RenovatieTotaal 3 - 2023

7 nr. 3 Mei 2023 Column In elk nummer van RenovatieTotaal geeft dr.ir. Haico van Nunen zijn mening over een aspect van ‘de renovatiewereld’. Haico van Nunen is adviseur bij BouwhulpGroep en lector Duurzame Renovatie bij het kenniscentrum Duurzame HavenStad van Hogeschool Rotterdam. Blijven leren innoveren Renoveren is een kwestie van toepassen wat je al weet en kunt, op basis van ervaringen uit de praktijk, plus het toevoegen van ten minste één nieuw idee. Renovatie is namelijk niet alleen maar te leren, maar ook tegelijkertijd innoveren. Het gaat over het toepassen van technieken, in een speelveld met verschillende partijen: opdrachtgevers, gemeenten, corporaties, adviseurs, en vraagt steeds om een onderzoekende houding. Als lector zie ik hetzelfde probleem steeds terug: studenten krijgen met name techniek aangeleerd, maar als deze techniek in de praktijk afwijkt van wat er is geleerd, dan ontstaan er problemen omdat men niet gewend is naar de beste oplossing te zoeken. Hiervoor heb je ook begrip van de context nodig, en niet alleen een oplossing op papier. Dat maakt juist het werken in de renovatie sector zo aantrekkelijk; het is namelijk nooit saai en altijd innovatief. Dat situatie A op tekening staat, maar dat je B aantreft vraagt om oplossend vermogen en creativiteit. Dan moet je wel up-to-date blijven wat betreft kennis en ervaring. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. In Rotterdam kijken we bijvoorbeeld naar mogelijkheden voor een deeltijdopleiding om (na je studie) jezelf te verdiepen in de gebouwde omgeving. Maar ook als je het niet in een officiële opleiding zoekt, zijn er middelen om je kennis bij te spijkeren. Beurzen, symposia en (tegenwoordig) webinars zijn hiervoor geschikt. Je hoeft niet ver te zoeken, er is altijd wel iets in de buurt. Zoals bijvoorbeeld de beurs Renovatie en Transformatie (23-25 mei). Een event waar BouwhulpGroep samen met partners in 2005 de allereerste editie van organiseerde, en verantwoordelijk was voor de organisatie van de thema’s en inhoudelijke programma. Ook toen al waren we van mening dat een dergelijke beurs meer moest zijn dan een verzameling van productaanbieders. Na afloop moest je ten minste wijzer zijn geworden dan de dag ervoor. Er waren dan ook diverse kennissessies geprogrammeerd, een tentoonstelling over 100 jaar bouwen en renoveren in Nederland, een jaarlijkse studenten wedstrijd Hollands (her) Ontwerp- waarin we op zoek gingen naar het beste idee voor de bestaande bouw. En via het Orakel van Delphi brachten we partijen (corporaties, gemeenten) die waren vastgelopen in projecten in contact met een panel van wijze dames en heren (Het Orakel) op zoek naar nieuwe oplossingen. Alles om te zorgen dat de beursganger naar huis ging met een gevoel er slimmer van geworden te zijn. En op speelse wijze proberen mensen te bewegen richting renovatie-expert, een specialisme dat vandaag de dag hard nodig is. Dus benut ook nu weer de kans om je kennis aan te vullen. Woningen in voormalige steenfabriek Wageningen innovatief verduurzaamd Bij de restauratie van De Bovenste Polder, een voormalige steenfabriek in Wageningen, was in 1995 al veel aandacht voor goede isolatie en duurzaamheid. Wat destijds technisch nog niet kon of vanwege regelgeving niet mocht, wordt nu alsnog aangepakt. De herbestemming van de voormalige steenfabriek is een succesverhaal. Er zijn twee woningen gerealiseerd, er zijn oefenruimtes voor bands, ateliers voor kunstenaars en er is opslagruimte voor de plaatselijke kanovereniging. De warmtepomp die bijna 30 jaar geleden bij de steenfabriek in de uiterwaarden werd geïnstalleerd, heeft nooit goed gefunctioneerd. In die tijd was het een relatief nieuwe techniek waarbij op 50 meter diepte water opgepompt zou worden dat bij een retourbron 40 meter verderop weer terug de grond in moest gaan. Dat lukte niet en er kwam lucht in het systeem waar de pomp kapot van ging. De warmtepomp werd na enige tijd ontmanteld, er kwam een gasleiding en er werd een gasketel geïnstalleerd. Oppervlaktewater De verduurzaming kan nu wél voortvarend worden aangepakt, zegt ontwikkelingsmanager Han Wartna van BOEi. “De technische mogelijkheden zijn nu veel groter en de regelgeving is veranderd.” Dat laatste betekent dat die warmtepomp er alsnog komt, en dat die gebruik kan maken van het oppervlaktewater van de Rijn. “Een methode die 30 jaar geleden ondenkbaar was, maar nu door veranderde regelgeving wel is toegestaan. Het is een gesloten systeem waarbij het water weer teruggaat naar de rivier.” De capaciteit van die pomp wordt zodanig groot, dat er ook een aftakking van de warmwaterleiding naar het nieuwe clubgebouw van de waterscouts kan worden aangelegd, die daar vlakbij zitten. “Zij zetten een nieuw, goed geïsoleerd gebouw neer, maar zouden een eigen warmtepomp moeten installeren omdat ze geen stikstof mogen produceren. En ze gebruiken hun clubgebouw eigenlijk alleen op zaterdagen,” Op het dak van dat nieuwe clubgebouw ligt straks 200 vierkante meter aan zonnepanelen: genoeg voor het elektragebruik van de bewoners en gebruikers van de voormalige steenfabriek. Wartna: “Het hele terrein kan van het gas af en we produceren geen CO2 meer. Vacuümglas in nieuwe kozijnen De voormalige steenfabriek zelf, met ateliers en oefenruimtes, zal zoveel mogelijk ‘kierdicht’ worden gemaakt. Het complex krijgt allemaal nieuwe kozijnen. Het monumentenglas dat daar nu tussen roedes in zit wordt vervangen door vacuümglas in nieuwe kozijnen. Waar monumentenglas nauwelijks enige isolerende waarde heeft, is dat bij vacuüm getrokken glas juist wel een kenmerk. Wartna: “Dat heeft de grootste isolerende waarde en het is toch relatief dun. We tasten absoluut de monumentale waarde van het complex niet aan. Het scheelt enorm veel in comfort en op de energierekening.” Bron: BOEi

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=