23 nr. 2 Maart 2026 Bouwhistorie Historische gelaagdheid in gebouwd erfgoed (3) Gebouwd erfgoed – vaak beschermde monumenten – kent veelal een historische gelaagdheid. Die gelaagdheid ontstaat doordat in de loop van de tijd allerlei wijzigingen aan het gebouw zijn uitgevoerd. Bijvoorbeeld als gevolg van een veranderende bedrijfsvoering, schaalvergroting, technische vernieuwingen, mode, enz. Maar ook restauraties en herbestemmingen zorgen ervoor dat er nieuwe lagen aan toegevoegd worden. In dit derde artikel over het onderwerp ‘historische gelaagdheid’ een nadere uitwerking van het vorige artikel, waarin het ging over het raadhuis van Ameide. Dit keer iets over de waardering van de restauratielaag. Auteur en foto's: Willard van Reenen, bouwhistoricus en docent De vorige keer is de vraag blijven hangen hoe je de historische gelaagdheid waardeert. Als voorbeeld zijn toen de in 1959 ’61 gereconstrueerde schuiframen van het Raadhuis van Ameide genoemd, die niet stijlzuiver zijn uitgevoerd. In het bouwjaar 1644 bestonden er immers nog niet van zulk soort gebalanceerde schuiframen met wisseldorpel. Geen lineair verband Je hoort nog wel eens dat er gedacht wordt dat er een lineair verband zit tussen tijd en historische waarde. De eerste bouwfase zou dan een hoge waarde hebben en naar gelang de tijd voortschrijdt richting het heden, worden de latere bouwfasen steeds van minder historische waarde. Als dat waar zou zijn, zou een jonge restauratielaag er nogal bekaaid vanaf komen, terwijl die wel sterk bepalend is geweest voor het gebouw zoals het er nu bijstaat. Ook de (oorspronkelijke) architectuur van het gebouw komt met een reconstruerende restauratie vaak weer beter tot zijn recht. Restauratielaag Met bouwhistorisch onderzoek wordt niet alleen de bouw en gebruiksgeschiedenis onderzocht en in kaart gebracht, maar ook de restauratiegeschiedenis. Bij het onderzoeken, beschrijven, interpreteren en waarderen van een restauratielaag is het van belang wat voor soort restauratielaag dat is. Gaat het enkel om technisch herstel van onderdelen die technisch falen of aan het eind van de levensduur zijn, of gaat het om een restauratielaag waarbij ook reconstruerend te werk gegaan is. En die reconstruerende restauratie, betreft dat een enkel onderdeel of is het een integrale reconstruerende restauratie die als restauratielaag over het gehele gebouw gelegd is. Bij reconstruerende restauraties van gebouwen tijdens of na WOII gaat het ook vaak om herstel van oorlogsschade. Zo’n moment van herstel is niet zelden aangegrepen om niet alleen oorlogsschade te herstellen of te restaureren, maar ook om te reconstrueren. Het was een in die tijd gangbare werkwijze, die zich doorzette tot in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Waardering De restauratielaag van 1959 ’61 bij het Raadhuis van Ameide is een belangrijke laag met betrekking tot de geschiedenis van het gebouw. Het markeert de eigendomsoverdracht van de ambachtsheer naar de toenmalige gemeente Ameide. Met de restauratie is getracht recht te doen aan de functie die het gebouw had en opnieuw kreeg, een raadhuis. Voor het exterieur is een beeldreconstructie uitgevoerd en de kapconstructie met lantaarn en zoldervloer moesten om technische redenen compleet worden vervangen en zijn gekopieerd. In basis is door mij de restauratielaag hoog gewaardeerd als een voor die tijd kenmerkende wijze van reconstruerend restaureren die over het gehele gebouw aanwezig is en zorgvuldig is uitgevoerd. Echter onderdelen die zijn veranderd en toegevoegd vanwege nieuw gebruik en geen directe relatie hebben met de oorspronkelijke functie en er van origine nooit gezeten heeft, hebben een indifferente waarde gekregen. Onderdelen die niet stijlzuiver zijn gereconstrueerd, maar dus wel behoren tot de restauratielaag, zijn positief gewaardeerd (schuiframen). Onderdelen die zijn gereconstrueerd op basis van kennis hoe deze in het verleden gemaakt werden en die daarmee als stijlzuiver zijn aangemerkt, hebben een hoge waarde. Daarbij kan gedacht worden aan de dakbedekking (leien), de bekleding van de lantaarn (combinatie van leien en lood), de rijkversierde loden pironnen op de dakkapellen en de loden hemelwaterafvoeren. Tevens is de architectuur door de vergaande reconstruerende restauratie weer behoorlijk gaaf aanwezig. Al betrof het op onderdelen geen zuivere reconstructie (schuiframen) en zijn er elementen toegevoegd (zoals de natuurstenen pilaster onder de schilddragers op de muur van de bordestrap). Door mij is om die redenen de architectuur als positief gewaardeerd. Ook is er een kenmerkend bouwspoor te zien, namelijk de vervangende natuursteensoort. Vanwege het Zandsteenbesluit is met de restauratie geen zandsteen, maar een kalksteensoort toegepast. Alliantiewapen Het alliantiewapen had na de restauratie geen goede kleurstelling. In 2018 is onderzoek gedaan naar de juiste heraldische kleuren. Vervolgens is in die kleurstelling opnieuw geschilderd en verguld. Vanzelf heeft dit wapen, incl. kleurstelling, een hoge historische waarde. De lantaarn, bekleed met leien en lood. Rijkversierde loden pironnen op de dakkapellen. Natuurstenen pilasters onder de schilddragers. Het alliantiewapen in de juiste heraldische kleuren.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=