresultaat. Het nieuwe buitengevelisolatiesysteem (ETICS) kan eenvoudig aan de buitengevel gemonteerd worden en verbetert de energieefficiency van een woning of bedrijfsgebouw aanzienlijk.

13 nr. 7 December 2025 Isolatie: Techniek Maatwerk-isolatiefolie helpt woningcorporaties bij verduurzaming De isolatiemarkt is volop in beweging. Biobased materialen, circulaire beloftes en steeds strenger wordende eisen rondom energieprestaties buitelen over elkaar heen. Midden in dat speelveld lanceerde Weston Isolatie enkele maanden geleden REF Insulation: een doorontwikkeld reflectief isolatieproduct voor met name vloer- en dakisolatie. Geen radicale breuk met bestaande folies, maar wél een product waarin technische ervaring, maakbaarheid en logistieke duurzaamheidswinst samenkomen, zo vertellen algemeen directeur Paul Bakker en commercieel manager Remko Wesselius van Weston. Auteur: Harmen Weijer Foto’s: Weston Isolatie Weston bestaat al 60 jaar en was lange tijd vooral bekend als exclusief distributeur van bouw- en isolatiematerialen. Die rol begon enkele jaren geleden te schuiven. “De markt veranderde, en wij zijn ons steeds meer gaan toeleggen op isolatieoplossingen”, vertelt Bakker. “We werden onder andere een grote speler in inblaaswol en EPSparels. Met reflectiefolie werkten we jarenlang met een ander merk. Dat product was op zich goed, maar op een aantal punten qua productie en verwerking ervan wilden we het anders zien.” Weston besloot niet langer uitsluitend te distribueren, maar zelf te ontwikkelen en te produceren. “We hebben hier bouwfysische kennis in huis, inclusief energieprestatieadviseurs. Dan ga je vanzelf denken: waarom zouden we het niet zelf doen?”, aldus Bakker. Schaalbare opbouw REF Insulation is in de basis een reflectief isolatiepakket opgebouwd uit noppenfolie met een gemetalliseerde PET. “Het is een extreem dunne reflectielaag, enkele nanometers dun”, licht Bakker toe. “Die zorgt voor de warmtereflectie. Dat principe bestaat al decennia, maar de kwaliteit zit in de details.” Die details verwijzen naar de opbouw van de folie, de noppenstructuur, de dikte, de reflecterende laag en de duurzaamheid van de tapeverbindingen. “Een folie is niet zomaar een folie. Je hebt verschillen in nopgrootte, in foliedikte en in reflecterende laag. Goedkopere varianten gebruiken bijvoorbeeld BOPP, dat een kortere levensduur kent. Wij werken met gemetalliseerde PET, omdat dat op lange termijn zijn prestatie behoudt”, aldus Bakker. De schaalbare opbouw in lagen van telkens 10 millimeter is eveneens bijzonder. “We kunnen pakketten leveren van 40 tot 200 millimeter dik”, zegt Bakker. “Die dikte kunnen we vooraf in één pakket produceren, en dus niet in twee losse lagen. Dat laatste kost meer arbeid en vergroot de kans op fouten.” Remko Wesselius vult hem aan: “Bij twee lagen moet je simpelweg meer handelingen verrichten. REF reduceert de installatietijd daarmee direct.” Door te werken met één uniforme materiaalsoort in de gehele rol, bereikt REF volgens Weston een reflectiewaarde waarmee we ruimschoots voldoen aan de in de NTA 8800 gestelde eisen. “Bij andere folies worden soms verschillende grondstoffen in één rol verwerkt. Dat beperkt de flexibiliteit en de prestatie”, zegt Wesselius. “Wij maken alles zelf vanuit één vaste matrix. Die eenvoud maakt produceren efficiënt, maar biedt ook voordelen in de verwerking en in het oprollen.” Sneller werken, minder overlast Die verwerkbaarheid blijkt cruciaal, met name bij projecten voor woningcorporaties. In renovatieprojecten draait het niet alleen om isolatiewaarden, maar ook om doorlooptijd. “Mensen liggen letterlijk in kruipruimtes op hun rug te werken”, zegt Wesselius. “Dan wil je geen slap materiaal dat steeds terugvalt in je gezicht, geen tape die slecht plakt en geen stofwolken.” Bakker ziet dat terug in de reacties uit de eerste projecten. “Ons product is steviger en stabieler. Dat werkt prettiger voor verwerkers en betekent dat een woning sneller weer ‘dicht’ is. Minder tijd in de woning is minder hinder voor bewoners. Dat is voor corporaties een enorm belangrijk argument, zo horen we inmiddels terug.” Logistieke CO2-besparing Dat steviger oprollen zorgt bovendien voor eenvoudiger en slimmer transport en logistiek. “Isolatie is in feite lucht die je vervoert”, zegt Bakker nuchter. “Dus hoe compacter je kunt verpakken, des te beter. Doordat REF strakker kan worden opgewikkeld, passen er veel meer rollen in één vracht- of busrit. In het meest gunstige scenario praten we over tot 65 procent meer volume per rit.” Hij rekent het voor: “Als je in een bus net twee rollen extra kwijt kunt, en je rijdt duizend keer heen en weer, dan heb je het ineens over een flinke CO₂-reductie.” Blijft nog de vraag over: hoe zit het met duurzame productie, bijvoorbeeld meer biobased? “Daar waar we kunnen zullen we altijd kiezen voor een bio-based of recycled materiaal, maar dat kan helaas nog niet altijd.” Duurzaamheid moet altijd worden afgewogen tegen technische haalbaarheid. “In een kruipruimte heb je te maken met vocht. Pure biobased materialen redden het vaak niet in ons vochtige klimaat. Wij kiezen bijvoorbeeld wel voor het gebruik van een gerecyclede bodemfolie”, stelt Wesselius. Bakker onderschrijft dat: “Duurzaamheid zit ook in levensduur. Isolatie moet zeker 20 jaar kunnen meegaan. Bio-based is zeker een prachtige ontwikkeling en wij proberen ook daar ons steentje aan bij te dragen. Daar waar het nog niet goed kan, proberen wij in te zetten op een lange levensduur. En: isoleren doe je één keer. Als het verkeerd gaat, ben je als corporatie jaren verder met klachten en herstelkosten.” Bij REF Insulation kiest men voor het gebruik van een gerecyclede bodemfolie. Die verwerkbaarheid blijkt cruciaal. “Want vakmensen liggen letterlijk in kruipruimtes op hun rug te werken. Dan wil je geen slap materiaal dat steeds terugvalt in je gezicht, geen tape die slecht plakt en geen stofwolken.”

(infotorial) Restproduct als bio-grondstof Aan de ontwikkeling van PIF Biobased is ruim 2 jaar gewerkt. Hierbij is samengewerkt tussen de product- en R&D specialisten van PIF, toeleveranciers en onafhankelijke onderzoeksbureau’s. Het doel was om de toch al duurzame isolatieproducten nog verder te ontwikkelen. Met behoud van de huidige producteigenschappen om snel, schoon en safe te isoleren. PIF Biobased wordt gemaakt van suikerriet dat primair voor de productie van rietsuiker wordt gebruikt. Hierdoor is er geen extra belasting van het milieu. Uit het restproduct van de rietsuikerproductie wordt de biogrondstof gemaakt voor de folies. Suikerriet groeit meermaals aan uit eigen wortelscheuten en neemt tijdens de groei circa 40 ton CO2 per hectare per jaar op. Daarmee heeft het gewas een positieve CO2-impact. PIF Biobased is getoetst door een onafhankelijk adviesbureau als biobased product. Alle PIF Biobased producten beschikken over een BCRG-kwaliteitsverklaring, waardoor de energieprestaties formeel erkend zijn. Hierdoor komt PIF Biobased in aanmerking voor ISDEsubsidie. Snel, schoon en safe isoleren PIF isolatie is meerlaagse isolatiefolie, opgebouwd uit luchtkamers en reflectiefolie. De isolatie is dampdicht en wordt luchtdicht afgewerkt. PIF is licht van gewicht en snel, schoon en safe te verwerken met standaard gereedschap. Bij de montage komt er geen stof vrij, waardoor speciale persoonlijke beschermingsmiddelen niet nodig zijn. Ook is er geen overlast voor bewoners en kunnen ze tijdens het aanbrengen van de isolatie in de woning blijven. In het PIF Experience & Training Center worden isolatieprofessionals opgeleid. Tijdens de training -onder leiding van een ervaren isolatie-expert - wordt naast kennis over warmteverlies, in praktijkopstellingen Biobased isolatiefolie: ontwikkeld om nóg duurzamer te isoleren PIF Isolatie wil vakmensen voorzien van het allerbeste isolatiemateriaal. De isolatiefolies van PIF zijn al zeer duurzaam, maar er is altijd ambitie om de isolatieproducten te verbeteren en nóg duurzamer te maken. Er ligt landelijk namelijk een flinke uitdaging om de woningvoorraad energiezuiniger te maken en hierbij worden steeds hogere eisen gesteld aan het verlagen van de milieuimpact van de bouwmaterialen. Het resultaat: PIF Biobased. Een nieuwe generatie isolatiefolie op basis van natuurlijke grondstoffen uit suikerriet. PIF Biobased heeft dezelfde kenmerken als de bekende meerlaagse isolatiefolies van PIF en draagt aantoonbaar bij aan een lagere milieubelasting en CO2-uitstoot in de bouw. Informatie: www.pifbiobased.nl Mark Lammers, Algemeen Directeur PIF Isolatie PIF Isolatie PIF Isolatie is een merk van Reflex Insulation Group, marktleider in meerlaagse isolatiefolies en gevestigd in Echt (Limburg). In onze visie is de combinatie van productontwikkeling en maximale ondersteuning van de verwerkers de weg vooruit richting een klimaatneutraal Europa en een volledig circulaire economie in 2050. geleerd om de producten op de juiste wijze zo efficiënt mogelijk toe te passen. Wanneer de producten volgens de verwerkings voorschriften worden toegepast, geeft PIF 10 jaar systeemgarantie op de toegepaste PIF producten. Naast verwerkingsgemak en isolatiewaarde zoeken we continu naar manieren om onze producten verder te verbeteren. PIF Biobased is daarbij een belangrijke volgende stap. Biobased isoleren voor elke toepassing PIF Biobased is verkrijgbaar in dezelfde varianten als de andere PIF-producten: PIF ROOF voor isolatie van hellende daken aan de binnenzijde, PIF WALL voor voorzet- en tussenwanden en PIF FLOOR voor isolatie van begane grondvloeren via de kruipruimte. Zo wordt biobased isoleren toegankelijker voor een brede groep professionals in de isolatiesector. PIF Biobased is dampdicht en vochtwerend en hierdoor uitermate geschikt voor het isoleren van begane grondvloeren via kruipruimtes. Het aanbrengen van een extra dampremmende laag is hierbij niet nodig. Bij toepassing bij een hellend dak heeft PIF als voordeel dat het licht van gewicht is. Hierdoor is versteviging van de dakconstructie niet nodig. Projectpartner voor de bouw Naast het leveren van duurzame isolatie is PIF een professionele partner in renovatieprojecten. Een team van adviseurs kan ondersteuning bieden op projecten en toezien op een juiste en efficiënte toepassing. Zodat de isolatieprojecten binnen planning en budget kunnen worden uitgevoerd. Met PIF On Demand biedt PIF extra service op grote renovatieprojecten. Op de bouwlocatie worden containers met PIF geplaatst, waardoor er altijd voldoende materiaal beschikbaar is. De voorraad wordt door op peil gehouden en eventueel restmateriaal afgevoerd. Hierdoor worden logistieke bewegingen en overlast voor wijk en bewoners beperkt. Ook dat is duurzamer isoleren.

15 nr. 7 December 2025 Isolatie: Onderzoek ‘Isoleren loont, maar overdrijf het niet’ De energietransitie in de gebouwde omgeving draait om twee grote knoppen: het terugbrengen van de warmtevraag via isolatie en het verduurzamen van de energievoorziening met bijvoorbeeld warmtepompen en zonnepanelen. Maar waar ligt nu écht de grootste winst? En wanneer heeft extra isoleren eigenlijk weinig zin meer? Een nieuwe studie van de TU Delft rekent het haarfijn voor met Nederlandse woningen. De uitkomst is verrassend helder: vooral ramen doen ertoe, en boven een bepaald isolatieniveau verschuift het speelveld van de bouwschil naar de installatietechniek. Auteur: Harmen Weijer Ir. Joel Alpízar-Castillo, promovendus in multi-energiesystemen en slimme netten aan de TU Delft, en zijn promotor dr.ir. Laura RamírezElizondo hebben het onderzoek ‘Analyse van de isolatieverbeteringen in Nederlandse huizen’ uitgevoerd. Daarvoor hebben ze drie representatieve woningtypen doorgerekend: een studio, een appartement en een vrijstaande woning. De onderzoekers simuleerden tientallen scenario’s met verschillende typen glas, dakisolatie, spouwisolatie, buitengevelisolatie, zonnepanelen en warmtepompen. Daarbij keken ze niet alleen naar de warmtevraag en het gasverbruik, maar ook naar investeringskosten, energiekosten en terugverdientijden. Winstpakker Wie denkt dat muren en daken de meeste warmte verliezen, komt bedrogen uit. Het onderzoek laat zien dat ramen verreweg de grootste bron van warmteverlies zijn. De overstap van enkel naar dubbel glas halveert in veel gevallen het gasverbruik. Dat is ongekend veel voor één enkele maatregel. De stap van dubbel naar driedubbel glas levert daarentegen nog maar 6 tot 7 procent extra besparing op, terwijl de kosten fors hoger liggen. Economisch gezien is driedubbel glas dus vaak niet interessant als vervanging van dubbel glas. Alleen wanneer enkel glas toch al vervangen moet worden, kan direct kiezen voor driedubbel glas nog enigszins logisch zijn. De terugverdientijd van enkel naar dubbel glas ligt rond de 6 jaar. Van dubbel naar driedubbel glas loopt die echter op tot meer dan 100 jaar. Dat zegt genoeg. Dakisolatie Dakisolatie werkt heel goed: hoe dikker de isolatie, hoe lager de warmtevraag. Maar ook hier duikt een verzadigingspunt op. De grootste winst is te halen bij woningen met minder dan 10 centimeter dakisolatie. Daar liggen terugverdientijden tussen de 4 en 10 jaar. Zodra een woning echter al 10 centimeter isolatie of meer heeft, wordt extra bij-isoleren financieel steeds minder aantrekkelijk. De extra gasbesparing blijft beperkt, terwijl de terugverdientijden kunnen oplopen tot 30 tot zelfs 90 jaar. Technisch kan het dus beter, maar economisch loopt het vast. Ook bij gevels blijkt dat extra isoleren lang niet altijd loont. Een luchtgevulde spouw verlaagt het gasverbruik al met zo’n 9 procent. Verdere verdikking levert nog maar kleine extra stappen op. Het na-isoleren van spouwen met EPS zorgt slechts voor bescheiden extra winst, zo blijkt uit de analyse van Alpízar-Castillo en Ramírez-Elizondo. Buitengevelisolatie kan het gasverbruik met 10 tot 20 procent verlagen, maar de kosten zijn hoog. Daardoor is deze maatregel alleen in specifieke situaties interessant, bijvoorbeeld bij grootschalige renovaties of als esthetische vernieuwing toch al gepland staat. Energielabels De onderzoekers koppelden alle isolatiecombinaties aan energielabels van G tot A. Hieruit komt een duidelijke lijn naar voren. De grootste stappen in warmtevraag en gasverbruik worden gezet bij woningen met label G, F en E. De overgang van E naar D, vooral door dubbel glas, levert nog een flinke extra stap op. Vanaf label D en beter vlakt de winst sterk af. Voor woningen met energielabel D is een alternatief scenario doorgerekend: geen extra isolatie, maar wél een warmtepomp en zonnepanelen. De uitkomst is veelzeggend. In deze gevallen verdwijnt het gasverbruik volledig en worden de energiekosten sterk verlaagd. Daarmee verschuift het zwaartepunt duidelijk: bij slecht geïsoleerde woningen ligt de sleutel bij isolatie, bij beter geïsoleerde woningen bij installatietechniek. Daarbij moet wel worden aangetekend dat subsidies, stijgende energieprijzen en netcongestie de rekensommen in de praktijk kunnen verschuiven. Het onderzoek laat zien dat de energietransitie in de bestaande bouw vraagt om slimme volgorde in maatregelen. Eerst de grootste lekken dichten - de ramen - daarna het dak, en pas daarna de gevel. Zodra een woning een bepaald isolatieniveau heeft bereikt, wordt het verstandiger om te investeren in warmtepompen en zonnestroom. Lees hier het gehele rapport: https:// research.tudelft.nl/files/259779616/ energies-18-05467.pdf. Dakisolatie werkt heel goed: hoe dikker de isolatie, hoe lager de warmtevraag. Onderzoek aan TU Delft naar isolatieverbeteringen in Nederlandse woningen: De overstap van enkel naar dubbel glas halveert in veel gevallen het gasverbruik.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=