17 nr. 2 Maart 2026 Meer compartimentering in gevel en dak zorgt voor broodnodige brandveiligheid Bij het verduurzamen en optoppen van woningen blijkt vooral de gebouwschil kwetsbaar voor branduitbreiding. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) signaleerde dit probleem in 2024 in haar rapport Brandveiligheid van verduurzaamde en snel gerealiseerde woningen. Daarin wordt beschreven hoe branden in de gebouwschil zich soms snel en onvoorspelbaar kunnen verspreiden. Naar aanleiding van dat rapport heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening adviesbureau Haskoning gevraagd om nader onderzoek te doen naar de vraag of de huidige regelgeving en bouwpraktijk nog aansluiten bij deze nieuwe risico’s. En hoewel het onderzoek nog niet is afgerond, is het wel duidelijk dat actie op zowel voorschriften als bouwontwerp noodzakelijk zijn. Auteur: Harmen Weijer. Onderzoek Haskoning naar regelgeving en bouwmethoden voor brandveilige gebouwschil De brand van het woongebouw aan de Joan Muyskenweg in Amsterdam op 3 juni 2023 liet zien hoe snel een brand via de gevel en het dak kon verspreiden. Foto: Brandweer Amsterdam-Amstelland. Thema Gevel Brandveilig Volgens Daan Jansen, senior adviseur brandveiligheid en associate-directeur van Haskoning, is het onderzoek bedoeld om te kijken hoe regelgeving, ontwerp en bouwpraktijk beter op elkaar kunnen aansluiten. “De branden van de afgelopen jaren laten zien dat er soms grotere branden kunnen ontstaan met meer schade aan omliggende woningen dan je normaal zou verwachten”, zegt hij. “Wij zijn gevraagd om te onderzoeken of de huidige voorschriften deze scenario’s eigenlijk wel voldoende afdekken. Ook geven we praktische oplossingen om branduitbreiding via de gebouwschil te beperken.” De aanleiding voor het NIPV-onderzoek waren verschillende branden, waarbij het vuur zich via de gebouwschil uitbreidde naar meerdere woningen. Een opvallend voorbeeld is de brand in de Arnhemse wijk Presikhaaf in juni 2023, waar een brand in een verduurzaamde rijwoning zich via gevel en dak verspreidde en meerdere woningen onbewoonbaar maakte. Ook de brand van het woongebouw aan de Joan Muyskenweg in Amsterdam liet zien hoe snel een brand via de gevel en het dak kon verspreiden. Aanleiding Uit analyse van dergelijke incidenten blijkt dat moderne bouwmethoden een rol kunnen spelen. De toepassing van lichte constructies, holle ruimten en brandbare materialen kan ervoor zorgen dat warmte en rook zich sneller verspreiden. Bovendien zijn moderne woningen vaak zeer luchtdicht, waardoor branden zich anders kunnen ontwikkelen dan in traditionele bouw. Jansen benadrukt dat deze ontwikkelingen niet per definitie verkeerd zijn. “We bouwen steeds energiezuiniger en duurzamer, en dat is natuurlijk noodzakelijk”, zegt hij. “Maar die veranderingen hebben wel invloed op het brandgedrag van gebouwen. Daarom moet je steeds opnieuw kijken of de regelgeving en ontwerppraktijk nog aansluiten op de realiteit.” Brandcompartimenten en brandklasse Een belangrijk aandachtspunt is de positie van de gebouwschil in de brandveiligheidsregels. Traditioneel ligt voor het beheersen van de brand de nadruk in regelgeving op brandcompartimenten: brand moet zich niet vanuit een woning naar een ruimte in de andere ruimte kunnen verspreiden. “De gebouwschil – de gevel en het dak - bevindt zich eigenlijk buiten het brandcompartiment”, legt Jansen uit. “Daardoor zit daar niet altijd dezelfde blokkade tegen branduitbreiding als bij de directe scheiding tussen twee woningen. Daarnaast zijn voor de gevel eisen van toepassing wat betreft de brandklasse om de voortplanting van brand en ontbranding van materialen in meer of mindere mate te beheersen. Daar zit dus ruimte voor verbetering in de bouwvoorschriften.” Dat kan problematisch zijn wanneer bijvoorbeeld isolatiematerialen, spouwconstructies of gevelsystemen brandbaar zijn. In zo’n situatie kan een brand zich via de gevel of het dak langs meerdere woningen verplaatsen voordat deze doorslaat naar een andere woning. Volgens het NIPV kan zo’n brandverloop ook moeilijker te bestrijden zijn. De brand bevindt zich dan immers niet in een ruimte, maar in constructiedelen of holle ruimten. Dat maakt het lokaliseren en bereiken van de brandhaard lastig voor de brandweer. Regelgeving trager Het probleem wordt versterkt doordat regelgeving vaak trager verandert dan de bouwpraktijk. Nieuwe bouwmethoden en materialen worden relatief snel toegepast, terwijl aanpassingen in normen en voorschriften soms jaren duren. “Wetgeving loopt eigenlijk altijd een beetje achter de markt aan”, zegt Jansen. “Grote wijzigingen in het voorschriftenland kosten simpelweg veel tijd.” Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Zo wordt al geruime tijd gewerkt aan een nieuwe testmethode voor gevelsystemen in combinatie met strengere brandklassen voor materialen. Maar deze nieuwe normen zijn nog niet ingevoerd. Jansen: “Als deze nieuwe regels uiteindelijk worden ingevoerd, verwacht ik wel dat dat een verbetering kan geven. Je krijgt dan beter inzicht in wat er gebeurt bij brand en welke constructies robuuster zijn.” Andere manier van ontwerpen Naast regelgeving ziet Haskoning ook kansen in een andere manier van ontwerpen en beoordelen. Normteksten zijn bijgesteld en er is een borgingsprotocol voor gevels ontwikkeld. Volgens Jansen moet er bij verduurzaming en renovatie vaker expliciet worden gekeken naar mogelijke brandroutes. “Waar we vroeger vooral drie uitbreidingsroutes zagen – via vloer, gevel of buitenom – kijken we nu naar 7 scenario’s”, zegt hij. “De spouw bijvoorbeeld tegenwoordig serieus beschouwd als een mogelijke route voor branduitbreiding.” Dat vraagt volgens hem om een andere benadering van detailontwerp. In Nederland zijn bouwdetails vaak sterk gericht op maakbaarheid en bouwsnelheid. Brandveiligheid speelt daarin soms een minder dominante rol. “De referentiedetails die we vaak gebruiken, zijn niet altijd de meest robuuste vanuit brandveiligheid”, zegt Jansen. “Daar zit dus wel ruimte voor verbetering.” Biobased materialen De discussie over brandveiligheid raakt ook aan een andere grote trend: biobased bouwen. Materialen op basis van houtvezels, cellulose of andere natuurlijke grondstoffen worden steeds vaker toegepast vanwege hun lage CO₂-impact. Maar deze materialen zijn doorgaans wel brandbaar. “Als je puur naar brandveiligheid kijkt, zou je het liefst alles onbrandbaar maken”, zegt Jansen. “Maar zo werkt de bouw natuurlijk niet. Kosten en gangbare bouwkwaliteit spelen ook een belangrijke rol. Biobased materialen kunnen prima worden toegepast, zolang je ze op een verstandige manier beschermt en goed nadenkt over de risico’s.” In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat brandbare isolatie of constructiematerialen worden afgeschermd met brandwerende plaatmaterialen en aansluitdetails degelijk worden uitgevoerd. Zo wordt voorkomen dat ze vroegtijdig bijdragen aan een brand of kunnen zorgen voor snelle verspreiding van de brand. Het onderzoek van Haskoning moet uiteindelijk duidelijk maken of de huidige regelgeving voldoende is, of dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar normen en voorschriften, maar ook naar ontwerppraktijk, uitvoering en kosten. De verwachting is dat het rapport van Haskoning medio april wordt gepresenteerd.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=