RenovatieTotaal 4 - 2026

23 nr. 4 Juni 2026 Een (aangepast) kruisvenster dat in eerste instantie lijkt op een kruisvenster van Namense steen, maar bij nadere beschouwing een kruisvenster van kunststeen blijkt te zijn. Bouwhistorie Materiaalkennis (5) – Kunststeen In de dagelijkse praktijk van bouwhistorisch onderzoek en restauratie kom je nogal eens voor verrassingen te staan. Soms zijn imitaties zo levensecht dat deze oppervlakkig gezien niet van echt zijn te onderscheiden, maar bij nadere beschouwing iets anders blijken te zijn dan wordt gesuggereerd. In deze bijdrage een voorbeeld van kunststeen dat natuursteen lijkt te zijn, maar bij goed kijken toch iets anders is. En dan kan juist het ontbreken van bouwsporen en de wijze van verwering belangrijke handvatten geven om wel het juiste materiaal te ontdekken waaruit het element is opgebouwd. Auteur en foto's: Willard van Reenen, bouwhistoricus en docent. Enkele jaren geleden kreeg ik een opdracht gegund voor een bouwhistorisch onderzoek van een viertal panden in de binnenstad van Maastricht. Bij een van de panden was iets merkwaardigs aan de hand met de ‘natuurstenen’ blokken van twee kruiskozijnen, met een ‘natuurstenen’ omlijsting van een poortdoorgang en met de ‘natuurstenen’ spatplint. Het betrof een gevel met kruis- en bolkozijnen van Namense steen. Bij diverse gevelopeningen waren de middenstijlen en het tussenkalf verdwenen en voorzien van een houten inzetkozijn met naar binnen draaiende ramen. Het ging om een aanpassing van natuurstenen kruiskozijnen, zoals die in Zuid-Limburg veel is gedaan. Ook waren er vensters dichtgemetseld en dit betrof vooral de vensters op de begane grond. Deze zullen vermoedelijk in het verleden zijn dichtgezet vanwege de winkelfunctie die het pand heeft op de begane grond. Deze dichtgemetselde kruisvensters op de begane grond bleken niet te zijn wat ze lijken te zijn. Kunststeen In eerste instantie leek het bij de dichtgemetselde kruiskozijnen op de begane grond te gaan om Namense steen, die veel in de binnenstad van Maastricht is toegepast. Maar bij een nauwkeurige beschouwing bleek er iets merkwaardigs aan de hand te zijn. De ‘natuursteen’ blokken van de kruiskozijnen zagen er, vanwege de vermeende leeftijd, erg strak uit, ook langs de randen. De frijnslag is strak uitgevoerd, nog zeer goed zichtbaar en lijkt op sommige plaatsen te zijn aangebracht met een zaag. Bovendien ontbraken bewerkingssporen van historisch gereedschap. Denk bijvoorbeeld aan de sporen die de natuursteenwerker achterlaat in het gebruik van een spits of puntijzer en die wel zichtbaar zijn in het oude natuursteen van deze gevel. Bouwsporen van plaatsen waar luikduimen hebben gezeten ontbreken eveneens. De bovendorpel van één van de kruisvensters week qua vormgeving af van de rest. Deze was als één ‘latei’ uitgevoerd maar behoort historisch gezien uit twee blokken te bestaan die in het midden rusten op een middenstijl. In zo’n geval ga je steeds nauwkeuriger kijken, ook elders in de gevels. En dan blijkt dat op plaatsen waar het ‘natuursteen’ van de genoemde onderdelen door weersinvloeden verweerd is, een ondergrond van kleine steentjes zichtbaar komt. Een (portland)cement met hele kleine steentjes/kiezeltjes, waarvan het oppervlak van de blokken is voorzien van een frijnslag. Het gaat hier om ‘natuursteen’ blokken van kunststeen! Kunststeen is een gebakken of gegoten steen, die het uiterlijk heeft van natuursteen, van beton of van composiet. In dit geval heeft het dus het uiterlijk van natuursteen. Gelet op het historische gebruik van kunststeen en de aanwezige verouderingssporen, is door mij het moment van aanbrengen van dit kunststeen in deze gevel geschat op eind 19e – begin 20e eeuw. Ontbreken van bouwsporen In voorgaande bijdragen is aangegeven dat bouwsporen belangrijke handvatten zijn voor de bouwhistoricus om de bouw-, gebruiks- en restauratiegeschiedenis van gebouwen in kaart te brengen. Bouwsporen vertegenwoordigen in de regel een hoge bouwhistorische waarde die bij onderhoud, restauraties en herbestemming van monumenten zoveel mogelijk gerespecteerd behoren te worden. Maar in het geval van het kunststeen dat in deze bijdrage is beschreven, blijkt dat het ontbreken van bouwsporen waar je ze wel verwacht, ook een belangrijk handvat kan zijn voor de bouwhistoricus. Belangrijk voor zowel het herkennen van een imitatiemateriaal en voor het herkennen van in het verleden uitgevoerde aanpassingen. Historische waarde En dan is een interessante vraag wat de historische waarde is van dit kunststeen in de context van de bouw-, gebruiks- en restauratiegeschiedenis van dit pand. Door mij is de historische waarde als volgt omschreven: aan het vermoedelijk eind 19e – begin 20e eeuw aangebrachte kunststeen wordt vanwege karakteristieke materiaaltoepassing in die tijd als onderdeel van het gevelschema en de gaafheid zoals deze nog aanwezig is, een hoge waarde toegekend. Detailfoto van het kunststeen. Detailfoto van de verschillende blokken kunststeen waarop aan de bovenzijde de verwering zichtbaar is waardoor duidelijk is te zien dat het niet om natuursteen, maar om kunststeen gaat. Een vergrootte uitsnede waarop het verweerde oppervlak van het kunststeen goed zichtbaar is.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=