RenovatieTotaal 2 - 2021

10 nr. 2 April 2021 ThemaOnderhoud& Schilderen: Project Minder onderhoud door slim gebruik van Nederlandse hout in kozijnen Bij de renovatie van het Rijkskantoor van het ministerie van EZK en LNV in het Haagse Bezuidenhout bijna aan het einde van de A12 zijn alle kozijnen vervangen. Het bijzondere is dat de nieuwe kozijnen bestaan voor een groot deel uit Nederlands lariks. Het doel was een lange levensduur en weinig onderhoud. Het ontwerp, de houtkeuze, de productie en de plaatsing is uitgevoerd volgens de technologische basisprincipes en via inspecties is het gedrag in de toepassing gemo- nitord. Dit slimme gebruik laat de potentie zien van het gebruik van Nederlands hout. Auteur: Niels Lutke Schipholt en René Klaassen, SHR Het LNV-gebouw in het Haagse Bezuidenhout heeft in de periode 2007-2012 een grootschalige verbouwing en uitbreiding ondergaan, waarbij de historische waarde van het gebouw van Friedhoff en de vele geïntegreerde kunst zijn behouden. Op de verflaag is duidelijk vervui- ling zichtbaar met afloopsporen over de dorpel. H et rijksmonument wordt gebruikt door de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en door Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dit zogeheten LNV-gebouw heeft in de periode 2007-2012 een grootschalige verbou- wing en uitbreiding ondergaan, waar- bij de historische waarde van het gebouw van Friedhoff en de vele geïn- tegreerde kunst zijn behouden. Het oorspronkelijke ontwerp van Fried- hoff kenmerkt zich door soberheid en monumentaliteit. Daarmee werd vormgegeven aan het gewenste beeld dat de overheid moest uitstralen; degelijkheid, waardigheid en traditie. Kees Dam was de architect die vorm- gaf aan de renovatie, waarbij onder- delen ingrijpend getransformeerd zijn. Net als bij het oorspronkelijke ontwerp komt de uitstraling van de overheid terug in de aanpassingen. Zo zijn enkele gesloten bakstenen gevels transparant gemaakt vanuit de invals- hoek dat de overheid een open karak- ter moet hebben zijn. Een voorbeeld is de glazen doorgang aan de zuidzij- de langs de Utrechtsebaan die dient als verbindend element van de 3 bestaande ingangen. Langs de zijde van de Theresiastraat is een bouwdeel vervangen door nieuwbouw en de kantine is overkapt door een glazen constructie. De ministerievleugel aan de Bezuidenhoutseweg is gerestau- reerd. Hier zijn geen transformaties in aangebracht. Voor de hoofdentree is een 1 laags ondergrondse garage voor 48 auto's en stalling voor 400 fietsen aangelegd. Oorspronkelijke kozijnen De oorspronkelijke kozijnen waren een combinatie van hout en metaal. Binnen het vurenhouten kader zat een metalen frame met de beglazing. Na 50 jaar waren de kozijnen aan ver- vanging toe vanwege te lage isolatie- waarden. Hoewel het hout bijna helemaal goed was en een stabiel vochtgehalte had van 12-14%, waren de verbindingen van de onderdorpels te vaak gerepareerd. De nieuwe kozijnen moesten zoveel mogelijk in lijn zijn met de oorspron- kelijke en er is opnieuw gekozen voor een houten kader met een metalen binnenframe. Om een vergelijkbare houtuitstraling te hebben is voor naaldhout gekozen, maar ditmaal voor lariks omdat dit minder snel wordt aangetast. Op plaatsen waar het hout zwaarder wordt belast, de liggende delen en plaatsen met een groot risico voor water ophoping, is het robuustere robinia toegepast. Dit is een Europese loofhoutsoort met een hoge weerstand tegen schimmel- aantasting. De onder- en tussendor- pel zijn van gevingerlast en gelami- neerd robinia gemaakt, net als de onderkant van de stijlen waaraan het lariks verbonden is door een vinger- las. Het lariks is afkomstig van 26 meter lange stammen, waarbij het hout uit de onderste 4 meter is gebruikt. De rest van het stamhout is naar andere toepassingen gegaan zoals bijvoorbeeld vloerhout. Gelamineerd en gevingerlast Een deel van het hout is geleverd door Staatsbosbeheer en kwam uit Ruinen (Drenthe), het overige door Rondhoutzagerij Assink en dat hout kwam uit Dieren. Het stamhout is in balken gezaagd en gedroogd tot 12% houtvochtgehalte in circa 10 dagen. Timmerfabriek Doorenbal heeft het hout op een slimme manier gelami- neerd en gevingerlast, zodat er fout- vrij hout aan de buitenkant van de kozijnen kon worden ingezet en er toch een hoog rendement van 25% (van rondhout naar kozijnhout) kon worden bereikt. In de timmerfabriek werd het lariks samen met het robi- nia tot de gewenste kozijnen samen- gesteld. Het robinia kwam uit Hon- gaarse plantages en was gedroogd tot een vochtgehalte van 9%, wat gebrui- kelijk is voor robinia in deze toepas- sing. Voor de kleinschalige Nederlandse bosbouw en houtverwerkende indu­ strie was dit een groot project met 1600 m³ kozijnhout en een bijzonder project vanwege het combineren van verschillende houtkwaliteiten en 11 nr. 2 April 2021 houtsoorten en geheel nieuwe detail­ leringen. Desondanks zijn alle 2000 kozijnen geproduceerd binnen de leveringsvoorwaarden en leverings­ tijden. Achteraf bleek dat ook de prijs van het Nederlandse hout op het moment van productie gunstiger lag dan de prijzen van tropisch hardhout, ondanks dat deze in 2008 behoorlijk onder druk stonden. Omdat er zoveel vertrouwen was in het ontwerp en het Nederlandse lariks in combinatie met het robinia werd er een lange onderhoudsvrije periode afgegeven onder voorwaar­ den van regelmatig schoonmaken door een glazenwasser en het aan­ brengen van een beschermend onderhoudsmiddel. Om het gedrag van het hout in de toepassing te monitoren heeft SHR na oplevering van het gerenoveerde gebouw diverse inspecties uitgevoerd en in dit artikel bespreken we de resultaten. Inspectie De kozijnen zijn visueel beoordeeld op scheuren, aftekening vingerlas en lamelnaad, verkleuring, vervorming, het houtvochtgehalte en de verflaag (dikte, afpoederen). Tijdens de laat­ ste inspectie in het voorjaar van 2018 waren de eerst opgeleverde kozijnen van het bouwdeel gren­ zend aan de Theresiastraat en het eerste balkon gezien vanuit de Theresiastraat precies 10 jaar in gebruik. De overige kozijnen waren op dat moment tussen de 7 en 9 jaar in gebruik vanaf plaatsing. Omdat het LNV-gebouw op steenworpaf­ stand van de A12 is gesitueerd was matige vervuiling niet onverwacht en waren afloopsporen over de dor­ pels goed zichtbaar. Het houtvocht­ gehalte was vanaf plaatsing van de kozijnen stabiel en lag ook bij de verbindingen voor het robinia op 10% tot 12% en voor lariks op 14% tot 16%. Bij de verbindingen tussen dorpel en stijl maar ook bij de vin­ gerlas tussen robinia en vuren werd geen verhoogd houtvochtgehalte aangetroffen en dit wijst erop dat alle verbindingen nog intact zijn. Na 8 tot 10 jaar was de toplaag van het verfsysteem nog in redelijk goe­ de staat en aftekeningen van vinger­ Projectgegevens: Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst Aannemer: J.P. van Eesteren, gevestigd in Gouda Architect: Dam & Partners Architecten Adviseur: Aronsohn Raadgevende Ingenieurs B.V. Timmerfabrikant: Doornenbal, verfleverancier: PPG Industrial Coatings B.V. (D&M Coatings). Periode: februari 2006 – september 2012. Oorspronkelijke gevelelementen: Stalen tuimelramen in vurenhouten kozijnen. Nieuwe gevelelementen: stalen tuimelramen in lariks – robinia kozijnen De zuid-west gevel van het LNV-gebouw, met aan de voorkant de glazenaanbouw die als corridor fungeert. De kozijnen zijn na gemiddeld 10 jaar nog in een uitstekende staat, zonder dat er intensief is schoongemaakt, dan wel regelma- tig onderhouds- emulsie is aangebracht of ander onderhoud is gepleegd. De nieuwe kozijnen zijn samengesteld uit een dorpel en onderste deel stijlen van robinia en overige stijlen en bovendorpel van lariks. lassen of lamelnaden waren niet zichtbaar. De droge verflaagdikte was 120 tot 130 µm, waarmee een goede duurzaamheid is behaald. Bij de stijlen was de mate van verkrijten wat duidelijker te beoordelen dan bij de dorpels, iets wat normaal bij verf­ lagen op gevelelementen voorkomt en veroorzaakt wordt verschil in erosie van afpoederende verf tussen stijl en dorpel door regen. Op sommige kozijnen zaten stoot­ beschadigingen en pas na ruim 10 jaar bleken er slechts geringe gebre­ ken in de verflaag te zijn ontstaan bij de kozijnverbindingen in de vorm van barstjes in de verflaag ter plaatse van de verbindingsnaad. Bij de bevestigingspunten van de zon­ wering werden geen problemen gezien. Aan de zijde van de Theresi­ astraat met een relatief zware zon­ belasting, vooral op de hogere eta­ ges, en met de oudste kozijnen was te zien dat hier structurele barstvor­ ming op lamelnaden in de onder­ dorpel voorkwam. Glasbewassing en onderhoudsmiddel Een 10 jaar interval tot eerste schil­ deronderhoud was vanaf oplevering gegarandeerd met inachtneming van jaarlijks schoonmaken van de kozij­ nen door de glazenwasser. Daarbij zou dan ook een onderhoudsemulsie op de kozijnen moeten worden aan­ gebracht. Vanuit eerdere inspecties in de eerste jaren na oplevering zijn er wel aanwijzingen dat dit in ieder geval een of twee keer is uitgevoerd. Daarna zijn door een overdracht van het gebouwbeheer naar een andere dienst en gewijzigde contracten met de glazenwassers de oorspronkelijke afspraken niet meer nagekomen. Zo is er van glazenwassen met de hoog­ werker overgestapt op 4 maal per jaar glazenwassen ‘met de stok’. Daardoor werd het onmogelijk de kozijnen goed schoon te maken laat staan een onderhoudsproduct aan te brengen. Uitstekende staat De kozijnen zijn na gemiddeld 10 jaar nog in een uitstekende staat, zonder dat er intensief is schoonge­ maakt, dan wel regelmatig onder­ houdsemulsie is aangebracht of ander onderhoud is gepleegd. Er is geen aanleiding gevonden die de ver­ dere levensduurverwachting van de kozijnen zou kunnen beperken. Het verfsysteem verkeert over het alge­ meen nog in een redelijk goede staat. De mate van vervuiling en verwering van de verflaag van de oudste kozij­ nen laat zien dat de onderhoudsvrije periode niet veel langer van 10 jaar moet zijn, zeker niet op de meest zonbelaste zijden. Het speciaal voor het LNV-gebouw ontwikkelde con­ cept, van kozijnopbouw met een basis van lariks en robinia voor de zwaarst belaste delen, heeft zich in de praktijk bewezen. Het initiatief van LNV-minister Veerman in 2005, waarbij hij het Nederlandse hout als het ware in de eigen etalage ging zet­ ten, laat zien dat ook in Nederland met eigen productie en eigen exper­ tise hout in een hoogwaardige toe­ passing duurzaam kan worden inge­ zet. Bron: www.monumentenzorgdenhaag.nl/monu- menten/bezuidenhoutseweg-73-tm-79-prins- clauslaan-468-theresiastraat-24

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=