RenovatieTotaal 5 - 2025

7 nr. 5 September 2025 Column In elk nummer van RenovatieTotaal geeft dr.ir. Haico van Nunen zijn mening over een aspect van ‘de renovatiewereld’. Haico van Nunen is adviseur bij BouwhulpGroep en lector Duurzame Renovatie bij het kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam. Het juiste verhaal “Allemaal aan de warmtepomp!” Klinkt mooi als slogan voor verduurzaming. Maar lost zo’n boodschap ook écht iets op? Vaak wordt een techniek gepresenteerd als hét antwoord op de energietransitie. Leveranciers, gemeenten, adviseurs of buurtinitiatieven zijn er heilig van overtuigd dat dit de route is. Vanuit productervaring, rekenanalyses of beleidsdoelen: allemaal valide redenen. Maar sluit dat ook aan bij wat bewoners willen en nodig hebben? Waar de professional denkt aan rendement, COP-waarden en energieprestaties, verlangt de bewoner misschien vooral naar meer comfort, minder tocht of simpelweg meer ruimte. Soms wil iemand helemaal geen nieuwe installatie, maar liever eerst isolatie. Een jong gezin kan juist behoefte hebben aan gemak en lage onderhoudskosten, terwijl een oudere bewoner vooral een gezond en comfortabel binnenklimaat zoekt om langer thuis te wonen. Energie is dus niet het enige criterium – het is slechts één van de variabelen in een veel breder afwegingsproces. Het goede nieuws is dat oplossingen vaak meerdere kwaliteiten in zich dragen. Een warmtepomp bespaart niet alleen energie, maar kan ook koelen. Vloerverwarming komt sneller in beeld, wat extra comfort oplevert. En gasloos wonen kan iemands persoonlijke ambitie vervullen om duurzamer te leven. Daardoor kan dezelfde oplossing door drie verschillende mensen gekozen worden, elk om totaal andere redenen. Voor ons als bouwprofessionals ligt hier een duidelijke taak. Het is niet genoeg om alleen de technische prestaties te laten zien, zoals rendement of terugverdientijd. We moeten actief onderzoeken wat bewoners écht belangrijk vinden, en alle kwaliteiten inzichtelijk maken. Niet zomaar aannemen dat iedereen dezelfde prioriteiten heeft. Wat voor de één vanzelfsprekend is, kan voor de ander juist de doorslag geven. Binnen mijn rol aan de Hogeschool Rotterdam werk ik mee in een consortium, dat zoekt naar een integraal aanbod van renovatieoplossingen. We doen dit samen met gemeenten, kennisinstellingen en marktpartijen. Iedere partij brengt zijn eigen perspectief mee: gemeenten sturen op beleid; bedrijven kijken naar uitvoerbaarheid, en kennisinstellingen zorgen voor verdieping en onderzoek. Het doel is niet alleen technisch de beste optie te vinden, maar juist om rekening te houden met de uiteenlopende motivaties van bewoners. Dat blijkt complex: er zijn minstens zoveel redenen om voor een oplossing te kiezen als er bewoners zijn. De uitdaging is om die diversiteit te bundelen in een werkbaar aanbod. En dit gaat natuurlijk niet alleen over warmtepompen. Vervang ‘warmtepomp’ door ‘kozijnen met triple glas’ en de discussie verschuift naar andere afwegingskaders. Steeds geldt: achter elke techniek staat een mens met wensen, emoties en verwachtingen. Pas wanneer we die verbinden aan techniek, vertellen we écht het juiste verhaal. Alleen dan kan grootschalige verduurzaming een succes worden; niet omdat de techniek de beste is, maar omdat mensen zich herkennen in de oplossing. Bij isoleren eerst op vleermuizen controleren Het isoleren van een woning kan behoorlijk vertraagd worden als er een vermoeden is dat er vleermuizen aanwezig zijn. Deze kunnen in de spouwmuur hun rustplaats hebben. Het is vaak ingewikkeld om aan te tonen dat er vleermuizen aanwezig zijn of dat ze de spouwmuur als rustplaats gebruiken. Met behulp van de inmiddels toegestane eDNA-methode is het mogelijk hier uitsluitsel over te krijgen. Na goedkeuring van deze regeling in maart 2025 zijn er al enkele eisen aangescherpt. Vleermuizen verblijven vaak in een spouwmuur en gebruiken kleine openingen, zoals open stootvoegen voor ventilatie om naar binnen en buiten te gaan. Hierbij verliezen ze sporen die DNA bevatten, zoals huidcellen en keutels. Deze sporen worden verzameld met een spons of roller. Vervolgens worden ze in een laboratorium getest, waarmee aangetoond kan worden of er DNA van een vleermuis aanwezig is of niet. Als er geen DNAmateriaal wordt aangetroffen, kan er zonder aanvullende maatregelen geïsoleerd worden. De eDNA-methode maakt het mogelijk om gedurende het hele jaar op betrouwbare wijze te onderzoeken of vleermuizen in spouwmuren aanwezig zijn. Als uit een negatieve eDNA-test blijkt dat er geen vleermuizen verblijven, kan er gewoon geïsoleerd worden zonder aanvullende maatregelen. Bij een positieve uitslag moet deze gemeld worden bij de provincie. De woningeigenaar moet een omgevingsvergunning aanvragen en in de meeste gevallen een ecologisch onderzoek laten uitvoeren. De woningeigenaar kan er ook voor kiezen om te wachten met isoleren totdat de gemeente een Soortenmanagementplan (SMP) heeft opgesteld. Op basis van een SMP verkrijgt de gemeente dan voor een deel of voor de hele gemeente een omgevingsvergunning van de provincie. Dan is het niet meer nodig apart een vergunning te regelen. Gedragscode In de tussentijd werkt de overheid aan een gedragscode als er nog geen SMP is. Voor de activiteiten in de gedragscode geldt dan geen vergunningplicht als er volgens die gedragscode wordt gewerkt. De gedragscode is van tijdelijke aard en geldt totdat er omgevingsvergunningen zijn afgegeven zodra de SMP’s beschikbaar zijn. Het eDNA-onderzoek zelf kan worden uitgevoerd door het isolatiebedrijf. Bron: Onderhoud NL

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=