RenovatieTotaal 5 - 2025

27 nr. 5 September 2025 Installaties Warmtepompen “All-electric warmtepompen zorgen voor pieken in stroomnet” De razendsnelle opmars van warmtepompen – inmiddels al meer dan 700.000 stuks in Nederlandse woningen – zorgt voor groeiende zorgen over het elektriciteitsnet. Wat is het effect van deze toestellen op de netbelasting, zeker tijdens koude dagen? Onderzoeksbureau BDH heeft dat in kaart gebracht. Het analyseerde in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Techniek Nederland en Netbeheer Nederland de slimme meterdata van meer dan 6.000 huishoudens. De resultaten maken duidelijk: vooral bij all-electric warmtepompen lopen de piekvermogens flink op, zeker in combinatie met het opladen van elektrische auto’s in de avonduren. Auteur: Harmen Weijer De deelnemende huishoudens aan het zogeheten Installatiemonitor-project zijn geen doorsnee Nederlanders. Vrijwel allemaal bezitten ze een warmtepomp (hybride of all-electric), 95 procent heeft zonnepanelen en 20 procent rijdt elektrisch – tegenover respectievelijk 7, 45 en 6 procent gemiddeld in Nederland. Toch is juist deze groep waardevol, stelt BDH in het onderzoeksrapport, omdat zij een ‘glimp van de toekomst’ bieden. De analyse geldt dan ook niet als breed representatief, maar wel als voorspellend. Verliesoppervlak voorspelt piek De belangrijkste voorspeller voor het piekvermogen van een woning blijkt niet de bouwperiode of het type woning, maar het verliesoppervlak: het totale oppervlak van muren, dak en vloer waarlangs warmte ontsnapt. Hoe groter dit oppervlak, hoe groter de warmtevraag, en dus het vermogen dat de warmtepomp moet leveren. Voor zowel hybride als all-electric systemen geldt deze regel, aldus BDH. Zo blijkt uit de analyse dat het gemiddelde gelijktijdige piekvermogen bij een hybride warmtepomp in een voorbeeldwoning met een verliesoppervlak van 250 m² rond de 1,7 kW ligt. Bij een all-electric warmtepomp is dat 2,8 kW. Dit vermogen is gemeten op het drukste moment van het jaar, wanneer alle woningen tegelijk veel stroom vragen, wat relevant is voor netbeheerders die de netcapaciteit moeten plannen. Verschillend beeld De hybride warmtepomp, die samenwerkt met een cv-ketel, vertoont interessante kenmerken. Zodra het buiten kouder wordt, tot circa -1 °C, neemt de warmtevraag toe. Maar het extra vermogen wordt dan grotendeels geleverd door de ketel, niet de warmtepomp. Daardoor blijft het piekvermogen van de hybride pomp relatief stabiel. Bij extreme kou, zoals -10 °C, schakelen de meeste hybride systemen zelfs volledig over op gas, waardoor het elektrische vermogen daalt naar bijna 0 kW. In een bovengrensscenario – waarin sommige hybride pompen toch blijven draaien – varieert het vermogen dan tussen 0,8 en 1,5 kW, afhankelijk van het verliesoppervlak. Bij all-electric warmtepompen is het beeld anders. Omdat deze systemen volledig op elektriciteit draaien, stijgt het vermogen wél sterk bij lagere temperaturen. In het ondergrensscenario – zonder inschakeling van het elektrische element – varieert het vermogen bij -10 °C van 1,7 tot 3,3 kW. In het bovengrensscenario met inschakeling van het elektrisch element loopt dat op tot 4,2 kW bij de grootste woningen. Deze getallen illustreren waarom all-electric installaties grotere impact hebben op het net, zeker tijdens koude periodes. Dagprofielen en seizoensinvloeden Een andere belangrijke bevinding betreft het dagelijkse patroon van verbruik. Op koude winterdagen zijn de pieken duidelijk te zien in de ochtend (rond 8 uur) en vroege avond (rond 17 uur). In zonnige voorjaars- en zomerweken is de situatie omgekeerd: de teruglevering van zonneenergie bereikt dan zijn hoogtepunt, vaak rond het middaguur. Daardoor ontstaan hoge terugleverpieken – gemiddeld zelfs hoger dan de opgenomen pieken. Dit komt omdat zonnepanelen op grote schaal gelijktijdig produceren, in tegenstelling tot het gespreide gebruik van elektrische apparaten. Belangrijk onderscheid is dat het gemiddelde piekvermogen per woning flink hoger ligt dan het gelijktijdige vermogen over alle woningen. Voor de voorbeeldwoning ligt dat bij hybride warmtepompen op 6,3 kW en bij all-electric op 9,2 kW. Deze pieken zijn echter per woning afzonderlijk, dus niet tegelijk. Het gelijktijdig piekvermogen (wat echt telt voor netcapaciteit) ligt dus flink lager. Elektrische auto’s als extra belasting Naast warmtepompen is ook het laadgedrag van elektrische auto’s onderzocht. De meeste voertuigen worden geladen met een vermogen tussen de 6 en 11 kW, fors hoger dan het gemiddelde piekvermogen van de warmtepomp. BDH concludeert dan ook dat elektrische auto’s vaak de dominante factor zijn in het piekvermogen van een woning, zeker bij gelijktijdig laden in de avond. De slimme meterdata geven zicht op de echte impact van warmtepompen op het elektriciteitsnet. Ze bevestigen dat all-electric installaties zwaardere pieken veroorzaken dan hybride systemen, vooral bij kou. Maar ze laten ook zien dat het effect sterk varieert per woningtype, verliesoppervlak en aanwezigheid van elektrische auto’s en zonnepanelen. Voor een toekomstbestendig elektriciteitsnet zijn dit soort datagedreven inzichten onmisbaar, aldus de onderzoekers. Slimme meterdata onthult impact warmtepompen op elektriciteitsnet In het rapport zijn 3606 woningen met een hybride warmtepomp onderzocht (links), en 1298 woningen met een all-electric warmtepomp (rechts). Deze grafieken laten zien wat het maximaal opgenomen vermogen is van deze warmtepompen. Bron: BDH Een all-electric ready warmtepomp wordt eerst hybride geplaatst, maar bij de installatie wordt er rekening gehouden met het uiteindelijke doel om volledig van het gas af te gaan. Foto: HeatTransformers

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=